Joris Baudoin draait de rollen om met de fotograaf en vice versa. Foto Cor de Kock
Het boek Omkunst van Joris Baudoin zet de wereld letterlijk en figuurlijk op z'n kop.
HEEREWAARDEN - Het pad van een kunstenaar die objecten ontwerpt voor de openbare ruimte, gaat niet over rozen. Dat is althans de conclusie na het lezen van het nieuwe boek van Joris Baudoin (Den Bosch, 1960).
De beeldenmaker, die ook de naam Joris Beton gebruikt omdat hij graag met
het materiaal werkt, vestigde zich in 1991 in de regio en laat sinds die
tijd regelmatig van zich horen. Zijn schapenschepping op de rotonde van de
oostelijke Van Heemstraweg in Zaltbommel lacht dagelijks vele automobilisten
toe en zijn betonnen bulldozer aan de Waalbandijk bij Gameren roept bij
fietsende dagjesmensen zowel onbegrip als bewondering op.
Maar het
meeste applaus oogst hij nog altijd met zijn gootspoken. De figuurtjes,
zittend in goten of vrolijk bungelend aan gevels, kregen in de loop der
jaren de status 'typisch Bommels', hoewel ze inmiddels ook hun weg hebben
gevonden naar opdrachtgevers in andere delen van het land. In een
recentelijk verschenen boek van zijn hand spelen genoemde wapenfeiten echter
een ondergeschikte rol en gaat de meeste aandacht naar projecten die,
ondanks zorgvuldige en kostbare voorbereidingen, nooit ten uitvoer zijn
gebracht. Kunstenaars als Baudoin moeten zich namelijk, zoals hij schrijft,
een weg banen door een oerwoud van overheden en hun kunstcommissies, om
uiteindelijk hun werk verkozen te krijgen uit bergen inzendingen.
En dat lukt lang niet altijd. Uitgebreid beschrijft hij de gang van zaken
bij de wedstrijd Bakens aan het water, eind 2006 uitgeschreven door Kunst en
Cultuur Gelderland. Opdracht: een voorstel doen voor een baken of keten van
bakens die de identiteit van het Rivierenlandschap zouden versterken.
Baudoin is een van de 107 deelnemers. Hij lanceert een idee om negen meter
hoge uitkijktorens van basaltblokken te bouwen op de uiteinden van een
aantal kribben in de Waal, maar valt tot zijn teleurstelling niet in de
prijzen. Niettemin weigert hij zich bij de juryuitspraak neer te leggen,
bekritiseert de organisatie en zoekt bijval om zijn plannen alsnog te
realiseren.
Die bijval lijkt hij in september 2007 onder meer te
vinden bij het publiek van een Heerewaardense kunstmarkt en hier en daar bij
de gemeentelijke politiek, maar vooralsnog is er geen zicht op
daadwerkelijke uitvoering. In acht hoofdstukken geeft de beeldhouwer
uiteenlopende instellingen en personen ervan langs en schuwt daarbij niet
man en paard te noemen. Zo moeten de voormalige burgemeester van Maasdriel,
Jack Mikkers, kunstwethouders Smit en Romp en staatssecretaris Tineke
Huizinga het ontgelden. Onderliggende boodschap van de auteur is om
kunstenaars niet langer in competitie te laten uitvechten wie een opdracht
krijgt. Deskundigheid van degenen die daarover beslissingen nemen, trekt hij
in twijfel. 'Laat mensen die het zelf niet eens kunnen bedenken (…) geen
keuzes maken'.
Hij bepleit in dat verband democratische
beslissingen van het publiek. Het boek blinkt niet uit door heldere
verhaallijnen, maar moet volgens de schrijver niet worden beoordeeld op
literaire waarde. "Het is onderdeel van een kunstproject dat ik
'Omkunst' heb genoemd. Dat is een samenvoeging van de woorden omkeren en
kunst. Dit boek is slechts het verslag. Het is half fictie, half realiteit."
Baudoin koos een bijzondere vorm.
"Alles moet op zijn kop in
dat wereldje. Daarom heb ik bij het schrijven alles omgekeerd. Je leest het
boek van achteren naar voren. De achterflap is de voorkant en de inhoud
begint met het nawoord. Het begint in 2016 en eindigt in 2006. We zitten nu
dus twee jaar voor de voltooiing." Hij benadrukt dat de ondertoon
weliswaar serieus is, maar dat het werk op veel plaatsen ook humoristische
aspecten laat zien. Van tijd tot tijd geeft hij inderdaad blijk van
relativeringsvermogen, wat de kost minder zwaar maakt. Als het onderwerp
frustratie ter sprake komt, zegt Baudoin: "Ik ga daar niet onder
gebukt, maar wil er met dit project juist iets positiefs mee doen."
Zijn belangrijkste motief is 'te protesteren tegen misleiding, corruptie,
onkunde, vriendjespolitiek, het van het kastje naar de muur sturen en de
ondeskundigheid van kunstcommissies'. De stelling dat de gewraakte gang van
zaken nu eenmaal inherent is aan zijn vak, wijst hij resoluut van de hand.
"Voldoende kunstenaars hebben hun kunnen allang bewezen."
Niet-ingewijden zullen niet elke passage direct begrijpen, maar volgens de
Heerewaardenaar is het boek vooral bedoeld voor personen en medewerkers van
organisaties die erin voorkomen. Hun namen, circa 80 in getal met daarbij de
gebruikte pseudoniemen, staan onder elkaar op de eerste (of laatste?) drie
bladzijden.
Omkunst (paperback, 210 pagina's),24 euro, bij de
boekhandel Kaasjager, Zaltbommel en via
www.jorisbaudoin.nl . Daar zijn ook nieuwe ontwikkelingen van het project
te volgen.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.

























