Het levert een geweldig mooi plaatje op. De deuren van het oude brandweerhuis aan de Waalbandijk in Varik staan open.
Binnen komt de stoom van de Zuid-Duitse distilleerketel. Overal staan grote roestvrijstalen vaten en houten tonnen. Aan de rechterkant bevindt zich een klein laboratorium. Trechters, alcoholmeters, flessen en kleine borrelglaasjes staan netjes in het gelid op de planken. Toch gebruikt Henk Raaff (69) vooral zijn neus om de kwaliteit van het distillaat te testen. Het borrelglaasje warmt hij op met zijn handen zodat de reuk goed is. "Proeven doen we niet altijd. Dat houd je ook niet lang vol."
Raaff en zijn compagnon Bas Lubberhuizen (62) maken sinds vier jaar als hobbyisten eau de vie. Een Nederlands woord bestaat er niet voor de alcoholische drank. "We zijn de enige fruitstokerij in Nederland", zegt Raaff. "Andere brouwerijen kopen zelf alcohol in en doen er smaakstoffen bij. Hier wordt alles ambachtelijk gestookt" Appels, peren, pruimen maar ook hulstbessen en kornoelje. Fruit dat vooral uit suiker bestaat, kan gestookt worden. De mannen gebruiken Betuws fruit afkomstig van de telers of veiling. "Voor één flesje drank heb je drie kilo fruit nodig", zegt Raaff. "De smaak kan ook elk jaar anders zijn. Dat hangt af van het fruit."
Het is geen hobby voor mensen die snel resultaat willen zien. Het duurt ruim een jaar totdat het fruit als drank in de fles zit. "Je kunt je zo druk maken als je wilt, het heeft gewoon tijd nodig voordat het op smaak is. Het is heerlijk om ergens mee bezig te zijn dat uiteindelijk een concreet product oplevert. Je ziet uiteindelijk wel resultaat."
Eerst wordt het rijpe fruit in grote tonnen vermalen tot moes. Er komt gist bij en de moes blijft vijf tot acht weken staan. In de moes zit al zo'n vijf procent alcohol. "Als suiker gaat gisten, ontstaat er alcohol. Dat is een natuurlijk proces."
Dan kan de moes in de stookketel. De condens van de prut slaat, na een ingewikkelde tocht door buizen, aan de zijkant neer als pure alcohol. De alcohol wordt opgevangen en de drab blijft achter. "Het eerste wat uit de ketel komt, de voorloop, gooien we weg. Het alcoholpercentage is te hoog, zo'n 85 procent. Je kunt er zelfs blind van worden als je het drinkt. Of anders krijg je een stevige hoofdpijn." Ook de naloop kan niet worden gebruikt.
Dan moet de drank bijna een jaar rusten. De mannen hebben een speciale zolder aangelegd waarop de vaten staan. Soms wordt de drank in houten vaten bewaard. "Dan krijgt ie een kleurtje en ook de smaak is anders."
Het is puur een hobby voor de mannen. Raaff werkt als schrijver en documentairemaker in Amsterdam en Lubberhuizen heeft een uitgeverij in de hoofdstad. Toen ze samen een boekje maakten over alcohol, is het eigenlijk begonnen. "We gingen op cursus in Duitsland. Daar wordt nog veel fruit gestookt. We hebben uiteindelijk een certificaat gehaald. Langzaamaan kregen we de smaak te pakken. Eerst op Marktplaats snuffelen naar het benodigde materiaal. En uiteindelijk zijn we zelf begonnen. Het is geweldig om zo bezig te zijn."
Inmiddels vullen ze elk jaar zo'n tweeduizend flessen. De stokerij is gemiddeld één keer per week in werking. "Tijdens het oogstseizoen hebben we het drukker. Dan komen vrienden soms helpen."
De flessen worden verkocht in een beperkt aantal slijterijen. Ook is de drank geliefd als relatiegeschenk. Zo kocht het ziekenhuis in Tiel een aantal flessen om cadeau te doen op een congres. Maar ook restaurants in de buurt weten de stokerij inmiddels te vinden. "Het is geen drank om in één keer een fles van achterover te slaan. Een glaasje na het eten is bijvoorbeeld erg lekker." De mannen zijn bezig om een ontvangstruimte te maken. "We willen in de toekomst meer mensen gaan ontvangen. De eau de vie moet een echt streekproduct gaan worden."
- www.lubberhuizen-raaff.nl
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties


















