De recente gebeurtenissen rond het massaontslag bij MSD Organon in Oss zijn een regelrecht drama. In de eerste plaats voor de mensen die het betreft. En natuurlijk ook voor de stad Oss en voor Brabant en voor heel Nederland. Maar vreemd genoeg dreigt er nog een drama
. Ik heb het over het treurspel dat wordt opgevoerd over de slechte invloed die het buitenland en met name buitenlandse bedrijven op de Brabantse economie zouden hebben. 'Buitenlands juk knelt in Brabant', kopte het Brabants Dagblad onlangs in een beschouwend artikel over de ontslagen in Oss. Een treurig affiche voor een voorstelling die vertelt over de desastreuze gevolgen van internationalisering, fors banenverlies en de miskenning van Brabant door Den Haag. Het meest treurige is echter dat het verhaal voorbij gaat aan de echte feiten. En dat de hoofdrolspelers in het treurspel de ogen sluiten voor de macro-economische werkelijkheid. Met als dramatisch hoogtepunt, of liever dieptepunt, de uitspraak dat Den Haag de waarde van Brabant niet juist weet in te schatten.
Het is de hoogste tijd voor een ander affiche. Niet dat ik een blijspel in gedachten heb. Maar wel een voorstelling van zaken die is gebaseerd op feiten die ertoe doen en waarbij de regisseur van dit stuk zich laat leiden door het besef dat Brabant veel sterker is dan 'de jukdenkers' ons willen doen geloven. En dat we die kracht mede ontlenen aan de internationale positie die onze regio inneemt. En dat we zelfs, ondanks massaontslagen, hoe erg ook, uiteindelijk door onze sterke internationale positie een goed uitgangspunt hebben om in Europa een topregio te zijn.
Eerst het fenomeen internationalisering. Dat bedrijven internationaal gaan, is van alle tijden. Uiteraard is er nu sprake van een andere dynamiek. Een kwart van alle bedrijven in Nederland met meer dan 1.000 werknemers is in buitenlandse handen. Van alle dag is ook dat bedrijven tegen zo weinig mogelijk kosten een zo groot mogelijke winst willen realiseren. En ook het causaal verband tussen internationalisering en winstmaximalisering is evident. De Nederlandse textielindustrie heeft wat dat betreft zelf historie geschreven toen de productie in het veel goedkopere buitenland werd ondergebracht. Ook onder dat juk heeft de werkgelegenheid toen moeten zuchten. Maar achteraf vinden we dat een realistisch verschijnsel. Voor de goede orde: het verlies van 40.000 banen waarover in het door mij aangehaalde artikel wordt gesproken, moeten we vooral op het conto schrijven van Nederlandse bedrijven die hun activiteiten naar elders hebben verplaatst. ( Nederland is een van de grootste investeerders van de wereld in het buitenland!).
Vervolgens de werkelijke feiten over de aanwezigheid en invloed van buitenlandse bedrijven in Nederland en specifiek in Brabant..
In een recent rapport van Dun & Bradstreet valt te lezen dat 5.320 buitenlandse bedrijven in Nederland goed zijn voor maar liefst 700.000 arbeidsplaatsen. Voor een goed begrip, dat betekent 15% van de totale werkgelegenheid. Die bedrijven leveren 24% van de totale winst die het bedrijfsleven in Nederland maakt. Die bedrijven zorgen voor 30% van de totale nationale omzet en hebben een aandeel van 21% in alle binnenlandse bedrijfsinvesteringen. Hun bijdrage in R&D investeringen is 22% en omdat ze doorgaans veel hoog opgeleiden in dienst hebben, betalen ze gemiddeld 15% meer aan salaris.
Onderzoek van Beerenschot laat zien dat het zogeheten multiplier effect van buitenlandse bedrijven 1,72 bedraagt. Met andere woorden: elke nieuwe fte van een buitenlands bedrijf dat in Nederland investeert, levert tot 0,72 extra werkgelegenheid op. De gemiddelde multiplier in de hele Nederlandse markt is 1,52. In Brabant bedraagt de multiplier van buitenlandse bedrijvigheid overigens 2.0. Dit in verband met het feit dat er nogal wat grootschalige, voornamelijk logistiek bepaalde buitenlandse activiteiten zijn geconcentreerd in deze provincie. Hier kom ik later nog op terug.
Nu de Brabantse feiten. Wij hebben hier ongeveer 1.400 buitenlandse bedrijven. Die zijn samen goed voor bijna 100.000 directe arbeidsplaatsen. Met de multiplier 2.0 mogen we daar nog 100.000 indirecte arbeidsplaatsen bij optellen. Die buitenlandse bedrijven komen niet naar Brabant om er hier een potje van te maken. Maar ze komen ook niet hier, omdat Brabant zo'n aantrekkelijke markt voor ze is. Alle buitenlandse bedrijven in Brabant opereren voor de buitenlandse markt. En niet Brabant maar die markt bepaalt de mate van succes van die bedrijven. Voor 80% heet die buitenlandse markt Europa. Voor buitenlandse bedrijven betekent Brabant 'The gateway to Europe'. Maar we betekenen nog veel meer voor hen. We zijn kennisleveranciers, meesters in logistiek, internationaal georiënteerd, werkers met een hoog arbeidsmoraal, gemiddeld goed opgeleid, met een hoge arbeidsproductiviteit.
De meeste buitenlandse bedrijven in Brabant doen het goed. Inderdaad, soms vertrekken ze, verplaatsen ze activiteiten of veranderen van gedaante. Sometimes you win, sometimes you loose, zoals dat bij alle bedrijven gaat. Dan roepen de jukdenkers wel dat AMP uit Den Bosch vertrokken is maar dat bedrijf heet tegenwoordig Tyco, zit nog steeds in onze provinciehoofdstad en is van een hoog R&D gehalte en heeft inmiddels ook een vestiging op de High Techcampus in Eindhoven. En dan jammeren ze dat DAF in buitenlandse handen is. Maar feit is dat deze autoproducent onder de vlag van het Amerikaanse Paccar het juk van weleer juist heeft afgeworpen en een bloeiend bestaan kent.
Terug naar de Brabantse feiten. Van alle 1.400 buitenlandse bedrijven zijn er minder dan 400 afkomstig uit de VS .De helft van alle buitenlandse investeerders in Brabant komt uit Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Scandinavië, uit Europa dus. Daar staat nu met hoofdletters KANS. Want die heb je, als je de meest Europese regio van Nederland blijkt te zijn. En wie zich bekommert om de toekomst van de Brabantse economie, doet er beter aan zich van die Europese positie bewust te zijn.
Want Brabant maakt, in vogelvlucht bekeken deel uit van het complex dat via Rijnland- Westfalen, Beieren en Baden Würtemberg het industriële hart van Europa is. Er is geen regio in Nederland die een zosterke met de industrie verweven internationale positie inneemt. Onze echte uitdaging ligt in Europa en niet in een afzetten tegen de Randstad. Ga nu eens uit van je eigen kracht als economische regio, heb oog voor de feiten en tel de zegeningen van de Brabantse internationalisering.
Want die internationalisering en verdergaande integratie op globale schaal is een gegeven. En het is ook een feit dat we daardoor werkgelegenheid in de productie zijn kwijtgeraakt en nog meer zullen verliezen. Maar laten we ons daar dan tegen wapenen. Wie goed oplet, ziet dat Brabant daarmee druk doende is. En met succes. We zijn de meest innovatieve regio van Nederland en mondiaal in trek bij buitenlandse R&D bedrijven of bedrijfsonderdelen, ook al zou uit de gebeurtenissen in Oss het tegendeel blijken. Voor een toenemend aantal buitenlandse bedrijven begint de Europese markt in Nederland. Die kiezen vanwege onze uitstekende vestigingscondities vaak voor Brabant als plek voor hun marketing & sales kantoor. En het wordt pas echt interessant, wanneer bedrijven hun marketing- en R&D activiteiten in Brabant gaan integreren. Dat bevorderen en faciliteren maakt je als regio economisch weerbaarder met het 'eigen vermogen' dat we moeten steken in de kwaliteit van onze arbeidsmarkt, in sterke innovatieve clusters en in de Brabantse ontwikkelingscapaciteit.
Ik geef toe, het gaat hier niet om grote aantallen arbeidsplaatsen. Dus hebben we bij het verdwijnen van productie nieuwe massa nodig. Ook die is er en ook die heeft groeikansen. Ik heb het hier over de logistieke sector in Brabant. Ik noem enkele namen: Sony, Ingram Micro, LG, Amgen, Hollister. Geen transportbedrijven. Maar wel stuk voor stuk buitenlandse grootheden die Brabant hebben uitverkoren voor hun logistieke activiteiten waarbij bovendien sprake is van steeds meer specifieke know how en, soms aan R&D gekoppelde, hoogwaardige werkgelegenheid. En dan heb ik het nog niet eens over alle logistieke en transportbedrijven die Brabant rijk is. Alleen al in Tilburg is die sector goed voor 10.000 arbeidsplaatsen, ofwel 10% van de werkgelegenheid. Over massa gesproken. En over nieuwe Brabantse kwaliteiten en toegevoegde waarde gesproken. Niet voor niets is het Topinstituut Logistiek toegewezen aan Brabant.
De toekomst van de Brabantse economie is niet gebaat bij defensief denken en pessimisme. Daar komen de oplossingen doorgaans niet vandaan. Wie de feiten goed in ogenschouw neemt, kan niet anders dan constateren dat we niet gebukt gaan onder internationalisering maar er letterlijk middenin zitten. Die spilfunctie is onze uitdaging. De economische toekomstagenda van Brabant zal eerder internationaal dan uitsluitend nationaal of regionaal worden bepaald. 'In het buitenland liggen onze kansen, zolang het buitenland kansen in Brabant ziet.' Dat lijkt me een mooi affiche voor een economisch blijspel dat we in Brabant, ondanks alles, gezamenlijk moeten en kunnen schrijven !
Richard L'Ami is Hoofd Investeringsbevordering Brabantse Ontwikkelings Maatschappij
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties
















