NIJMEGEN - Veel meer mensen blijken tijdens de Q-koortsepidemie in Noord-Brabant en Gelderland van 2008, 2009 en 2010 een infectie met de Q-koortsbacterie (Coxiella burnetii) te hebben doorgemaakt, dan tot nog toe werd aangenomen.
Zie ook:
Bij een toekomstige uitbraak moeten daarom alle bloeddonoren in risicogebieden worden getest op de aanwezigheid van de potentiële ziekteverwekker. Dit, om verspreiding van mens tot mens tegen te gaan.
Dat zeggen Sanquin Bloedvoorziening en de landelijke infectiebestrijder RIVM op basis van de uitkomsten van een onderzoek dat op internet is gepubiceerd in het tijdschrift Transfusion.
Risico veel groter
Uit bloedtesten van Sanquin in 2010 onder ruim 500 bloeddonoren in de regio's in Noord-Brabant en Gelderland waar veelvuldig Q-koorts voorkwam, is duidelijk geworden dat de kans om besmet te raken, veel groter is dan verondersteld. Gingen wetenschappers uit van een half procent, daar bleek het risico 5,7 procent per jaar.
"Bij de 4.000 patiënten met Q-koorts die nu bekend zijn, staan daar 36.000 niet-bekende gevallen tegenover", zegt Sanquin-onderzoeker Boris Hogema.
Al het bloed controleren
Bij een nieuwe epidemie zal volgens Sanquin en RIVM het bloed van álle donoren in risicogebieden moeten worden gecontroleerd, omdat dus ook veel schijnbaar gezonde mensen besmet kunnen zijn.
Bron van Q-koortsbesmettingen zijn meestal melkgeit- en melkschaaphouderijen. "Het is nog onduidelijk in welke mate Q-koorts ook via bloed van mens tot mens overdraagbaar is. Maar we kunnen geen risico's nemen en moeten het bloed van besmette donoren bij voorbaat uitsluiten."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties


















