'De helft van de relschoppers uit een wijk die ik vanuit mijn werk als arts goed ken, zou antwoorden op de vraag: ben je goed in wiskunde? met: wat is wiskunde?". Of: "Britse kinderen hebben veel meer kans op een televisie in hun slaapkamer dan op een vader in huis." Deze ferme citaten zijn afkomstig van Theodore Dalrymple, het schrijvende alter ego van de Engelse psychiater Anthony Daniels; één van de meest invloedrijke denkers van dit moment.
Hij wordt doorgaans bejubeld door 'rechts' en verafschuwd door 'links'. De recente rellen en plunderingen in Britse steden hebben hem in het brandpunt van de media-aandacht gemanoeuvreerd.
Dalrymple schrijft over de ongemakkelijke relatie tussen 'links-liberale' samenlevingsopvattingen en sociale wantoestanden die hij aantrof in zijn praktijk als gevangenispsychiater in Birmingham. Daar werkte hij met patiënten die nogal eens afkomstig waren uit het soort wijken waar zich de Engelse rellen hebben afgespeeld. In zijn bekendste boek 'Leven aan de onderkant' stelt hij aan de hand van talloze concrete voorvallen uit zijn praktijk op niet mis te verstane wijze dat 'linkse' ideeën over sociaaleconomische achterstanden letterlijk ziekmakend zijn. Hulpverleners en instanties die zich bezighouden met de onderkant van de samenleving, onderschatten de keuzevrijheid en miskennen de eigen verantwoordelijkheid die mensen hebben, ook al leven ze aan de onderkant. Deze mensen worden door politici, hulpverleners en ook door rechters slachtoffer gemaakt van hun omstandigheden. Mensen komen zelf niet meer in beweging, hun persoonlijke ellende wordt overgenomen door pamperende professionals die er op hun beurt nauwelijks in slagen de problemen adequaat het hoofd te bieden en ze feitelijk in stand houden. Kort samengevat is dat Dalrymples redeneertrant.
In ons land wist 'links' de onverbiddelijke kritiek van Dalrymple aanvankelijk op afstand te houden. Immers, zijn werk staat bol van decadente uitwassen die gemakkelijk kunnen worden geridiculiseerd. Veel van Dalrymples kritiek is geënt op Britse sociale structuren en praktijken die sterk verschillen met die in ons land. Ook is de schaal waarop de problemen zich in Engeland manifesteren enorm groot waardoor ze nóg lastiger te behappen zijn. Ook verdacht was dat de kritiek van Dalrymple samenviel met de sleetse minachting voor de publieke sector. Bovendien hebben zijn analyses populistische trekjes: voor collectief ervaren problemen worden feilloos de schuldigen aangewezen: progressieve politici en immigranten. En werkbare oplossingen zijn in de beste populistische traditie nauwelijks te vinden of in de ogen van velen op z'n minst in strijd met onze rechtsstaat.
Intussen kan ook 'links' niet ontkennen dat er spannende contra-indicaties zijn die de cultuurkritiek van Dalrymple acceptabel maken. Ook Dalrymple werd bijvoorbeeld aangehaald in het manifest van de Noorse terrorist Anders Breivik, zij het heel summier. In tegenstelling tot Geert Wilders, vraagt Dalrymple zich in een recent essay wél af of dat wat hij schreef over immigratie, heeft bijgedragen, hoe minimaal ook, aan de totstandkoming van Breiviks daad. Dat is toch heel wat gedurfder dan de reactie van Wilders die vond dat zijn criticasters de boom in konden. Ook wordt steeds duidelijker dat Dalrymples cultuurkritiek weliswaar meedogenloos is, maar in de kern ook liefdevol. Hij strijdt voor kansen voor jonge mensen, voor fatsoenlijk onderwijs, voor gezonde persoonlijke ontwikkeling, voor geborgen gezinssituaties. Hoe erg kun je daar nou tegen zijn? En in alle eerlijkheid: hoe goed sluit ons onderwijs-, zorg- en hulpverleningsaanbod altijd aan bij de politiek breed gedeelde wens om mensen aan de onderkant zo veel mogelijk op eigen kracht mee te laten doen aan de samenleving? En zo de boel bij elkaar te houden?
Dalrymple laat zich dus nauwelijks in linkse of rechtse termen begrijpen. In ons land legt deze Engelse cultuurcriticus vooral het grote verschil bloot tussen de gepolitiseerde Haagse werkelijkheid en lokale politieke praktijken als het gaat om het bestrijden van uitwassen in alledaagse onveiligheid op straat en schrijnende, vaak verborgen sociale ongelijkheid. In de steden komt het er écht op aan. Links en rechts weten elkaar daar, met vallen en opstaan, steeds beter te vinden in het slim en effectief combineren van emancipatie en repressie, van kansen bieden en grenzen stellen.
In Den Haag wordt hierover tot bloedens toe gevochten zonder resultaat van enige betekenis. Behalve dan dat door bezuinigingskeuzes van dit kabinet tienduizenden mensen in de wijken waarover Dalrymple schrijft, worden weggestopt achter de voordeur van hun slechte woning. Deze mensen wordt hun zinvolle dagbesteding ontzegd, hun kans op het halen van een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt verkleind en aanbod om de Nederlandse taal te leren ontnomen. Het resultaat zal fysieke verpaupering, sociale verloedering en meer onveiligheid zijn. Voor die voorspelling is geen glazen bol nodig. De kans is groot dat Dalrymple tegen die tijd in ons land geen rechtse, maar een linkse held is.
Rodney Weterings is PvdA-wethouder in Den Bosch
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!


Sorteer reacties















