Er worden weer veel tranen geplengd nu de Osse medicijnenfabriek Organon voor de helft gesloten wordt.
Voor een deel zijn dat ook krokodillentranen. Want dit is een simpele herhaling van wat we al zo vaak te zien hebben gekregen en nog vaak zullen blijven zien: Nederlandse bedrijven worden verkocht aan buitenlandse ondernemingen, die ze een paar jaar later fors afslanken of zelfs sluiten. Die buitenlandse ondernemingen kopen die Nederlandse bedrijven dan ook helemaal niet om hier werkgelegenheid in stand te houden of uit te breiden. Ze kopen die Nederlandse ondernemingen alleen maar om octrooien, patenten of concessies in handen te krijgen en/of om een concurrent minder op de markt tegen te komen.
Wat nu met Organon gebeurt, vindt sluipend ook al plaats bij de KLM, die in Franse handen is, het zal straks gebeuren met ons net aan de Duitsers verkochte Essent, het gebeurde een paar jaar geleden met Stork, met het Maastrichtse Sphinx, dat door de Finnen werd gesloten, het is kort geleden gebeurd met ABN Amro, dat verkocht werd aan een buitenlands consortium en slechts via een injectie van 30 miljard door de Nederlandse belastingbetaler van faillissement kon worden behoed. Het is allemaal zo voorspelbaar en zo doorzichtig en toch laten we het iedere keer weer gebeuren!
Waarom worden die Nederlandse bedrijven verkocht aan buitenlandse ondernemingen? Puur om de aandeelhouders een genoegen te doen. Die ontdekken van tijd tot tijd, dat Nederlandse bedrijven goud geld waard zijn als je ze in de uitverkoop gooit, zodat hun eigen aandelen ineens fors omhoog gaan. Zij eisen dat dan daarna van hun directies, zoals van bekende bestuursvoorzitters als Groenink (ABN Amro) en Wijers (AKZO). Die kunnen daar geen weerstand aan bieden, omdat de Nederlandse wetgever de oppermacht in de Nederlandse ondernemingen aan de aandeelhouders heeft gegeven. Dus geven ze na wat theaterspel toe en strijken zelf miljoenen bonussen op. Zo simpel is het.
Maar als de wortel van al dit kwaad dus ook niet zo moeilijk is aan te geven, waarom dan niet dit kwaad met wortel en tak uitroeien? En wel door een verandering in de beslissingsmacht binnen de Nederlandse ondernemingen. Die hoort weggehaald te worden van de eenzijdige plaats waar ze nu door het parlement is neergelegd: bij de aandeelhouders. Ze moet worden gelegd op een bord, waarover twee partijen evenveel te zeggen hebben: de werknemers en de aandeelhouders. Het Nederlandse parlement moet zo verstandig zijn om de werknemers (via hun vertegenwoordigers, de ondernemingsraad) een vetorecht over de verkoop van een onderneming te geven. Dan kan die onderneming alleen nog maar verkocht worden, wanneer de werknemers overtuigd zijn van de heilzaamheid daarvan. Misschien zullen ze zich daar onder omstandigheden ook van laten overtuigen, maar zij zullen zich zeker niet zo makkelijk laten overtuigen, laat staan omkopen als de Nederlandse directeuren met hun topsalarissen en bonussen dat laten doen.
De aanpak van het probleem is dus simpel. Maar die wordt niet gedaan. In plaats daarvan praten politici en wetenschappers eindeloos over lapmiddelen: codes voor 'good corporate governance', 'flexicurity' op de arbeidsmarkt, een Europese Ondernemingsraad met alleen adviserende bevoegdheden, etc. Ongetwijfeld zullen we dergelijke lapmiddelen ook weer tegenkomen in de regeringsverklaring van het kabinet-Rutte. Maar een verandering in de almacht van de aandeelhouders in de Nederlandse ondernemingen zal men er niet in vinden. Het feestende Oranje zal het (een hoe lang nog door Unox in Oss geproduceerde?) worst zijn!
Prof. Antoine Jacobs is hoogleraar Sociaal Recht en Sociale Politiek aan de Universiteit van Tilburg.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties













