Tijdens het WK-voetbal komt Afrika rechtstreeks in onze huiskamer. Soms zien we tussen de voetbalwedstrijden door iets van de ellende waarin veel Afrikanen nog steeds verkeren.
Hoewel het op veel fronten beter gaat met Afrika -het aantal oorlogen is dramatisch afgenomen, de economie groeit sinds 2000 veel harder dan in het Westen- staat het leven de gemiddelde Afrikaan er nog steeds beroerd voor. Wij, westerlingen, hebben een dak boven ons hoofd en iedere dag genoeg te eten. Als we ziek zijn, gaan we naar een arts en krijgen we medicijnen. De meeste Afrikanen leven nog steeds in hutten of krotten, tussen de oogsten door is er nog steeds honger. De toegang tot gezondheidszorg en medicijnen is slecht. In de armste delen van de wereld overlijdt jaarlijks één miljoen mensen aan een goed te behandelen ziekte als malaria. In Afrika sterft één op de vijf kinderen aan deze ziekte. En de grote vraag is: waarom is er nog geen malariavaccin?
Het antwoord is pijnlijk. Malaria treft, net als aids, tbc en slaapziekte, vooral mensen die geen medicijnen kunnen betalen. Daarom is de farmaceutische industrie maar amper geneigd geneesmiddelen of vaccins tegen deze ziektes te ontwikkelen. Voor de geneesmiddelenindustrie is het veel winstgevender te investeren in afslankpillen, anti-rimpelcrèmes en cholesterolverlagers. Maar nu blijkt één Nederlandse zakenman daar verandering in te brengen: Wim Leereveld, ontwikkelaar van de zogenaamde Acces to Medicine Index (Toegang tot Geneesmiddelen Index). Na een lange carrière in de medicijnindustrie, voelde hij zich plots ongemakkelijk. Terwijl zijn sector biljoenen omzette 'crepeerde Afrika omdat er simpelweg geen goedkope medicijnen zijn'.
Leereveld zegde zijn baan op en besloot om de 20 grootste fabrikanten van geneesmiddelen wereldwijd te gaan indexeren. De fabrikant die zich het meest inzet om medicijnen beschikbaar te krijgen voor ontwikkelingslanden staat bovenaan. Degene die zich hier niet om bekommert, belandt onderaan in de lijst. En dat vinden deze laatsten niet leuk. Dat is slecht voor het imago, want het bedrijf lijkt harteloos en meer te geven om geld dan om gezondheid. Het is ook slecht voor de beurskoersen. Want een bedrijf dat zich vandáág niet om Afrika bekommert, heeft daar mórgen, wanneer Afrikanen wel iets te besteden hebben, ook geen voet aan de grond. Met zijn index wil Leereveld zich uitdrukkelijk niet tegen de farmaceutische industrie keren maar hen tot betere bedrijven maken. Hij wil hen een duwtje in de rug geven in de richting van meer maatschappelijke betrokkenheid. Zo stond de Amerikaanse geneesmiddelenfabrikant Pfizer op de eerste Index, uit 2008, vrijwel onderaan de lijst. Het Britse Glaxo SmithKline staat zowel in 2008 als in 2010 bovenaan. Onder andere omdat ze hun medicijnen voor veel lagere prijzen verkopen in arme landen dan in rijke landen. Afgelopen zomer besloot ook Pfizer de prijs van een belangrijk tbc-medicijn fors te verlagen. Pfizer zette die stap waarschijnlijk om niet onderaan de index te blijven bungelen en steeg dan ook van de 17e plaats in 2008 naar de 11e plaats in 2010. En Leereveld wordt nu op handen gedragen door de groten der aarde, van Bill Gates tot de Britse koningin.
Nu wordt de geneesmiddelenindustrie wel vaker de zwarte piet toegespeeld als het gaat om ellende in de Derde Wereld. Maar waarom zouden alleen farmaceutische bedrijven zich voor de armsten in moeten zetten? Waarom kunnen dit ook andere bedrijfstakken niet doen? Mensen in de armste delen van de wereld hebben ook veilige huizen nodig. Ze hebben behoefte aan goedkoop zaaigoed, aan kunstmest, aan landbouwwerktuigen, aan schoolboeken en andere basale goederen. Die hoeven ze niet gratis te krijgen. Ze willen er graag voor betalen, maar dan moeten ze ook betaalbaar zijn. En technisch is het allang mogelijk om goedkope maar toch veilige huizen te ontwikkelen of om goedkoop maar toch krachtig zaaigoed te maken.
Voor de armen zou het dan ook een zegen zijn wanneer we in het Westen veel meer indexen zouden ontwikkelen waarmee bedrijven worden geprikkeld in ontwikkelingslanden te investeren. Zo zouden bouwgiganten als Volker Wessels of BAM samen met Nakheel uit Dubai of Hochtief uit Duitsland via een Acces tot Housing-Index uitgedaagd kunnen worden voor de armen te bouwen. Dat geldt ook voor fabrikanten van landbouwwerktuigen, voor de voedselverwerkende industrie, of voor de schoolboekdrukkers. Welke bevlogen econoom gaat hier een index voor ontwikkelen? Dan genieten we bij een volgende WK in Afrika nog meer.
Ilse Vossen is gezondheidswetenschapper bij het Radboudziekenhuis in Nijmegen en redacteur van het Wereldpodium in Tilburg.
‘Wat kost een mens? Hoe bestrijdt de farmaceutische industrie aids, malaria en tbc?’ Daarover gaat het dinsdag 6 juli bij het Wereldpodium, tussen 18.00 en 20.00 uur in De Harmonie in Tilburg.
Ontvangst is om 17.30 met brood en soep. Einde: ruim voor de halve finale van het WK-voetbal.
Met deelname van Wim Leereveld, grondlegger van de ‘Acces to Medicine Index’, Robert Berkelbach van der Sprenkel, woordvoerder van farmaciegigant MSD. Muggenonderzoeker Bart Knols.
Entree: 2 Euro
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!


Sorteer reacties















