Meeus, directeur van het Center for Innovation Research aan de Universiteit van Tilburg, steekt niet graag zijn terechtwijzende vingertje in de lucht. Hij wil veel liever samenwerken met de grote en kleine ondernemers en ze handvatten bieden om de innovatie daadwerkelijk ter hand te nemen. De hoogleraar, mede-organisator van een internationaal congres van de UVT over innovatie dat vanaf vandaag tot en met zaterdag gehouden wordt, geeft mede daarom lezingen voor het bedrijfsleven en publiceert over het onderwerp waar hij zich al zo'n twintig jaar intensief mee bezighoudt. Hij noemt zich een 'constructieve criticaster'. Kern van zijn verhaal is dat innovatie noodzaak is en dat innovatiemanagement niet hetzelfde is als het managen van de standaardprocessen in de bedrijfsvoering. "Innoveren betekent groei. De cijfers wijzen uit dat innovatie leidt tot tien procent meer groei in omzet en werkgelegenheid. Als Nederland én Brabant mee willen blijven doen, moeten we wel innoveren. Anders lopen we rap achterop. Het is do or die."
In weerwil van de relatief goede cijfers over de Nederlandse economie stelt Meeus vast dat, als het om innovatie en innovatie-management gaat, er internationaal bekeken slechts een positie in de onderste regionen is weggelegd. "De cijfers wijzen dat keihard uit. Als je 27 landen in Europa vergelijkt, moeten we vaststellen dat het imago van Nederland als handelsland dat open staat voor nieuwe ontwikkelingen, sterk verbleekt is. Als het gaat om innovatie, marketing, nieuwe organisatievormen of procesinnovatie lopen we achterop en scoren we lager dan landen als Malta, Servië en vooral Zweden en Finland. We doen het echt niet zo goed als we altijd en graag denken."
Meeus stelt daarentegen wel vast dat Brabant daar iets gunstiger tegen afsteekt. "Dat komt vooral door de gunstige omstandigheden die hier gecreëerd zijn. De traditie van de maakindustrie, het industriële verleden, de kennisinstituten, zorgsector, toeleveranciers en instanties als de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij zijn hier goed aan elkaar geknoopt. Er was en is een industriële elite die opstaat bij crisissituaties. Dat leidt tot innovatief gedrag, al kun je je wel afvragen of het zonder die instituties ook zou gebeuren. Het zou best wel eens kunnen dat de Brabantse ondernemer net zo weinig innovatief denkt als de collega in het westen van het land."
Volgens de Tilburgse hoogleraar moet innovatie in de haarvaten van een onderneming zitten. "Het is geen verhaal van 'het is nu zomer en dus moeten we de heg gaan snoeien'. Het gaat erom dat het in het dna van de organisatie zit. Het gaat om mensen, visie en leiderschap. Die drie ingrediënten bepalen of een organisatie wil en kan innoveren."
Het zwakst ontwikkeld in onze huidige economische constellatie is het leiderschap. "Dat ligt aan het door ons gehanteerde Angelsaksische managementsysteem. Dat verstrekt risicomijdend gedrag. Onze managers worden afgerekend aan de hand van hun prestaties. We kijken naar omzet, kostenbeheersing en marktaandeel. Als de manager daarop scoort, wordt hij beloond. Een manager werkt daarom het liefst met altijd haalbare doelstellingen. Alles wat niet past in dat systeem - zoals innovatieve investeringen - wordt dan ook vermeden. Dat is de achilleshiel van ons huidige systeem."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!


Sorteer reacties















