Bestuurskundige Frank Hendriks: "Een politicus mag zich niet zo maar weg laten blazen, zo'n debat is toch een lakmoesproef". foto Joris Buijs/PVE
Politiek in Nederland, dat komt toch neer op de 'hogere kunst van het elkaar vliegen afvangen'. Met die woorden zette Rob Riemen, directeur van het Tilburgse Nexus-instituut, vorige week in het tv-programma Buitenhof de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen weg als een volstrekt nutteloze exercitie.
In de debatten op tv grossieren de lijsttrekkers in oppervlakkigheden en proberen ze elkaar met vooraf ingestudeerde soundbites de loef af te steken. De kiezer heeft er niets aan, zo luidde het vernietigende oordeel van intellectueel Riemen.
Frank Hendriks, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, oordeelt milder over de op zijn einde lopende verkiezingscampagne. "Op een aantal punten is de kiezer zeker wijzer geworden. Denk maar aan de hypotheekrente-aftrek. Of de AOW. Het lijkt me toch dat mensen daar nu veel meer van weten dan drie weken geleden." Maar zijn de tv-debatten niet te veel gaan lijken op een politieke Idols-verkiezingen, waarbij de kandidaten vooral worden gewogen op hun gevatheid? "Het moet allemaal snel-snel", beaamt Hendriks. "Maar je kunt het niet allemaal afdoen als irrelevant. Een politicus mag zich niet zo maar weg laten blazen, zo'n debat is toch ook een lakmoesproef. Het falen van Job Cohen is opmerkelijk. Wie wist dat hij zo zou gaan stotteren op zulke momenten? Bij de PvdA hebben ze gedacht dat het wel goed zat met Cohen, maar de conclusie moet toch zijn dat ze hier beter op had moeten trainen. Zo'n vragenvuur met zeven andere lijsttrekkers is toch wat anders dan een interview met iemand die een mooie ambtsketen om zijn nek draagt. Een paar keer stotteren en je voelt het in de electorale portemonnee." Niettemin vindt ook Hendriks dat het goed zou zijn als het format van de tv-debatten wordt aangepast. "Ik zou de lijsttrekkers ook wel eens een paar casussen voor willen leggen, waarin ze kunnen laten zien hoe ze een crisis oplossen. Een paar jaar geleden bestond er ook zo'n programma: Grootmeesters. Job Cohen kwam toen uit de bus als de beste burgemeester. Als de politici vinden dat de tv-debatten te veel aan Idols doen denken, moeten ze zelf een ander format aandragen bij de omroep. Als ze gezamenlijk optrekken, heeft dat best kans van slagen." Hendriks heeft de voorbije jaren veel geschreven over de Nederlandse 'consensusdemocratie', waarin altijd op basis van compromissen moet worden bestuurd. De Nederlandse democratie heeft vooral een geloofwaardigheidsprobleem, zo vindt hij. Burgers hebben stevige kritiek op het bestel en ook politici zelf komen met allerlei voorstellen om het 'Huis van Thorbecke' te verbouwen. "Zeker in de jaren 2002 tot 2005 is het vertrouwen flink gezakt. Daarna is het weer wat geklommen, maar je kunt toch zeggen dat de partijdemocratie moeizaam functioneert. De opkomst bij de verkiezingen is nog redelijk, maar het aantal mensen dat lid wordt en blijft van een politieke partij is toch erg klein."
"Interessant aan deze campagne is dat de middenpartijen toch wel veerkracht hebben getoond. Vorig jaar leken CDA, VVD en PvdA helemaal leeg te lopen, maar in de peilingen hebben ze zich toch knap hersteld. Zeker de VVD en de PvdA natuurlijk. Burgers zijn toch niet zo dom als soms wordt gedacht: nu het er op aankomt, schrikken ze er toch voor terug om op de PVV of Rita Verdonk te stemmen. De middenpartijen hebben hun profiel ook wat opgepoetst, juist om de wat extremere partijen de wind uit de zeilen te nemen. Vooral de VVD is daar goed in geslaagd." Ondanks het herstel van de VVD zet de versplintering van de macht zich toch door, zo blijkt uit de opiniepeilingen. Dat betekent dat het de komende tijd een hele kluif zal worden om een stabiel kabinet te vormen. Misschien wordt het wel een minderheidskabinet, beseft Hendriks. "Voor een bestuurskundige zou dat natuurlijk interessant zijn. En het hoeft ook geen ramp te zijn, in Denemarken kan het ook. Het kabinet moet zien te werken met wisselende meerheden in het parlement, waarbij je alleen over de belangrijkste zaken goede afspraken moet maken. In Nederland wordt zo'n regeerakkoord altijd heel erg dichtgetimmerd, maar Engeland laat sinds kort zien dat het ook anders kan."
Bestuurders als Hans Hoogervorst (VVD) en Gerd Leers (CDA) hielden onlangs een pleidooi voor het invoeren van een kiesdrempel, die een rem zou zetten op de versnippering. Hendriks: "Misschien is het goed om een bescheiden kiesdrempel van twee of drie procent op te werpen, maar laten we eerst maar eens afwachten hoe de uitslag uitpakt. Een kiesdrempel zou de pluriformiteit van de politiek kleiner maken, dat vind ik een groot nadeel. Het is toch ook wel weer mooi dat Nederland een Partij voor de Dieren kent, zo'n geluid moet je niet meteen de nek om draaien."
Maar al die kleine partijen kunnen wel de bestuurbaarheid van het land ondermijnen, onderkent Hendriks. Wat te doen als zich straks een Partij voor de Garnalen aandient, zoals PvdA-'er Ed van Thijn onlangs zei te vrezen? "Daarom is het instellen van een lage kiesdrempel toch het overwegen waard. Het dwingt splinterpartijen om met elkaar te gaan samenwerking, anders komen ze nooit aan de bak. In Duitsland, waar ze een kiesdrempel hebben van vijf procent, is op die manier Die Grünen ontstaan. Dat is ook een samenvoeging van verschillende kleintjes. Maar het lijkt me wijs om te kijken wat er woensdag gebeurt."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!

Sorteer reacties















