Werkgroepen hebben in opdracht van het kabinet Balkenende IV gezocht naar mogelijkheden om structureel tot twintig procent op de overheidsuitgaven te besparen.
De politiek moet nu keuzes maken die jaarlijks 29 miljard euro aan besparingen zullen opleveren, om zo de economie gezond te maken en de generaties na ons niet op te zadelen met onze schuldenlast.
Ook de onderwijsuitgaven zijn tegen het licht gehouden. Jaarlijks investeert de overheid 8 miljard in het basisonderwijs, dat wordt gegeven aan 1,6 miljoen leerlingen, verspreid over zo'n 7500 scholen. Een besparing van twintig procent betekent dat het budget van circa 25 euro per dag per leerling wordt teruggeschroefd naar 20 euro. De keuzes die een nieuw kabinet moet maken, zijn ingrijpend en vragen om visionair leiderschap.
Ik betoog niet dat in het onderwijs geen doelmatigheidswinst is te boeken, maar bepleit vooral te letten op het brede verband en de lange termijn. Onderwijs is een investering in de toekomst. Het maatschappelijke rendement van het onderwijs houdt direct verband met de hoogte van deze investering.
Het Centraal Planbureau berekende in 2007 dat een toename van de gemiddelde opleidingsduur met één jaar leidt tot acht procent meer productie. Ook op persoonlijk niveau rendeert een goede opleiding. Een extra jaar onderwijs levert iemand over de gehele beroepsloopbaan gemiddeld 5 tot 15 procent meer inkomen op.
Het standpunt dat de onderwijsopbrengsten over de hele linie omhoog moeten, wordt breed gedeeld. Daarvan getuigt ook de Kamerbreed aangenomen motie-
Hamer om Nederland klaar te stomen voor de top-5 van kenniseconomieën. Daar is elk talent voor nodig.
Het basisonderwijs is letterlijk de basis van onze kenniseconomie. Het is onze ambitie om de onderwijskwaliteit de komende jaren fors te verhogen. Het basisonderwijs heeft de opdracht elk talent te ontwikkelen en leerlingen zonder achterstanden in reken- en taalvaardigheden de school te doen verlaten. Want achterstanden die na het basisonderwijs nog bestaan, kunnen later nauwelijks meer worden gerepareerd.
Krappe overheidsfinanciën noodzaken ons niet alleen te spreken over zaken die we écht belangrijk vinden, maar ook om het nadrukkelijker over prijskaartjes te hebben. Een dag op een basisschool kost zo'n 25 euro per leerling, een beperkt leertraject voor een voortijdig schoolverlater dagelijks 125 euro en een dag in een justitiële jeugdinrichting zo'n 300 euro. Worden alle maatschappelijke kosten van een voortijdig schoolverlater opgeteld, dan bedraagt de som uiteindelijk 1,4 miljoen euro per uitvaller! Over de belangrijker geachte immateriële kosten hebben we het dan nog niet eens gehad.
Kortom: goed onderwijs dat in staat is leerlingen te stimuleren, is geen uitgavenpost, maar een zinvolle investering die fors rendeert.
De economische crisis verlangt meer dan ooit dat wij de financiële middelen zo efficiënt mogelijk inzetten. Zo is op het gebied van huisvesting van scholen betere doelmatigheid mogelijk. Een voorbeeld. Geld voor nieuwbouw van schoolgebouwen gaat nu van het rijk via de gemeenten naar de scholen. Omdat gemeenten andere financiële belangen hebben dan scholen, worden er anno 2010 soms nog scholen gebouwd zonder behoorlijke isolatie. Ook is op sommige scholen het binnenklimaat zo slecht, dat leerlingen
's middags niet meer helder kunnen leren. Dat is onacceptabel.
Basisscholen zouden de huisvestingsmiddelen dan ook rechtstreeks van het rijk moeten ontvangen. Ook is een betere doelmatigheid te bereiken op het terrein van de vele projectsubsidies. De daarmee gepaard gaande verantwoordingslast voor de scholen weegt niet op tegen de relatief kleine baten. Schrap die aparte projectsubsidies daarom en voeg het budget toe aan de zogeheten 'lump sum' die scholen ontvangen.
Maar bij deze maatregelen kan het niet blijven. De discussie in de verkiezingscampagne moet niet uitsluitend gaan over 29 miljard bezuinigen, maar ook over maatschappelijke investeringen, zoals in het basisonderwijs. Vanzelfsprekend is het vervolgens aan het onderwijs om de doelmatigheid van de bestedingen publiek te verantwoorden. Om kort te gaan: Bezuinigen op onderwijs is penny-wise and pound-foolish: je wint op de korte termijn maar verliest op de lange. Doen we dat toch, dan leggen we zéker een schuldenlast op de schouders van onze kinderen en kleinkinderen.
Kete Kervezee is voorzitter van de PO-Raad (Primair Onderwijs) en voormalig inspecteur-generaal van het onderwijs.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties













