Het is altijd plezierig als mensen hun betrokkenheid bij het basisonderwijs kenbaar maken.
Het recente artikel van oprichter Peter Meijer van bijlesinstituut beter-bijles.nl nam het leesplezier echter snel weg.
Het artikel in het Brabants Dagblad stelt dat de kwaliteit van het basisonderwijs 'ondermaats' zou zijn, met name het taal- en rekenonderwijs. Deze basisvaardigheden spelen op de basisschool een grote rol, maar als we alleen hier het accent op leggen, dan ontstaat er een beperkt en eenzijdig beeld van het beroep van leraar.
De leraar op de huidige basisschool moet veel meer kunnen dan goed taal- en rekenonderwijs bieden.
De kwaliteit van de leraar of school wordt traditioneel gemeten aan de hand van leerling-resultaten. Is dit wel het juiste criterium? Als een leraar alle leerlingen feilloos leert rekenen en spellen, is dit dan een goede leraar? Is hij een goede leraar als kinderen in de klas bang voor hem zijn wegens een autoritaire aanpak? Spreken we dan toch over een goede leraar, want de Cito-scores zijn goed?
Een goede leraar zorgt voor een goed, pedagogisch klimaat waarin kinderen zich volledig kunnen ontplooien.
Een goede leraar heeft oog voor verschillen tussen leerlingen. Hij kan vanuit zijn verworven kennis elke leerling op het juiste niveau plaatsen en begeleiden. Ook de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen is hierbij belangrijk. De leraar helpt kinderen zich voor te bereiden op een goede rol in de maatschappij. Hij leert hen vanuit hun eigen kracht en mogelijkheden keuzes te maken en goed om te gaan met alle prikkels uit de huidige maatschappij.
Het spreekt voor zich dat de leraar kinderen ook goed leert lezen, schrijven en rekenen. Echter, een leraar die dit alleen als kerntaak beschouwt, schiet schromelijk tekort. Het betreffende artikel stelt dat het realistisch rekenen geen bijdrage geleverd zou hebben aan een verbetering. Er wordt vaker geopperd dat de 'traditionele rekenmethode' beter zou zijn dan het 'realistisch rekenen'. Onlangs is er door de
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen onderzoek gedaan naar beide methodes. Conclusie: kinderen met de beste leraar leren het beste rekenen, ongeacht de methode.
Het lectoraat van de Fontys pabo's houdt zich onder andere bezig met onderzoek als middel om leraren voor te bereiden op vernieuwing in het onderwijs. Een onderzoekende houding betekent bijvoorbeeld dat er bronnen geraadpleegd worden en dat uitspraken en methodes gebaseerd worden op feitelijke juistheden.
Het is de vraag of Peter Meijer de feitelijke gegevens heeft gecheckt. Verderop staat dat 'gediplomeerden niet voldoen aan de criteria voor een goede onderwijzer'. Op grond van welke gegevens dit gesteld wordt, is onduidelijk.
Het behoeft geen uiteenzetting dat alle studenten die de pabo verlaten met diploma, voldoen aan de bekwaamheidseisen. Meijer spreekt over een lijst met vaardigheden en 21 competenties.
De pabo's in Nederland, maar ook de lerarenopleidingen voortgezet onderwijs werken echter met wettelijk verankerde bekwaamheidseisen. Het grootste aandeel hierin is voor de vakinhoudelijke en didactische competentie. Taal en rekenen spelen hierin een cruciale rol: natuurlijk moet elke leraar in het basisonderwijs goed kunnen spellen en rekenen.
Maar let wel: pabostudenten moeten in de propedeuse ook voldoen aan hoge normen aangaande de toetsing van taal en rekenen. Het werken met verschillende kennisbases, onder meer voor rekenen en taal is helemaal geen verre toekomstmuziek, maar de huidige realiteit.
Dagelijks gaan er in Noord-Brabant meer dan 200.000 kinderen naar school in het primair onderwijs. De leraren staan dag in dag uit voor hen klaar om hen op alle terreinen verder te helpen. Het is één van de meest complexe en uitdagende beroepen die Nederland kent.
Loopt maar eens een dagje mee met een leraar. Dan ontstaat er vanzelf een groot respect voor de leraar van vandaag!
Dr. Anouke Bakx is lector leren en innoveren aan de Fontys pabo's.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties













