Auteur: door Gaby Westelaken |
dinsdag 09 maart 2010 | 10:29 | Laatst bijgewerkt op:
dinsdag 09 maart 2010 | 16:05
'Schoonmakers willen niet lullen maar poetsen'.
Er is weer een cao-conflict in Nederland. Rondom de stakende schoonmakers van treinen en stations voltrekt zich een moddergevecht.
Het is niet voor het eerst onrustig op het spoor, en naar ik vrees ook niet voor het laatst. De FNV stelt vier eisen: 3% meer uurloon, betere reiskostenvergoeding, scholing en respectvolle behandeling van het personeel. Dit lijkt op het eerste gezicht redelijk. Maar het geschetste beeld is niet volledig realistisch.Ten eerste: de looneis van 3%. Klinkt mooi, maar niet als je weet dat er twee jaar geleden, toen de economie nog op volle toeren draaide, al een cao-stijging van 10% is geweest. De eisen nu zouden alles bij elkaar weer voor een kostenstijging van 10% zorgen. Dat is verre van reëel. Ten tweede: de reiskostenvergoeding. Een erg bijzondere eis in een tijd dat we het milieu willen ontzien. Is het niet veel beter om reiskilometers te sparen door de schoonmakers dichter bij huis te laten werken? Schoonmaakobjecten liggen per definitie geografisch verspreid. Ons bedrijf is het ook gelukt om 80% van de medewerkers op maximaal 5 kilometer van hun woonadres in te zetten. Als zij ervoor kiezen verder weg te werken, is dat een vrijwillige keuze. De derde eis: scholing voor de schoonmakers. Ook ons regionale schoonmaakbedrijf wil niets liever dan zelfbewuste, gemotiveerde medewerkers en een beter imago voor de branche. Daarom zijn wij samen met het UWV een leerwerkproject gestart en proberen wij met het KW1-College voor 2011 een opleiding Schoonmaak op te zetten. Wij stimuleren onze medewerkers om een opleiding te volgen, maar slechts 30% van onze eigen mensen heeft een schoonmaakopleiding gevolgd. Schoonmakers kiezen meestal bewust voor ongeschoold werk, zo is onze ervaring. Hun devies is: niet lullen maar poetsen.
De FNV stelt zich met zijn eisen onrealistisch en populistisch op. Ik kan me niet geheel aan de indruk onttrekken dat deze stemmingmakerij te maken heeft met het winnen van zieltjes. Reken maar mee. De FNV haalt de voorpagina's van alle kranten en nieuwssites, terwijl hun teruglopend ledental slechts nog minder dan 10% bedraagt van de ruim 200.000 medewerkers in onze branche. Het is makkelijk scoren door te roepen wat de mensen willen horen.Volgens de FNV laten schoonmaakbedrijven zich uitmelken door de opdrachtgevers. Daar hebben ze wel een punt. Grote projecten worden aanbesteed. De landelijk opererende schoonmaakbedrijven zijn ooit zo onverstandig geweest om steeds verder onder de kostprijs te duiken. Regionale schoonmakers, zoals wij, kiezen hier bewust nooit voor. Die zitten namelijk verankerd in de omgeving waar zij deel van uitmaken en kijken in de eerste plaats naar het welzijn van hun mensen. Dat is hun grootste kapitaal.
Met de laatste eis van de FNV ben ik het daarom volledig eens: respect voor schoonmaakmedewerkers. Daarop is bij regionale schoonmaakbedrijven het beleid gericht. Iemand die respect krijgt is trots, zowel thuis als op het werk. Hun plezier merken wij onder meer aan een laag ziekteverzuim en een laag verloop. Dat is een win-winsituatie voor alle partijen. Als de bestuursleden van de FNV willen langskomen om te zien hoe de toekomst op een realistische manier verbeterd kan worden, zijn zij van harte uitgenodigd.
Gaby Westelaken is directeur van GWS de Schoonmaker in Rosmalen en lid van de economische commissie van de Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten (OSB).
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.