Als cultuurhistoricus moest ik naar aanleiding van alle commotie over het weigeren van de communie aan de carnavalsprins van Reusel, onwillekeurig aan dit oude carnavalsincident denken. Ook hier werd het sacrament als machtsmiddel gebruikt om uit te sluiten. In dit geval niet vanwege de aard van het feest, maar vanwege de geaardheid van de prins. Het aspect van de kerk die de sacramenten inzet als vorm van symbolisch geweld om de onwelgevallige ander af te wijzen, is tot nu toe onderbelicht. Deze vorm van geweld wordt veelal niet als zodanig gezien door kerkelijke ambtsdragers.
De genademiddelen van de kerk worden ingezet als dwangmiddel om het afgedwaalde schaap in het gareel te dwingen of 'af te schrijven' door radicale uitsluiting.
Ouderen onder ons kennen nog wel de uitdrukking 'het schuifke krijgen', waarbij aan de zondaar de vergeving van de zonden (de absolutie) werd geweigerd in de biechtstoel. Dit was voor velen een vreselijke straf die tot ernstige gewetensnood kon leiden. De uitdrukking is afgeleid van het door de biechtvader dichtschuiven van het spreekrooster, waarmee de berouwvolle biechteling van het sacrament werd afgesneden. Grote incidenten kennen we uit het verleden ook rond de weigering om 'zondaren' te begraven in gewijde aarde, als zouden zij een bezoedeling vormen voor de gelovige gemeenschap. Daarnaast speelden vele kwesties rond het niet verlenen van huwelijksdispensaties, waarbij het sacrament van het huwelijk in het geding is. De katholieke kerk heeft dus, bezien vanuit het relatief recente verleden, een flinke staat van dienst als het gaat om het inzetten van sacramenten als dwang- en strafmiddel.
Met het verdampen van het Rijke Roomsche Leven in de jaren zestig behoorden dit soort kwesties tot het verleden, zo dachten we. Maar de huidige reactionaire restauratiebeweging in Nederland, een overreactie op de ingevoerde vernieuwingen van het Tweede Vaticaanse Concilie, leert anders. Met een vroom gezicht worden, met een beroep op de genademiddelen, opnieuw radicaal mensen van het heil afgesneden. Het gebeurt met een zelfverzekering en overtuiging van het eigen institutionele gelijk die ver af staat van de evangelische boodschap. Dit kan nooit de bedoeling zijn geweest! Er wordt enorme schade aangericht met betrekking tot het aanzien en de geloofwaardigheid van de katholieke kerk als bemiddelaar van heil en geluk. Wat mij het meest verwondert is dat de kerkleiding niet onmiddellijk adequaat reageert op zo'n lokaal incident en het tot onbeheersbare proporties laat uitgroeien. Bisschop Hurkmans is de regie volledig kwijt en uit onmacht wordt het sacrament van de eucharistie helemaal niet meer uitgedeeld, nota bene in zijn eigen kathedraal. Anders dan in het Tilburg van 1857 laten gelovigen dit niet meer over hun kant gaan, van welke kant ze ook zijn. Het conflict gaat nog meer escaleren als er niet snel wordt teruggekeerd van dit heilloze pad om mensen die bij de kerk willen behoren uit te sluiten. Tot de spelregels van de kerk kan nooit geweld behoren. En juist dat wordt nu toegepast.
In onze samenleving hanteren we doorgaans een heel beperkte opvatting van geweld, die versluierend werkt. Geweld wordt immers geassocieerd met extreme omstandigheden, wordt meestal fysiek opgevat en als irrationeel en impulsief beschouwd. Fysiek geweld is maar één aspect uit het spectrum dat begint met sarren en plagen, beledigen en onteren (pesten op school en werk is alom aanwezig). Het meeste geweld is kortom niet lichamelijk.
De kerk verkondigt terecht geweldloosheid, maar sluit de ogen voor het geweld dat in eigen gelederen wordt toegepast, simpelweg omdat men het niet als geweld beschouwt. Daar waar het de fysieke integriteit van de ander betreft, zoals met de schandalen inzake seksueel misbruik die ook alles met macht en geweld van doen hebben, wordt thans wel het boetekleed aangetrokken - 'met de kennis van nu', zogezegd. Ook bij het weigeren van sacramenten als machtsmiddel is dat onvermijdelijk, wanneer je een perspectief van symbolisch geweld hanteert.
Het heilige wordt beschouwd als een kostbare schat die aan de kerk is toevertrouwd. De opstelling van de katholieke kerk ten aanzien van het heilige is evenwel sterk ingegeven door smetvrees. Er heerst onder de kerkleiders een diepe angst dat het heilige bezoedeld en aangetast wordt door onzuivere, wereldse zaken. Maar het heilige ligt nu juist onontwarbaar besloten in die rommelige wereld van alledag. Het heilige hoeft dan ook helemaal niet, anders dan veel geestelijken denken, beschermd te worden. Maar goed ook, want het is een kleingelovige illusie te menen dat je door het weigeren van de eucharistie het sacrament zuiver kunt houden; een sacrament dat in de morsige praktijk van alledag voortdurend aangetast zou worden door gelovigen als het niet als wezenskenmerk zelf zuiverheid zou bezitten. Niet de zuiverheid van het sacrament is in het geding, maar de zuiverheid van de kerk als sociale vorm van geloven.
Professor doctor Gerard Rooijakkers is katholiek.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties













