'In onze kenniseconomie is het zaak, dat het hoger onderwijs voor een diverse groep studenten aantrekkelijk is.' foto Hans Steinmeier
Werken en intussen haar kansen vergroten, dat was de wens van Joanne Sue van Poppel uit Den Bosch.
Met een mbo-opleiding op zak wilde ze graag op hbo-niveau verder leren, het liefst naast haar werk. Met de nieuwe Associate degree-programma's werd haar die mogelijkheid geboden. Zo'n programma is een tweejarig onderdeel van een hbo-opleiding met een eigen diploma. Ideaal voor mensen zoals Joanne Sue die op hbo-niveau willen doorleren, maar moeite hebben om nog eens vier jaar in de schoolbanken te gaan zitten.Dinsdag 26 januari plaatste het Brabants Dagblad een opinie-artikel van Marcel Wintels, voorzittervan de Raad van Bestuur van Fontys hogescholen. Hij pleitte voor een afbakening van het terrein van het hbo. Aan twee kanten van het hbo metselt hij een muur. Aan de ene kant moet het hbo geen wetenschappelijke ambitie hebben. Dat is de kern van de universiteit. Aan de andere kant past ook tweejarig hbo niet binnen de hogescholen. Voor studenten die een vierjarige hbo te lang vinden, acht hij een niveau tussen mbo en hbo meer geschikt. Dit tussenniveau zou dan behaald kunnen worden op een nieuw op te richten school, een samenwerkingsverband van mbo en hbo.
Voor het onderscheid tussen hbo en universiteit valt wat te zeggen. Een nieuw tussenniveau tussen mbo en hbo is daarentegen geen goed idee. Daarvoor zijn tenminste drie redenen. Ten eerste kiezen studenten die tweejarige hbo-programma's volgen heel bewust voor een opleiding op hbo-niveau. Het merendeel van de studenten geeft als reden voor de keuze, dat het programma maar twee jaar duurt en dat met een echt diploma in de hand alsnog de keuze kan worden gemaakt voor een vervolg in de bacheloropleiding. Dat heeft een grote aantrekkingskracht op mbo'ers en op werkenden zoals Joanne Sue. Vooral deze groepen kiezen voor de tweejarige hbo-programma's. Een impuls voor het leven lang leren dus.
Ten tweede zien werkgevers juist een korte opleiding op hbo-niveau zitten. De helft van de grotere bedrijven in het MKB heeft behoefte aan werknemers met een tussengraad op dat opleidingsniveau. Veel functies vereisen complexere kennis en vaardigheden dan voorheen, waardoor mbo-diploma's niet langer toereikend zijn. In andere Europese landen is de werkloosheid onder afgestudeerden met een soortgelijke opleiding ook laag. Wel moeten Nederlandse werkgevers nog wennen aan het nieuwe diploma, een gewenningsproces dat bij een nieuw tussenniveau nog veel groter zal zijn.
Een derde reden om de nieuwe graad op hbo-niveau aan te bieden is een praktische. Het sluit goed aan op internationale ontwikkelingen in het onderwijsstelsel. Naast het onderscheid tussen bachelor en master is afgesproken een (vrijwillige) tussengraad in de bachelor in te voeren. Nederland vult dit in met de tweejarige hbo-programma's. De OESO (de Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling) pleitte hier al voor. In vergelijking met andere landen had Nederland betrekkelijk weinig onderwijs van dit type.
De muur om het hbo die Wintels bepleit, houdt deze vernieuwing in het onderwijs tegen en is dus ongewenst. De behoefte aan de nieuwe tussengraad is er vooral op hbo-niveau en niet op een niveau tussen mbo en hbo in. Overigens heeft Wintels wel een punt dat de wisselwerking met het mbo van groot belang is. Om de doorstroom van mbo'ers naar het hbo te bevorderen zouden mbo-instellingen de tweejarige programma's zelfs deels op zich kunnen nemen onder verantwoordelijkheid van de hogescholen. Het voordeel hiervan is dat mbo-instellingen zich in meer plaatsen bevinden dan hogescholen. Zolang het hbo-niveau maar gewaarborgd blijft.
In onze kenniseconomie is het zaak, dat het hoger onderwijs voor een diverse groep studenten aantrekkelijk is. Nu de economie wind tegen heeft, is het zinvol om langer in de schoolbanken te blijven ter overbrugging naar betere tijden. Niet voor niets is het aantal inschrijvingen in het hoger onderwijs fors gestegen. Binnen het hbo geldt dat nog het meest voor de tweejarige programma's. Het tweejarig hbo speelt adequaat in op de vraag vanuit de arbeidsmarkt en de samenleving naar hoger geschoolde kennis en vaardigheden. Het hbo moet deze vernieuwing omarmen en niet zoals Wintels wil isoleren in een aparte school met een eigen onderwijsniveau tussen het mbo en hbo in.
Djoerd de Graaf en Bert Tieben zijn senior onderzoeker bij het wetenschappelijk instituut SEO Economisch Onderzoek.


Sorteer reacties










