Het tegenwoordig gehanteerde systeem van 'realistisch rekenen' heeft er blijkbaar niet aan bijgedragen de problemen te verhelpen. Sterker nog, taalzwakke leerlingen hebben een extra probleem omdat de meeste sommen in verhaalvorm worden gegoten. Uit onderzoek van de universiteit van Ohio blijkt dat een leerling die een wiskundige theorie leert aan de hand van voorbeelden, moeite heeft de theorie opnieuw toe te passen in een andere context, en het begrijpend lezen vormt soms ook een heikel punt.
Het grootste probleem van de lerarenopleiding is dat gediplomeerden niet voldoen aan de criteria voor een goede onderwijzer. De lijst met vaardigheden die een toekomstige leraar volgens de pabo moet beheersen, omvat voornamelijk pedagogie, didactiek, communicatieve vaardigheden en management. Van de 21 competenties gaat er slechts één echt in op de reken- en taalvaardigheden van de student: 'kennis van de vakgebieden'. Maar ook de basisscholen zelf nemen te weinig initiatief tot verbetering. Nascholing van docenten staat vreemd genoeg op een veel te laag pitje, terwijl de overheid hier wel gelden beschikbaar voor heeft gesteld. Waarschijnlijk komt dit door de invoering van de lumpsum-financiering, die inhoudt dat de overheid één budget aan een school geeft dat 'vrij besteed' kan worden (het basisonderwijs ontving in 2008 60 miljoen euro meer dan het uitgaf!).
Ook wordt de school te vaak een belangrijke opvoedrol opgedrongen door de overheid. Dat is niet altijd verkeerd, maar het sluit niet aan op de Cito-toets en de entreetoets, waarin kinderen gewoon keihard worden beoordeeld op hun kennis van rekenen en taal.
Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft met de hbo-raad afgesproken dat vaardigheden en kennis van toekomstige leraren moeten worden vastgelegd in 'kennisbases' en vaardigheden van kinderen in 'kerndoelen'. Het zijn plannen voor de toekomst, maar logge bestuursorganen en vastgeroeste structuren verhinderen nog steeds een snelle implementatie.
Toch dient in het basisonderwijs snel een stevige basis te worden gelegd met goed onderwijs in rekenen en taal. Anders ontplooit een leerling zijn capaciteiten niet volledig en wordt de overgang naar het voortgezet onderwijs onnodig bemoeilijkt, wat de toekomstmogelijkheden van het kind beperkt. De criteria die de basisschool hanteert om de geschikte vervolgopleiding te bepalen– leerlingvolgsysteem, entreetoets en Cito-toets – geven zonder die goede basis nu een onvolledig beeld van de potentie van een leerling.
Wat zijn de mogelijke oplossingen? Op de pabo zal de kennis van de vakgebieden veel meer gewicht moeten krijgen door meer lesuren aan taal- en rekenvaardigheden te besteden. Beter opgeleide docenten zullen resulteren in betere prestaties van leerlingen op de basisschool. Hier zal dan ook een beter salaris voor docenten tegenover moeten staan.
Ook het toelatingsbeleid voor de PABO-opleiding zal aan strengere eisen moeten gaan voldoen. Vervolgens dient het op orde brengen van de basisvaardigheden al in de eerste twee jaren van de pabo-opleiding de hoogste prioriteit te hebben. Dit moet zijn gebeurd voordat studenten aan stages op basisscholen beginnen; het kan natuurlijk niet zo zijn, dat een leraar in spé gemiddeld slechter rekent dan een goede leerling uit groep 8.
Verder zal de lerarenopleiding terug moeten naar de oude structuur van kweekschool en pabo. Er is geen reden waarom een kleuterleerkracht rekensommen van groep 8 moet kunnen uitleggen. Omgekeerd hebben veel toekomstige leraren geen zin om zo lang een studie te volgen waar je ook wordt opgeleid om te leren plakken en knippen met kleuters.
Met deze verbeteringen wordt het aantrekkelijker om te kiezen voor een baan in het basisonderwijs en kan het nog steeds afnemende aantal nieuwe pabo-studenten een halt worden toegeroepen.
Het op de basisschool herinvoeren van het traditioneel rekenen en de lat hoger leggen door beter, maar ook méér reken- en taalonderwijs is een tweede verbetering.
De lessen in grammatica dienen te worden uitgebreid; het einddoel in groep 8 voor bijvoorbeeld zinsontleding gaat nu niet verder dan het behandelen van het lijdend voorwerp. Meer en vollediger grammaticaal onderwijs zal resulteren in betere resultaten op gebieden als begrijpend lezen en taalbegrip.
Tenslotte zal de standaard in het basisonderwijs ook moeten worden verhoogd; er zal meer tijd en geld moeten worden vrijgemaakt voor nascholing van leraren.
Peter Meijer is oprichter van bijlesinstituut beter-bijles.nl.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties













