Onderwijs op basisschool ondermaats

Auteur: door Peter Meijer |   vrijdag 05 februari 2010 | 09:26 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 10 februari 2010 | 15:44

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Er wordt veel geklaagd over de kwaliteit van het onderwijs. Het reken- en taalniveau op de basisschool is ondermaats, mede door onvoldoende vakkennis bij leraren.
Oplossingen worden soms genoemd, maar vooralsnog blijkt de situatie zich niet te verbeteren.

Het tegenwoordig gehanteerde systeem van 'realistisch rekenen' heeft er blijkbaar niet aan bijgedragen de problemen te verhelpen. Sterker nog, taalzwakke leerlingen hebben een extra probleem omdat de meeste sommen in verhaalvorm worden gegoten. Uit onderzoek van de universiteit van Ohio blijkt dat een leerling die een wiskundige theorie leert aan de hand van voorbeelden, moeite heeft de theorie opnieuw toe te passen in een andere context, en het begrijpend lezen vormt soms ook een heikel punt.

Het grootste probleem van de lerarenopleiding is dat gediplomeerden niet voldoen aan de criteria voor een goede onderwijzer. De lijst met vaardigheden die een toekomstige leraar volgens de pabo moet beheersen, omvat voornamelijk pedagogie, didactiek, communicatieve vaardigheden en management. Van de 21 competenties gaat er slechts één echt in op de reken- en taalvaardigheden van de student: 'kennis van de vakgebieden'. Maar ook de basisscholen zelf nemen te weinig initiatief tot verbetering. Nascholing van docenten staat vreemd genoeg op een veel te laag pitje, terwijl de overheid hier wel gelden beschikbaar voor heeft gesteld. Waarschijnlijk komt dit door de invoering van de lumpsum-financiering, die inhoudt dat de overheid één budget aan een school geeft dat 'vrij besteed' kan worden (het basisonderwijs ontving in 2008 60 miljoen euro meer dan het uitgaf!).

Ook wordt de school te vaak een belangrijke opvoedrol opgedrongen door de overheid. Dat is niet altijd verkeerd, maar het sluit niet aan op de Cito-toets en de entreetoets, waarin kinderen gewoon keihard worden beoordeeld op hun kennis van rekenen en taal.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft met de hbo-raad afgesproken dat vaardigheden en kennis van toekomstige leraren moeten worden vastgelegd in 'kennisbases' en vaardigheden van kinderen in 'kerndoelen'. Het zijn plannen voor de toekomst, maar logge bestuursorganen en vastgeroeste structuren verhinderen nog steeds een snelle implementatie.

Toch dient in het basisonderwijs snel een stevige basis te worden gelegd met goed onderwijs in rekenen en taal. Anders ontplooit een leerling zijn capaciteiten niet volledig en wordt de overgang naar het voortgezet onderwijs onnodig bemoeilijkt, wat de toekomstmogelijkheden van het kind beperkt. De criteria die de basisschool hanteert om de geschikte vervolgopleiding te bepalen– leerlingvolgsysteem, entreetoets en Cito-toets – geven zonder die goede basis nu een onvolledig beeld van de potentie van een leerling.

Wat zijn de mogelijke oplossingen? Op de pabo zal de kennis van de vakgebieden veel meer gewicht moeten krijgen door meer lesuren aan taal- en rekenvaardigheden te besteden. Beter opgeleide docenten zullen resulteren in betere prestaties van leerlingen op de basisschool. Hier zal dan ook een beter salaris voor docenten tegenover moeten staan.

Ook het toelatingsbeleid voor de PABO-opleiding zal aan strengere eisen moeten gaan voldoen. Vervolgens dient het op orde brengen van de basisvaardigheden al in de eerste twee jaren van de pabo-opleiding de hoogste prioriteit te hebben. Dit moet zijn gebeurd voordat studenten aan stages op basisscholen beginnen; het kan natuurlijk niet zo zijn, dat een leraar in spé gemiddeld slechter rekent dan een goede leerling uit groep 8.

Verder zal de lerarenopleiding terug moeten naar de oude structuur van kweekschool en pabo. Er is geen reden waarom een kleuterleerkracht rekensommen van groep 8 moet kunnen uitleggen. Omgekeerd hebben veel toekomstige leraren geen zin om zo lang een studie te volgen waar je ook wordt opgeleid om te leren plakken en knippen met kleuters.

Met deze verbeteringen wordt het aantrekkelijker om te kiezen voor een baan in het basisonderwijs en kan het nog steeds afnemende aantal nieuwe pabo-studenten een halt worden toegeroepen.

Het op de basisschool herinvoeren van het traditioneel rekenen en de lat hoger leggen door beter, maar ook méér reken- en taalonderwijs is een tweede verbetering.

De lessen in grammatica dienen te worden uitgebreid; het einddoel in groep 8 voor bijvoorbeeld zinsontleding gaat nu niet verder dan het behandelen van het lijdend voorwerp. Meer en vollediger grammaticaal onderwijs zal resulteren in betere resultaten op gebieden als begrijpend lezen en taalbegrip.

Tenslotte zal de standaard in het basisonderwijs ook moeten worden verhoogd; er zal meer tijd en geld moeten worden vrijgemaakt voor nascholing van leraren.

Peter Meijer is oprichter van bijlesinstituut beter-bijles.nl.

© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
@Linda.
Linda vraagt zich af wat je aan kennis hebt als je onvoldoende didactische vaardigheden beschikt om deze over te dragen.
Linda, het probleem is momenteel echter nu juist dat de leerstof van de huidige Pabo's volgestouwd zit, zoals Peter Meijer het bondig samenvat, met pedagogie, didactiek, communicatieve vaardigheden en management en er van de 21 competenties maar één betrekking heeft op "kennis van de vakgebieden". Jouw vraag heeft betrekking op een niet bestaande situatie of beter gezegd: een situatie waarin - in extreme mate - het tegenovergestelde aan de hand is. Je vraag is daarom niet relevant. De juiste vraag, die beter aansluit bij de werkelijkheid, luidt: wat heb je aan didactiek, communicatieve vaardigheden en pedagogiek als je geen kennis (meer) hebt om over te dragen?

Het gaat daarbij niet alleen om vaardigheden als rekenen en taal maar ook om de inhoudelijke kennisgebieden. Zo weet menig basisschool kind niets meer af van aardrijkskunde of geschiedenis en hebben de meesten geen enkel besef meer van de natuur (waar komt de melk vandaan? Van een pomp uit de grond).

@Willem Vermeulen.
Vermeulen memoreert dat toen hij 40 jaar geleden zelf op de kweekschool zat er ook studenten waren die moeite hadden met spelling en rekenen op het niveau van de zesde klas lagere school. Uit de recente onderzoeken van de HBO Raad bleek dat momenteel slechts 32% van de (6.000 onderzochte) eerstejaars studenten die vier maanden daarvoor waren begonnen aan de Pabo, geslaagd is voor de daarbij gebruikte taaltoets. Deze toets is ontwikkeld door het CITO en het niveau van de toets ligt iets hoger dan het eindniveau van de basisschool. Even daarvoor zakte de helft van de Pabo studenten ook al voor een zelfde wijze opgezette rekentoets.

Ik vind dit alarmerend en herinneringen aan vroeger doen mij alleen maar vermoeden dat men weigert of wilt er iets aan te doen. Een bekende retorische truc daarbij is altijd dat men niet de klok moet willen terugdraaien. Dat doet het altijd goed: je gaat toch niet de klok terugdraaien zeker? Mijn antwoord luidt kort en duidelijk: als met die oude methode betere resultaten zullen worden behaald, en niets wijst op het tegendeel, dan liefst per omgaande ogenblikkelijk weer invoeren. Ik geeft toe, het geeft een heel nieuwe dimensie aan het motto "we moeten leren van het verleden".

@Pieter:
Pieter vindt rekenen en taal (die hij reduceert, ten onrechte sprekend in commissie voor anderen, tot 'spelling') helemaal niet belangrijk. Ook stelt hij dat de hersenen van 11-12 jarigen daarvoor nog helemaal niet ver genoeg zijn uitontwikkeld. Raar maar ik kende net van de lagere school (zo heette dat toen nog) al prima rekenen en maakte bijna geen spellingfouten meer. En met mij velen. Rare hersenen moet ik toch hebben.
Stef Bots - 07-02-2010 | 17:34
Ik heb altijd begrepen dat iemand die les geeft op een basisschool per definitie onderwijzer is en genoemd wordt. Volgens mij heeft men de algemene benaming "Leerkracht" gauw omgedoopt in leraar. Als het snobisme hierin al hoogtij viert, dan kan ik me de capaciteit van veel "Onderwijzers" levendig voorstellen. Ik ken overigens diverse onderwijzers die op de speelplaats nog platter Tilburgs spreken als de kinderen.
Henk - 07-02-2010 | 11:42
Misschien dat de slogan samen naar school ook eens wat minder streng gehanteerd kan worden. Kinderen die extra aandacht nodig hebben (door allerlei redenen)en waarvan de ouders liever hebben dat ze naar speciaal basisonderwijs gaan, moeten niet meer zo nodig op gewoon onderwijs blijven. Daarnaast zouden wat kleinere klassen op sommige klassen ook helpen of een aantal keer in de week een onderwijsassistent in de klas.
Maar dat kan blijkbaar niet vanwegen bezuinigingen of scholen die geld oppotten.
Leerkrachten weer terug naar de basis, als echte juf of meester waar de kinderen respect voor hebben zou ook een optie zijn. Tegenwoordig krijgen de leerkrachten nogal wat voor hun kiezen.
Pascale - 07-02-2010 | 08:50
Inderdaat, de jeugt van teegenwoordug ken nie spellu.
mingus - 07-02-2010 | 08:39
Dat de pabo op moet leiden voor leerkrachten die boven de lesstof van de basisschool staan, lijkt me evident. Het is echter geen nieuw probleem. Toen ik ruim 40 jaar geleden op de kweekschool zat, waren er ook studenten die moeite hadden met spelling en rekenen op het niveau van de zesde klas lagere school. Dat vakdidactische vaardigheden noodzakelijk zijn is eveneens duidelijk. Tot zover kan ik de heer Peter Meijer nog volgen. Maar waarom hij plots poneert dat het traditioneel rekenen moet worden heringevoerd, is mij totaal onduidelijk. Het realistisch rekenen heeft haar potentie voldoende aangetoond, en het is een illusie dat men de klok op dit punt 40 jaar terug kan draaien. Laat de heer Meijers zich inzetten voor leerkrachten die goed modern reken- en taalonderwijs kunnen geven, dan kunnen we kinderen opleiden voor kennis, vaardigheden en attitudes die we in de toekomst nodig hebben, en niet voor zaken die ooit eens relevant waren, maar nu niet meer.
willem vermeulen - 06-02-2010 | 18:13

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Regels voor artikelreacties

Het Brabants Dagblad geeft lezers op de website de mogelijkheid te reageren op nieuwsartikelen. Het feit dat een mening of visie op maatschappelijke gebeurtenissen wordt gepubliceerd impliceert niet dat het Brabants Dagblad die mening ook deelt of op welke wijze dan ook ondersteunt. Het Brabants Dagblad houdt zich het recht voor reacties te weigeren.

  1. Anonieme reacties worden niet geplaatst. De afzender dient naam en bij voorkeur ook woonplaats te vermelden. Vermelding van het e-mailadres is verplicht.
  2. Reacties met als afzender een overduidelijk valse naam, bijvoorbeeld die van een bekende Nederlander, of met in de afzender scheld- of schuttingwoorden worden niet geplaatst.
  3. Verwijzingen naar websites worden niet geplaatst.
  4. Er mag geen sprake zijn van het schenden van het copyright van derden (citeren mag, complete publicaties overnemen niet).
  5. Letterlijk identieke reacties worden niet geplaatst.
  6. Maak de reacties niet te lang. De grens ligt bij 500 karakters. Complete boekwerken worden als reactie niet gewaardeerd en ook niet geplaatst.
  7. Nietszeggende reacties ("Tsjongejonge" of "Schandalig" ) zonder onderbouwing worden niet geplaatst.
  8. Reacties in een buitenlandse taal kunnen we niet plaatsen.
  9. Reacties volledig of overwegend in hoofdletters, plaatsen we niet.
  10. Commerciële boodschappen (spam) worden niet geplaatst
  11. Reacties die het technisch functioneren van de website zouden kunnen hinderen, worden niet geplaatst.
  12. Er zijn fatsoensregels. Reacties waarin niet fatsoenlijk wordt omgegaan met anderen en andermans mening niet wordt gerespecteerd worden niet geplaatst.
  13. Oproepen tot oproer en demonstraties worden niet geplaatst.
  14. Doodsverwensingen en reacties met scheldwoorden en/of beledigingen worden niet geplaatst.
  15. De wet mag niet worden overtreden. Denk bijvoorbeeld aan de Grondwet en met name artikel 1 ("Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.") Het beledigen of het aanzetten tot haat, discriminatie of gewelddadigheid vanwege ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele gerichtheid mag evenmin.
  16. Bij reacties waarin concreet bedreigingen worden geuit tegen personen of groepen personen, kunnen wij aangifte doen.

Het IP-adres vanwaar wordt gereageerd wordt vastgelegd.

Zie ook de Leidraad ethisch handelen (PDF) van de redactie van het Brabants Dagblad. Neem bij vragen contact op met de betreffende redactie .