Hoe dan ook, ons pensioen wordt minder

Sylvester Eijffinger en Edin Mujagic. woensdag 03 februari 2010 | 09:36 | Laatst bijgewerkt op: zondag 14 februari 2010 | 19:40

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

De betaalbaarheid van ons pensioenstelsel wordt een steeds groter probleem.

Ons pensioenstelsel is niet houdbaar als er niets gedaan wordt. Dat concludeert de commissie-Goudswaard in het rapport over de toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel. Door de vergrijzing wordt het onbetaalbaar. In theorie zijn er twee oplossingen: premies verhogen of pensioenuitkeringen verlagen.

De hele discussie richt zich op welke van die twee te kiezen of welke combinatie. Daarmee wordt de suggestie gewekt dat als dat eenmaal is opgelost, alles in orde is.

Het probleem zal er ook dan echter niet minder om zijn. Wie een pensioenuitkering krijgt kan ervan rondkomen, voor een groot deel dankzij het feit dat de uitkering aangepast wordt aan de inflatie om de koopkracht op peil te houden. Alleen in tijden van crisis, zoals nu, wordt de indexatie achterwege gelaten. Maar de ervaring leert dat de pensioenfondsen dat gemis inhalen zodra de financiële situatie dat toestaat.

Dat was echter makkelijk te doen in het verleden. De inflatie was laag. Sinds de komst van de euro in 1999 bedroeg de gemiddelde jaarlijkse geldontwaarding in Nederland slechts 1 tot 2 procent. In de komende jaren zal de inflatie echter aanzienlijk stijgen. In Nederland, Europa en de rest van de wereld. Het ongekende geldpompen om de crisis te bevechten en de financiële sector te redden en de belofte van de belangrijke centrale banken zoals het Amerikaanse Federal Reserve System om nog jarenlang de rente ultralaag te houden is één maar zeker niet de enige oorzaak. De aankomende tekorten aan voedsel, water en de effecten van de vergrijzing dragen ook hun steentje bij.

Het ziet er sterk naar uit dat de inflatie in de komende jaren en zelfs decennia flink hoger zal zijn dan sinds het begin van de jaren tachtig het geval is. Met de gemiddelde jaarlijkse inflatie van 4 of 5 procent kunnen de Nederlanders de indexering van hun pensioen op hun buik schrijven. Dat is simpelweg onbetaalbaar.

Dat betekent dat de koopkracht van de pensioenuitkeringen fors omlaag zal gaan. Bijvoorbeeld 4 of 5 procent inflatie per jaar betekent koopkrachtverlies van tientallen procenten binnen een decennium. Laat staan als de inflatie onverhoopt hoger uitpakt. Het probleem zou groot zijn ook al zou het door de commissie Goudswaard geschetste probleem door een mirakel verdwijnen en de premies niet stijgen en de uitkering altijd 70 procent van het middelloon zou blijven.

De discussie zoals die nu wordt gevoerd is lang niet volledig. Die moet ook gaan over de vraag hoe de pensioenfondsen hun vermogen moeten beleggen. Wel of niet in aandelen beleggen is dan niet zo belangrijk. Wat wel belangrijk is, is dat pensioenfondsen – wellicht verplicht – in die zaken gaan beleggen die over het algemeen mee stijgen met de inflatie. Bovendien zou het voor de hand liggen om meer onafhankelijke deskundigen in het bestuur van pensioenfondsen te benoemen om daarmee het interne toezicht binnen een pensioenfonds te versterken. Het aanstellen van een chief risk officer (cro) in de directie van een pensioenfonds zou zeker kunnen helpen om het risicomanagement te verbeteren. Daarnaast kan binnen het bestuur van een pensioenfonds ook een comité worden gevormd, dat jaarlijks het risicoprofiel van het pensioenfonds bepaalt. Bovendien moet de deskundigheid van de fondsbestuurders in zijn algemeenheid omhoog. Wellicht moeten wij ook denken aan een examen voor fondsbestuurders vergelijkbaar met het bankiersexamen zoals minister Bos dat wil invoeren.

Pensioenfondsen hebben om verschillende redenen een vertrouwensprobleem dat alleen door serieus zelfonderzoek en zelfregulering zal kunnen worden opgelost. Dat zou op korte termijn moeten resulteren in een Code Pensioenfondsen naar analogie van de onlangs ingevoerde Code Banken. Het is de hoogste tijd dat niet alleen het vertrouwen in de banken, maar ook in de Nederlandse financiële sector als geheel – dus eveneens bij de pensioenfondsen - hersteld wordt. Verder doormodderen door pensioenfondsen leidt alleen tot grotere reputatieschade.

Sylvester Eijffinger is hoogleraar Financiële Economie aan de Universiteit van Tilburg. Edin Mujagic is monetair econoom bij Interest & Currency Consultants te Utrecht en aan de Universiteit van Tilburg.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
@J. Zomers.
Met de ouderdom komt het gebrek. Ik ben het met Zomers eens dat als iemand na zijn 50e niet meer of minder mee kan door optredende mankementen of teruglopende vitaliteit, hier een fatsoenlijke voorziening tegenover moet staan. Hiervoor kennen we al de WIA. Ook dient daarmee rekening worden gehouden binnen bijv. de arbeidsomstandigheden.
ik stel voor dat we de hoogte van de AOW leeftijd gelijk laten lopen met de zgn. gezonde, resterende levensverwachting. Dat is het gemiddeld aantal levensjaren die op 65 jarige leeftijd die nog in goede gezondheid wordt doorgebracht. Deze gezonde, resterende levensverwachting is sinds de jaren 80 (voor die tijd werd dit nog niet gemeten) toegenomen met ongeveer 3 jaar.
Terug redenerend op basis van de wel bekende ontwikkeling in de algemene resterende levensverwachting tot de jaren 50, toen de pensioengerechtigde leeftijd werd vastgelegd op 65 jaar, moet het zijn gegaan om zo'n 6-7 jaar.
Dit rechtvaardigt alleszins een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd tot 67 jaar, het voorbeeld dat Zomers noemt ten spijt.
Lees dit uitstekende artikel in NRC m.b.t. de demografie van het AOW debat: http://www.nrc.nl/wetenschap/article2203348.ece/Demografische_kanttekeningen_bij_het_AOW-debat. Daarin staat: "Als je destijds had gezegd: er moet een constante verhouding zijn tussen het aantal jaren dat je gewerkt hebt en het aantal jaren dat je daarna nog kunt genieten van je oude dag, dan zat je nu op 69 of zeventig".
Stef Bots. - 14-02-2010 | 19:40
@Liesbeth.
Je moet een onderscheid maken tussen AOW en pensioen.
Ons pensioensysteem is een zgn. kapitaalstelsel. Dat wil zeggen dat de ingelegde premies worden opgespaard en pas uitgekeerd op het moment van bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In de tussentijd worden de ingelegde gelden belegd (als kapitaal), zodat de opbrengst te zijner tijd hoger komt te liggen.
Dat is al een stuk beter dan het zgn. omslagstelsel zoals dat in veel andere landen wordt gebruikt en waarin de ingelegde gelden meteen worden ingezet om de pensioengerechtigden van dat moment van inkomen te voorzien. In een omslagstelsel wordt niets gespaard en belegd en het is duidelijk dat de premies dan ook veel hoger moeten zijn (of de uitkeringen veel lager, komt het niet uit de lengte dan komt het uit de breedte) en bovendien worden die premies door anderen betaald: de nog economisch actieven van dat moment.
Ons kapitaalstelsel is dus veel eerlijker want de pensioenpremies worden door onszelf opgebracht en niet door anderen.
Dit is ook meteen het grote verschil met de AOW, die wel is gebaseerd op een omslagstelsel: de in jaar X door de actieven betaalde premies worden meteen uitgekeerd aan de uitkeringsgerechtigden van dat moment.
Een kapitaalstelsel kent uiteraard ook een aantal eigen problemen. Zo zul je moeten vooruit berekenen hoeveel geld er gespaard moet zijn om de uitkeringen over tig jaar nog te garanderen. Grofweg wordt dit beïnvloed door de volgende zaken: de ontwikkelingen in de levensverwachting, de inflatie en de opbrengsten uit beleggingen door de pensioenfondsen.
Het is onvermijdelijk dat de opbrengst van beleggingen schommelen, hoe behoudend de pensioenfondsen ook beleggen. Hoe lager de opbrengst uit belegging, hoe hoger de premie die wij moeten betalen (of een verlaging van de pensioenuitkeringen of een verlating van de pensioengerechtigde leeftijd, het komt wederom weer uit de lengte of uit de breedte). De pensioenfondsen hebben dus de "natuurlijke" neiging om zo te beleggen dat het resultaat daaruit zo hoog mogelijk is. Iedereen weet echter dat hogere beleggingsresultaten meestal gepaard gaan aan een hoger beleggingsrisico.
Het is duidelijk dat de pensioenfondsen de laatste jaren te risicovol hebben belegd. Daarin verschillen wij dus niet van mening. Dit wordt ook uitvoerig behandeld door Eijffinger.
De verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd is echter niet ingegeven door deze actuele problemen. De wet voorziet erin dat de pensioenfondsen een voldoende dekkingsgraad aanhouden om solvabel te blijven (de uitkeringen aan mensen die op dat moment al pensioen genieten te kunnen garanderen) en om dat in de toekomst te kunnen blijven doen (de buffervereiste). Zodra de beurzen weer aantrekken, zullen zowel de dekkingsgraad (>103%) als de buffervereiste (>130%) wel weer bijtrekken.
De verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd heeft, alleen al gezien de invoeringstermijn (over 10 of 15 jaar naar 66 jaar en 5 jaar later verder naar 67 jaar) totaal geen invloed op de huidige inzakkende dekkingsgraad, zoals jij stelt, maar is vooral ingegeven door om de toekomstige ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden.
Stef Bots. - 14-02-2010 | 16:32
@Theo Doornbos.
Indien je je afvraagt of het mogelijk is dat iemand precies kan voorspellen hoe hoog de gemiddelde levensverwachting in 2050 zal zijn, kan ik volmondig jouw mening daarover beamen: dat kan niemand.
De uitspraken die het CBS hierover doet zijn dan ook geen voorspellingen maar vooruitberekeningen: wat was de trend de afgelopen jaren, hoe kun je die trend getalsmatig doortrekken en kun je iets zeggen over factoren die die trend beïnvloeden.
Sinds de Tweede Wereldoorlog en eigenlijk al lang daarvóór, is er sprake geweest van een stijging van de levensverwachting. Belangrijke factoren daarin waren de hygiëne (aanleg rioleringen, toiletten met spoeling in huis, denpen van open rioleringen e.d.), verbeterd voedingspatroon, vooruitgang in de medische wetenschap en het beter beschikbaar komen van medische voorzieningen. Deze factoren oefenen nog steeds hun invloed uit en er zijn redelijkerwijze weinig redenen om te veronderstellen dat hierin verandering komt.
Wat gebeurt er wanneer je de rekenfactor "gemiddelde levensverwachting" NIET meeneemt in de pensioenberekeningen: dan zouden we te zijner tijd behoorlijk bedrogen uit kunnen komen. Zoals bij elke begroting (want het gaat hier over de begroting van de toekomstige pensioenuitgaven) kun je beter de kosten aan de hoge kant vooruit berekenen om niet voor onaangename verrassingen te komen staan.
Zodra je dus merkt dat er zich een versnelling in de toename van de gemiddeld levensverwachting plaatsvindt, zoals uit de laatste bevolkingscijfers kan worden afgeleid, doe je er het beste aan om deze ontwikkeling meteen mee te nemen in de pensioenberekeningen.
Ten aanzien van de kosten van de gezondheidszorg: die wordt maar voor een bepaald (weliswaar groot) deel gedekt door de afdracht van premies (en eigen bijdragen en eigen risico's) zorgverzekeringen, een wezenlijk deel wordt echter ook bijgepast door de overheid uit de algemene middelen.
Stef Bots. - 14-02-2010 | 12:49
Tot 67 jaar werken is best wel lang en riskant - zo wel voor de werknemer als de werkgever.
Veel mensen van boven de 50 kunnen niet meer zo snel of gaan eerder wat mankeren. Ik ken een mevrouw met veel capaciteiten die kreeg op haar 54e nog een goede baan.... ze heeft een leidinggevende functie over een team van 8 personen. Echter na 2 jaar kreeg ze klachten in de rug en in haar heup en nu zit ze afgekeurd thuis..... het is zowel voor de werknemer als voor de werkgever een risico om zo lang door te moeten gaan.
Dat de pensioenen netto zullen gaan dalen, dat staat voor mij vast.
Dit heeft echter meer te maken met de algehele daling van ons netto besteedbaar inkomen - vanwege de 35 miljard bezuinigingen.
Veel mensen denken nu heel lichtzinnig over de bezuinigingen die vanf 2011 op ons afkomen, echter dit zal een flinke welvaartsdaling en toenemende werkloosheid als gevolg hebben - hier zal professor Eijffinger het wel met me eens zijn.
J. Zomers - 13-02-2010 | 00:22
@ Stef Bots 07-02-2010
Met mijn kennis van je eerdere bijdragen aan discussies op deze site, ben ik niet verrast door de bijna-volledigheid van je exposé. Omdat ik zelf al 10 jaar met pensioen en AOW ben, zit daar echter niet veel nieuws voor mij in (wellicht toch voor anderen zeer nuttige info).

Wel wil ik graag toelichten waarom ik vraag naar uitleg over cijfers die door het CBS uit de hoge hoed getoverd zijn. Helaas heb ik het artikel niet uitgeknipt en bewaard, maar een 3 tot 4 weken geleden stond er in het BD een stuk over nieuwe problemen op pensioengebied, veroorzaakt doordat volgens het CBS de gemiddelde levensverwachting voor 2050 nog 1,5 jaar hoger zou zijn dat tot nu toe ingecalculeerd. Op dat moment zou dit nog worden bekeken door actuarissen (de mensen die over dit soort sommetjes gaan). Vervolgens hoorde ik ook Wouter Bos op RTL7 bij Frits Wester dit nieuws noemen.

Mij bekruipt steeds sterker het gevoel dat hier een spelletje gespeeld wordt, bij voorbeeld door Donner, en/of de werkgeversbonden, die de geesten rijp willen maken voor opschuiven van de pensioenleeftijd naar 67 (zoals de AOW) en verdere reductie van uitbetalingen. En dat terwijl toch de essentie van onze pensioenen (in tegenstelling tot de AOW) is dat wij zelf dat geld gespaard hebben (weliswaar via afdrachten door werkgevers, maar die betaalden ons daartegenover een salaris dat lager was dan de loonruimte, het was dus een sigaar uit onze eigen doos).
Wie kan mij overtuigen dat iemand in 2010 met voldoende zekerheid uitspraken kan doen overt de sterfteleeftijden in 2050? Dat was mijn vraag. Stef, laat maar horen.

Overigens wil ik ook nog wel even reageren op je stelling over de kosten van de gezondheidszorg. Ik hoor en zie steeds mensen (b.v. Eijffinger in Buitenhof) de kosten van gezondheidszorg meetellen in de overheidskosten. Terwijl ik toch zelf heel duidelijk weet dat ik een fikse nominale premie betaal aan mijn verzekeraar, plus daarnaast een steeds hogere inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekering aan de belastingdienst. Daarnaast betaal ik natuurlijk ook over zowel mijn pensioen als AOW gewoon belasting.
Ik wil niet klagen, maar de onheilsprofeten rekenen wel erg scheef!
Theo Doornbos (Oss) - 09-02-2010 | 22:34

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Regels voor artikelreacties

Het Brabants Dagblad geeft lezers op de website de mogelijkheid te reageren op nieuwsartikelen. Het feit dat een mening of visie op maatschappelijke gebeurtenissen wordt gepubliceerd impliceert niet dat het Brabants Dagblad die mening ook deelt of op welke wijze dan ook ondersteunt. Het Brabants Dagblad houdt zich het recht voor reacties te weigeren.

  1. Anonieme reacties worden niet geplaatst. De afzender dient naam en bij voorkeur ook woonplaats te vermelden. Vermelding van het e-mailadres is verplicht.
  2. Reacties met als afzender een overduidelijk valse naam, bijvoorbeeld die van een bekende Nederlander, of met in de afzender scheld- of schuttingwoorden worden niet geplaatst.
  3. Verwijzingen naar websites worden niet geplaatst.
  4. Er mag geen sprake zijn van het schenden van het copyright van derden (citeren mag, complete publicaties overnemen niet).
  5. Letterlijk identieke reacties worden niet geplaatst.
  6. Maak de reacties niet te lang. De grens ligt bij 500 karakters. Complete boekwerken worden als reactie niet gewaardeerd en ook niet geplaatst.
  7. Nietszeggende reacties ("Tsjongejonge" of "Schandalig" ) zonder onderbouwing worden niet geplaatst.
  8. Reacties in een buitenlandse taal kunnen we niet plaatsen.
  9. Reacties volledig of overwegend in hoofdletters, plaatsen we niet.
  10. Commerciële boodschappen (spam) worden niet geplaatst
  11. Reacties die het technisch functioneren van de website zouden kunnen hinderen, worden niet geplaatst.
  12. Er zijn fatsoensregels. Reacties waarin niet fatsoenlijk wordt omgegaan met anderen en andermans mening niet wordt gerespecteerd worden niet geplaatst.
  13. Oproepen tot oproer en demonstraties worden niet geplaatst.
  14. Doodsverwensingen en reacties met scheldwoorden en/of beledigingen worden niet geplaatst.
  15. De wet mag niet worden overtreden. Denk bijvoorbeeld aan de Grondwet en met name artikel 1 ("Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.") Het beledigen of het aanzetten tot haat, discriminatie of gewelddadigheid vanwege ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele gerichtheid mag evenmin.
  16. Bij reacties waarin concreet bedreigingen worden geuit tegen personen of groepen personen, kunnen wij aangifte doen.

Het IP-adres vanwaar wordt gereageerd wordt vastgelegd.

Zie ook de Leidraad ethisch handelen (PDF) van de redactie van het Brabants Dagblad. Neem bij vragen contact op met de betreffende redactie .

Uw mening

Ingezonden brieven