De problemen onder allochtone jongeren zijn al veel eerder gesignaleerd. En er is ook actie ondernomen. Om die reden kwam minister Rouvoet in 2008 met zijn besluit om een programma op te starten: 'Alle kansen voor alle kinderen'. Op basis van dit besluit zijn drie zogeheten academische werkplaatsen opgericht. Doel: het bereik en de preventieve hulpverlening aan allochtone jongeren en hun gezinnen verbeteren. De preventieve hulpverlening is vooral gericht op ondersteuning en versterken van opvoedvaardigheden van ouders. Door betere preventie wordt niet alleen veel onnodig leed voorkomen, maar worden ook hoge kosten bespaard. In de Academische Werkplaats Diversiteit in het Jeugdbeleid in Brabant werken beleidsmakers, management en medewerkers van organisaties voor jeugdzorg en jongerenwerk onder coördinatie van kennisinstituut PON samen met migranten. Inmiddels zijn vanuit de academische werkplaats allerlei instrumenten (waaronder trainingen voor professionals) ontwikkeld om de preventieve hulpverlening beter te laten aansluiten bij de leefwereld van allochtone gezinnen. Maar net nu we op het punt staan om zaken in de praktijk te laten landen, blijken er obstakels te komen. De politiek die nu op z'n kop staat bij het vernemen van ongunstige cijfers, is dezelfde die heeft besloten dat beleid voor specifieke doelgroepen moest worden afgeschaft. Voor achterstandsgroepen werd 'eigen verantwoordelijkheid' het devies. Jammer, dat mensen - die direct opspringen bij alarmerende berichten in de media - tegelijkertijd niet nadenken over de consequenties van het verdwijnen van diversiteitbeleid.
Ab van de Wakker en Henriëtte Maas zijn adviseur bij Brabants kennisInstituut PON.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!

Sorteer reacties















