Samen met mijn vrienden van mijn Amsterdamse Vastelaovesgroep reis ik af naar Venlo. Naast het feit dat het samen vieren heel belangrijk is (carnaval vier je niet alleen) zijn twee aspecten cruciaal: de lol en de ongein én het diepserieuze en ontroerende. Het is schakelen tussen lachen en huilen.
Tijdens Vastelaovend verkochten mijn vrienden ooit hooibalen voor de Boerenbruiloft, op de afsluitende dinsdag. Want zonder hooi kun je geen Boerenbruiloft vieren. We hadden intekenlijsten. We vroegen andere Vastelaovesvierders of ze al hooi hadden, zo niet dan konden ze dat bij ons bestellen. Dinsdagochtend wordt het geleverd, dan komt de vrachtwagen naar de Mert. Dan heeft iedereen hooi. In de stad gonsde de onzinnige vraag: heb jij al hooi?
Vorig jaar vertelde een van de Amsterdamse vrienden op de eerste dag van Vastelaovend dat hij vader ging worden. Zijn vriendin was nog maar een paar weken zwanger en hij kon niet wachten het te vertellen, hij moest het delen. We stonden in een kroeg, omhelsden hem en praatten met hem, boven de muziek uit, over kinderen, over een baby, over melk geven in de nacht en over de zon die dan opkomt, over niet slapen en 's middags tukjes doen, over hoe trots een vader zich kan voelen. Hij had de tranen in zijn ogen, wij ook. Uren hebben we daar gestaan, het was een innig warm contact dat je zelden meemaakt, een bijna religieuze ervaring.
In een ander jaar werden we bekeurd door twee politieagenten met enorme helmen op. Ze schreven lukraak bonnen uit, en ook wij moesten eraan geloven. Ze vertelden later dat ze ons joeksig vonden en ook ons telefoonnummer wel wilden hebben, en niet alleen dat van de honderden meisjes die ze voor ons al bekeurd hadden en die ze na de Vastelaovend konden bellen. In hun bonnenboekje stonden ook de uiterlijke kenmerken van de meisjes, in steekwoorden: kort, blond, staartje, donker, lekkere kont. Het leek veel op onze intekenlijst van het hooi.
In Old Dutch trof ik een groep Vastelaovesvierders aan een tafel. Ze keken serieus. Ik vroeg waarom ze daar zo zaten. Een van de vrouwen vertelde me dat haar vriendin haar man verloren had op de Vastelaovesmaandag en dat ze ieder jaar op die dag bij elkaar kwamen. De weduwe wilde niet, maar werd gewoon de kroeg in geduwd. Haar man had geen vaste sterfdatum, zijn sterfdag was Vastelaovesmaandag en dan zal hij herdacht worden, door mensen in pekskes, die bier drinken. De stemming was bedrukt, maar een uur later stond iedereen van het groepje op de banken te dansen, met elkaar verbonden door een verlies.
We hebben ooit van een snackbar een driesterrenrestaurant gemaakt, met tafelkleedjes en flesjes wijn en bestek, en de friet werd op bordjes geschept. We hadden nette pakken aan, en servetten over de arm. Mag ik uw jas aannemen? Is deze wijn naar wens?
Ik werd wakker gemaakt in mijn hotelkamer door twee vrienden die in de aangrenzende kamer de muziekinstallatie hadden staan. Ze duwden me de kamer in en zetten de muziek aan en er klonk: 'Doe bès en doe blifs toch de bèste veur mich. Mit dich is d'r gaar oet niks mis. Daoróm vier ich gaer vastelaovend mit dich. Doe bès de allerbèste dae d'r is.' Een prachtig lied uit Zuid-Limburg, speciaal uitgekozen. Ik moest bijna huilen.
Ik danste op de Mert na de optocht met de Pimpelaers, zwaaiend met slingers en kijkend naar een meisje dat het haar van een op afstand bestuurbare pony borstelde die ik haar gegeven had. Ze zat in een bolderkar. Ze moest en zou die roze pony mee naar bed nemen die nacht, vertelde haar vader me later. Ze ging slapen met het beest in haar armen, en de volgende dag kreeg ik een medaille van haar met een pony erop. Ontroering, verdriet, ongein en pijn in je lijf van het lachen. Het komt dit weekend allemaal langs, gegarandeerd.
Jan van Mersbergen groeide op in het Land van Heusden en Altena. Zijn laatste roman, 'Naar de overkant van de nacht' gaat over Vastelaovond in Venlo.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!


Sorteer reacties















