De Britse politicus Tony Benn zei ooit dat er nooit een uiteindelijke overwinning voor democratie is. Democratie is iets waar je voor moet blijven strijden.
Met deze gedachte is het misschien verstandig naar het huidige functioneren van de EU te kijken. Zonder schroom weet men in Brussel ieder laatste beetje van fundemocratie buiten werking te stellen. Allereerst de euro. De laatste tijd is er genoeg geschreven over de voor- en nadelen van de munt. Helaas wordt er nauwelijks aandacht besteed aan de manier waarop we deze munt gekregen hebben. Het is namelijk choquerend om te zien hoezeer de bevolking van de eurolanden buitenspel is gezet in het beslissingsproces. Van alle landen die hun eigen valuta omgeruild hebben voor de euro is er niet één geweest die dit heeft gedaan met goedkeuring van zijn bevolking. Er zijn slechts twee landen geweest waar een referendum over de euro heeft plaatsgevonden, Denemarken en Zweden. Daar stemde de bevolking tegen. Het feit dat de Zweedse en Deense kronen de nationale economieën daar nog steeds laten floreren, geeft aan dat zij geen slechte keus maakten.
Afgelopen jaar zijn twee democratisch gekozen regeringen volledig buiten werking gesteld door de Brusselse technocraten. Berlusconi leek niet bereid zijn volk in armoede te storten, Papandreou wilde een referendum uitschrijven over de bezuinigingsmaatregelen. Deze landen worden nu geregeerd door ongekozen carrière-ambtenaren die klakkeloos bevelen van EU en IMF opvolgen. En waarom? Om een munt te redden waar slechts een handjevol beroepspolitici nog in gelooft.
Ten tweede de Europese Grondwet. Toen in 2004 de Fransen en Nederlanders duidelijk maakten geen Europese grondwet te willen, had de kous af moeten zijn. Maar hier hadden de Europese politici geen rekening mee gehouden. Zij vonden dat de Europeanen een gemeenschappelijke grondwet moesten krijgen, of we wilden of niet. Daarom werd besloten een andere naam te gebruiken: het Verdrag van Lissabon. Ze waren niet van plan het ons voor te leggen. Uiteindelijk bleek er toch een obstakel. De Ierse grondwet schreef voor dat er in Ierland een referendum gehouden moest worden. Dit koppige volk besloot niet mee te werken aan de kunstgrepen van de EU en stemde tégen het verdrag. Miljoenen euro's Europese subsidies werden naar Ierland gestuurd om de 'Ja'-campagne te steunen. De Ieren stemden nu wel voor. Hoera, een overwinning voor de democratie...
Ten derde de manier waarop Europese bestuurders aan baantjes komen. Herman van Rompuy mag zich president van Europa noemen. Ongekozen! Verder is er José Manuel Barroso, hoofd van de Europese Commissie, de regering van Europa. Hij is wel gekozen. Saillant is echter dat hij de enige kandidaat was waar het Europees Parlement op mocht stemmen. Een ongekozen president en slechts één voorgedragen regeringsleider. In geen enkele zichzelf respecterende democratie hoort dat. Dit zijn praktijken die je in Pyongyang of Minsk verwacht. Stap voor stap wordt de EU ondemocratischer. Iedere dag neemt het bevoegdheden af van volksvertegenwoordigers en draagt deze over aan ambtenaren die niet uit hun functie te ontheffen zijn. Dan kom ik liever terug op Tony Benn; democratie is geen eindstation waar je aankomt en kunt gaan rusten.
Jordy Rutten is student Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties















