In de VS wist recent een alliantie van burgers die strijden voor internetvrijheid en technologiebedrijven, twee wetsvoorstellen tegen te houden.
Voorstellen die de strijd tegen online auteursrechtschendingen vanuit het buitenland extra juridische tanden wilden geven. Omdat het lastig is buitenlandse sites te sluiten, gaven beide voorstellen meer uitgebreide bevoegdheden sites door telecomproviders te laten blokkeren. Daartoe zouden die providers het internetverkeer moeten filteren, om greep te krijgen op de IPadressen van waaruit piratenplatforms hun diensten aanbieden. Vooral dat laatste stuitte op protest: het zou de structuur van het internet kunnen aantasten en het kunnen veranderen in van elkaar afgesloten netwerken, waarbinnen stevige controle mogelijk is op wie wat waar en wanneer doen in de digitale omgeving: 'Balkanisering van het internet'.
Vrijwel tegelijkertijd bewees de FBI dat al die extra bevoegdheden helemaal niet nodig zijn om een site die op grote schaal auteursrechtinbreuken faciliteert helemaal uit de lucht te halen, ook al bevinden de hoofdrolspelers zich in Nieuw Zeeland. Vanuit burgerrechtenorganisaties wordt terecht aangevoerd dat het laten filteren en blokkeren van ongewenste sites geen serieuze oplossing is voor nare kwesties als anonieme, door cryptologie afgeschermde kinderpornoplatforms of commerciële uitbating van illegaal verspreide muziek. Politie en justitie moeten investeren in het oprollen van de netwerken, het aanklagen van de hoofdrolspelers en het beperken van de schade en het leed van mogelijke slachtoffers. Het sluiten van een site en het voor de rechter brengen van de verdachten zet niet alleen zoden aan de dijk, maar biedt bovendien de nodige waarborgen van de rechtsstaat. Filteren en blokkeren leveren niet veel meer op dan een kat- en muisspel omdat de betreffende sites gemakkelijk van IPadres kunnen wisselen en zich meestal in het verre buitenland bevinden. Veel ernstiger is dat filteren en blokkeren moet gebeuren door de telecomproviders die ons internetverkeer mogelijk maken. Dat is een vorm van delegatie van de opsporingstaak aan private partijen, die daar dan ook helemaal geen zin in hebben. Het maakt ze verantwoordelijk voor vermeende inbreuken die anderen op hun netwerk maken en uiteindelijk kan het leiden tot een ICT-infrastructuur die feitelijk functioneert als inkijkstructuur.
Nu dan de ACTA, het Anti Counterfeiting Trade Agreement, dat op 26 januari door de EU is ondertekend. De ACTA gaat ook over commerciële uitbating van illegale uploads. Het Europese Parlement beslist in juni of het verdrag wordt geratificeerd, maar ook het Nederlandse parlement moet binnenkort beslissen of wij ons door de bepalingen van ACTA laten binden.De ACTA biedt niet zoveel nieuws voor Europa, maar is ondoorzichtig geformuleerd en biedt zo ruimte voor het inlezen van ongewenste bevoegdheden'. Het internet is een vrijplaats voor uitwisseling van informatie, kennis en data. Het is s een marktplaats waar grote economische belangenconflicten spelen. De twee staan niet los van elkaar: Megaupload en The Pirate Bay worden geroemd omdat ze de vrije uitwisseling van creatieve bestanden op grote schaal mogelijk maken, maar het zijn ook commerciële bedrijven die daar flink aan verdienen. We hoeven de problematiek van auteursrechtschendingen niet te bagatelliseren, maar het is zaak om de vrije, onbespiede toegang tot internet als publiek belang scherp in het vizier te houden. De ACTA biedt daarvoor in huidige vorm volstrekt onvoldoende waarborgen.
Mireille Hildebrandt is hoogleraar
ICT en rechtsstaat aan de Radboud Universiteit (RU) in Nijmegen. Zij verzorgt vanmiddag vanaf 12.45 uur het actualiteitencollege 'The Pirate Bay en Megaupload op zwart. Het einde van de internetvrijheid?' in het Erasmusgebouw (RU). Toegang is gratis. Inschrijven is niet nodig.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties















