Joep van den Akker van oertijdmuseum De Groene Poort in Boxtel geeft in het Brabants Dagblad (17 januari) zijn visie over de Brabantse musea en de manier waarop zij het hoofd boven water houden, ondanks bezuinigingen.
Hij maakt bezwaar tegen het tonen van walvissen en dinosauriërs in het Natuurmuseum Brabant, omdat wij daarbij de concurrentie zouden aangaan met De Groene Poort, waar ook dino's te zien zijn.Natuurmuseum Brabant behandelt de natuurlijke historie in haar volle breedte, al sinds de oprichting in 1935: alle relevante verzamelgebieden binnen biologie en geologie komen aan de orde. Dat is zichtbaar in collecties en tentoonstellingen, dus zijn er ook walvisachtigen en dinosauriërs. Dat daarnaast particuliere verzamelaars - zoals De De Groene Poort - ook musea oprichten, juichen wij toe. Dat is een teken dat de belangstelling voor natuur en natuurstudie breed is, en dat is precies wat Natuurmuseum Brabant nastreeft.
Echter, zulke nieuwe particuliere initiatieven mogen geen aanleiding zijn ons verzamelbeleid in te beperken. Natuurmuseum Brabant nam geen afstand van zijn roofvogelcollectie toen het valkerijmuseum in Valkenswaard werd opgericht en - de hemel zij geprezen - Kröller-Muller deed zijn realisten niet weg toen Dirk Scheringa een museum begon.
Met De Groene Poort heeft Natuurmuseum Brabant een uitstekende relatie. Concurrentie is gezond, ook in de cultuursector. Musea concurreren amper met elkaar om bezoekers, eerder versterken ze elkaars succes. Wel concurreren ze om overheidssteun en sponsoring, waarbij die musea het succesvolst zijn die de geldschieters overtuigen van kwaliteit, publieksbereik en inhoudelijke competentie.
Frans Ellenbroek is directeur van het Natuurmuseum Brabant.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


















