'Uit prognoses blijkt dat er, over heel Brabant gezien, minder ruimte nodig is dan de hectares aan bedrijventerreinen die zijn gepland'.foto Van Assendelft
De onlangs gepresenteerde 'Ondernemersvisie bedrijventerreinen' van de Kamers van Koophandel en de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging BZW heeft geleid tot zeer diverse berichten in de media.
Daar hoorden krantenkoppen bij als 'Geen nieuw bedrijfsterrein' en 'Einde aan het hectarefetisjisme'.
Daarmee wordt onvoldoende recht gedaan aan onze boodschap, de boodschap van de werkgevers en ondernemers. Ik hecht er daarom aan om onze beleidsaanbevelingen voor het provinciebestuur op het gebied van de bedrijventerreinen nog eens helder weer te geven. Op bedrijventerreinen zijn de bedrijven gevestigd die verantwoordelijk zijn voor een belangrijk deel van onze welvaart.
Zo zijn de bedrijven die deel uitmaken van de topsectoren – zoals bekend: de door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aangewezen negen speerpuntsectoren in ons land – grotendeels op de bedrijventerreinen gevestigd. Deze innovatieve bedrijven zijn verantwoordelijk voor een substantieel deel van onze export. In Brabant zijn deze topsectoren sterk vertegenwoordigd. Op het gebied van high tech systems mag de Brainportregio zich zelfs het centrum van ons land noemen. In de regio Noordoost-Brabant zijn veel mensen werkzaam in de sectoren food & agro en life science. De regio's Midden- en West-Brabant zijn onder andere sterk in aerospace & maintanance en logistiek.
Bedrijven die in toenemende mate opereren in een internationale en sterk concurrerende markt, stellen hoge eisen aan hun medewerkers en toeleveranciers. Ook de overheid is feitelijk een toeleverancier van onder andere ruimte. Hier kom ik met onze eerste aanbeveling op het gebied van bedrijventerreinenbeleid: er is meer aandacht nodig voor onderhoud en vernieuwing van bestaande bedrijventerreinen. Voor revitalisering van bedrijventerreinen is nu te weinig aandacht. Provincie en de gemeenten moeten meer geld investeren in de kwaliteit van de bestaande terreinen, door de bereikbaarheid te verbeteren en het voorzieningenniveau op peil te houden. Dat kan bijvoorbeeld door glasvezel aan te leggen, een verbinding die veel bedrijven nodig hebben om de mondiale concurrentie aan te kunnen.
Wist u dat van de 2.000 bedrijventerreinen in ons land er maar 400 over glasvezel beschikken? Ondernemers vinden dat het beheer van de terreinen verder geprofessionaliseerd moet worden. Parkmanagement op maat is daarvoor het geëigende instrument.
Uit prognoses blijkt dat er, over heel Brabant gezien, minder ruimte nodig is dan de hectares die nu zijn gepland. De ambitie om nieuwe hectares te ontwikkelen is te ver doorgeschoten en sluit niet meer aan bij de vraag. Teveel nieuwe terreinen leiden tot leegloop en mogelijk verpaupering van bestaande locaties. Miskend wordt dat 80 procent van de aanvragen uit de eigen gemeente komt. De bovenregionale vraag, of zelfs uit het buitenland, wordt stelselmatig overschat.
Onze tweede aanbeveling is dus om de behoefte zorgvuldiger te ramen. Daar passen wel een paar kanttekeningen bij. Zo duren planningsprocedures vaak lang, en moet er vanuit die optiek wel tijdig nieuwe ruimtes gereserveerd worden.
Waar er voor geheel Brabant sprake is van een overaanbod, geldt dat niet voor alle gemeenten en zijn er zeker ook regionale verschillen.
Zo bestaat er in de regio van Den Bosch behoefte aan een regionaal bedrijventerrein. Voor bedrijven in de maakindustrie is daar nog nauwelijks ruimte voor handen.
In het Land van Cuijk is behoefte aan maatwerk om bedrijven die willen uitbreiden goed te accommoderen. De regio Veghel wordt gekenmerkt door een sterke dynamiek en expansie van diverse (familie)bedrijven in onder andere de foodsector. Ook de komende jaren zal hier behoefte blijven bestaan aan uitbreidingsmogelijkheden.
Onze derde aanbeveling luidt dat Brabantse gemeenten meer regionaal moeten denken en handelen. Nieuwe bedrijventerreinen richten zich steeds vaker op een bepaalde groep van bedrijven ('segmenten'): food, logistiek, high tech enzovoort. Vrijwel geen enkele gemeente kan die risico's alleen dragen. Dat lukt alleen in regionaal verband. Gemeenten moeten daarom bereid zijn om ruimteproblemen samen op te pakken, waarbij het strikt genomen niet belangrijk is hoe de gemeentegrens precies loopt.
Kosten en opbrengsten moeten samen worden gedeeld. De ondernemers vinden dat de gemeentelijke samenwerking niet vrijblijvend mag zijn. Voor de provincie is hier in onze ogen een regierol weggelegd.
Dan nog een vierde en laatste aanbeveling: pas op voor een overdaad aan campusachtige locaties. Het bedrijfsleven vindt campussen van groot belang voor de Brabantse economie, maar vindt tevens dat het campusconcept gereserveerd moet worden voor de topsectoren. Daarbij is een aanbod aan onderwijs en onderzoek absoluut cruciaal. Er is maar een beperkt aantal locaties in onze provincie die aan deze randvoorwaarden voldoet.
Samenvattend: in de discussie over bedrijventerreinen gaat het naar de mening van het bedrijfsleven te veel over hectaren. Dit terwijl het eigenlijk zou moeten gaan over zaken als kwaliteit, beheer, herstructurering, snelheid, maatmerk, duurzaamheid, flexibiliteit en samenwerking.
De huidige planningssystematiek van bedrijventerreinen moet wat ons betreft dan ook op de schop. De bestaande aanpak past niet meer bij de snel veranderende economie en vraag naar ruimte vanuit het bedrijfsleven.
Peter Swinkels is voorzitter van de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW).
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!

















