De bestuurder van de auto hoorde pas na ruim 50 kilometer rijden het luide gemiauw onder zijn motorkap. Vanaf de onderkant van de wagen zag hij de kop en een pootje van de poes. Volgens de bestuurder was ze in de auto gekropen voor een warme slaapplek bij de motor.
Hulpdiensten moesten het voorwiel en de motor van de auto verwijderen om de kat vrij te kunnen laten.















