Negen jaar was ik toen in 1926 een overval plaatshad op een boerderij bij ons in de buurt waarbij een jonge vrouw in de wang werd geschoten.
Ik weet nog dat de onrust en de schrik groot waren bij de buurtgenoten en dat vader sindsdien elke avond de deuren en ramen controleerde of ze op slot zaten. Ik weet ook nog dat een boer met z'n jachtgeweer een kippendief op de vlucht joeg en daarvoor flink moest boeten, want enkele dagen daarna brandde zijn boerderij af. De onrust en angst werden nog groter toen later in Oijen een roofmoord werd gepleegd. Talloos waren de diefstallen, overvallen, moorden en brandstichtingen. In de film 'De bende van Oss' wordt daar nauwelijks over gerept. Bijna altijd kwam de Osse bende ter sprake als we, broers en zusters of vrienden, bij elkaar op visite kwamen, zeker als er iets crimineels was voorgevallen. Zo'n impact had het. Je merkt ook weinig of niets van de houding van de overheid in de film; van wat de politie deed of hoe die te werk ging om de bende op te rollen. Wel goed in beeld wordt gebracht dat de bende bedreven was in het ombrengen van de eigen leden. Zelfs wordt een marechaussee doodgeschoten, die ruim dertig jaar eerder werd vermoord. Wonderlijk! Je zou de rolprent als film kunnen waarderen als je de naam Oss weglaat, want wat er in de film vertoond wordt, zou in elke willekeurige Nederlandse stad gebeurd kunnen zijn.
E. Langens
Uden
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!


Sorteer reacties











