'Laat de korpsleiding zelf meedraaien en ervaren hoe het is als er een vechtpartij uitbreekt'.foto ANP
ANP
Twintig jaar geleden heb ik de politie verlaten. We werkten in ploegen van 8 à 9 man.
Mannen die elkaar door en door kenden en met elkaar konden lachen maar ook grienen. Als er iemand in de groep in nood was of dreigde te komen, ging de ploeg zonder voorbehoud voor hem door het vuur.
Er kwamen meer regeltjes die tot in detail regelden wat een politieman wel en niet mocht als hij in levensbedreigende of andere situaties belandde. Allemaal regels die werden bedacht door wijze mannen in grijze pakken wiens meest bedreigende situatie het spookhuis op de jaarlijkse kermis was. Ik kan me ook voorstellen dat de politiedames, fysiek toch vaak minder sterk, even assistentie afwachten voordat er geknokt gaat worden. Ja, wat te denken van de politieman die een vrouwelijke collega bij zich heeft? Hij moet aan zijn eigen hachje denken; hij denkt, terecht, ook aan de veiligheid van zijn collega én er wordt verwacht dat ze ook nog de verdachte aanhouden. Ga er maar aan staan. Tel erbij op dat elke handeling onder een vergrootglas wordt gelegd door mensen die van hun leven nog nooit in een bedreigende situatie hebben gestaan maar precies weten wat een politiemens kan en mag en dan is het plaatje compleet. Je zet iemand met gebonden handen op straat, laat hem of haar aftuigen door dronken gajes en dan ga je later die agenten aan hun kop zeiken met opvanggroepen. Politiewoordvoerder Egas stelt dat ze politiemensen later opvangen. Is geen oplossing. Laat de korpsleiding zelf meedraaien. Gezellig een avond met een vrouwelijke collega surveilleren in de binnenstad en ervaren hoe het is binnen de regeltjes te blijven als er een vechtpartij uitbreekt of als je getreiterd wordt door gajes.
Toine van Os
Veghel
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!





Sorteer reacties











