Journalisten bestuderen beleidsstukken in Den Haag. 'Redacties moeten gespitst zijn op onthullingen en verdiepende achtergronden'. foto GPD
Krantenredacties moeten hun lezers duidelijk maken voor welke kwaliteitsmaatstaven zij staan, vindt oud-journalist Kees Buijs. Na ernstige incidenten in Slotervaart trokken verslaggevers en cameraploegen in het najaar van 2007 massaal de Amsterdamse wijk in. Hier en daar werden cameramensen bedreigd door agressieve jongetjes die niet in beeld wilden. Genuanceerde buurtbewoners kwamen amper voor camera’s en microfoons, wel overheidstypes en deskundigen.
Journalist Francisco van Jole ging zelf een paar avonden kijken en kwam tot de conclusie dat de media geen realistisch beeld gaven: ‘Slotervaartberichtgeving moet vooral vooroordelen bevestigen.’
Ook probleemwijken in Utrecht, Rotterdam en Den Haag dienen voornamelijk als decor voor stadsbestuurders, woordvoerders en deskundigen die routineus hun mening geven zodra het mis is gegaan. Op wat onbenullige straatinterviewtjes na hebben landelijke media voor de wijken en hun bewoners geen belangstelling.
Doen regionale en lokale media het zoveel beter?
Deze zomer klaagde een Turkse cafetariahouder zijn nood in mijn plaatselijke krant. Na de zoveelste bedreiging door hangjongeren in zijn wijk stopte hij ermee. Gemeenteraadsleden die kort daarop de wijk bezochten, kregen te horen dat de goedwillende wijkbewoners de jarenlange overlast door de hangjeugd zat zijn en maatregelen eisen.
Sinds het verslag van het wijkbezoek heb ik er niets meer over gelezen.
Je kunt het tekortschietende kwaliteit van nieuwsmedia noemen. Journalisten van de landelijke nieuwsmedia hollen doorgaans van incident naar incident en zijn meer geïnteresseerd in de kernachtige uitspraak van een hotemetoot dan in de werkelijke problemen van buurtbewoners. In het laatste zijn plaatselijke media veel beter – althans, dat zouden ze moeten zijn. Bovendien wint hun journalistiek aan kwaliteit wanneer zij gebeurtenissen en ontwikkelingen in hun stad, dorp of wijk in een breder verband plaatsen. Toch gebeurt dat veel te weinig.
Hoe komt dat?
Veelgenoemde oorzaken zijn productie- en tijdsdruk, redactioneel ongeduld en denken vanuit instituties, bezuinigingen opgelegd door rendementshongerige eigenaren en het beslag dat reorganisaties, crossmedialisering en verwerkingstaken op redacties leggen. Hierdoor komen verslaggevers minder op straat en dreigt de systeemwereld de inhoud van het werk te overvleugelen – iets wat ook in andere professies gebeurt.
Een onderschatte factor is het gebrek aan journalistieke identiteit van regionale kranten met een geschiedenis van fusies en overnames. Her en der worden delen van de krant geproduceerd met inhoudelijk weinig samenhang. De lezer mag, nee: móet zeggen wat hij vindt en wil, en wordt daarover regelmatig door de marketingafdeling ondervraagd. Alsof ‘het lezerspubliek’ wél een gemeenschappelijke visie en een eigen identiteit heeft.
Kan het beter?
Om te beginnen zouden redacties hun lezers duidelijk moeten maken wat hun belangrijkste kwaliteitsmaatstaven in het redactieproces zijn. Gewoonlijk doen zij alsof zij alles tegelijk kunnen. Snel (en steeds sneller dankzij internet) maar ook betrouwbaar en zorgvuldig. Onafhankelijk, maar geperst in het keurslijf van beslissingen van het commerciële management. Objectief, maar betrokken bij hun stad en regio. Gericht op nieuwswaarden, maar ook op veronderstelde behoeften van lezers aan prietpraat. Gespitst op onthullingen, onderzoeksjournalistiek en verdiepende achtergronden, maar ook op bijlagen en berichtgeving over publieksevenementen die op hun beurt interessant zijn voor adverteerders. Al deze ambities gaan niet samen, zeker niet bij krimpende redactiebudgetten.
Kwaliteitskeuzes dwingen redacties tot het inzicht dat hun krant geen allemansvriend is en dat ook niet moet zijn. Serieuze kranten moeten het vooral hebben van hun professionele kwaliteit en gedrevenheid – die hun gezag en invloed verleent, maar onvermijdelijk ook regelmatig ergernis en weerstand oproept – en minder van publieksvriendelijkheid en risicomijding.
Kwaliteitsmaatstaven verdienen ook een plaats in redactiestatuten. Een commissie van journalisten, uitgevers en juristen heeft hiervoor een jaar geleden gepleit, omdat dit ook de uitgevers die over het geld gaan, bindt aan de kwaliteitsmaatstaven die de redactie wil en moet kunnen naleven. Bij de Britse krant The Guardian bijvoorbeeld rapporteren redactie en uitgever jaarlijks of de kwaliteitsmaatstaven ook zijn nageleefd. In Nederland is met de aanbeveling niets gebeurd. De krant verdient beter, en zeker de lezer.
Kees Buijs is oud-journalist en schrijver van ‘Journalistieke kwaliteit in het crossmediale tijdperk’
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.














