We worden steeds ouder. De levensverwachting van mensen van 65 jaar stijgt
gemiddeld met een maand per jaar. We worden ook steeds gezonder oud. Dat
betekent dat mensen ook langer kunnen doorwerken. Wie dat doet, gaat
weliswaar later met pensioen, maar doordat hij langer leeft, kan hij even
lang van zijn pensioen genieten als de generaties vóór hem.
Natuurlijk hoeven mensen die zwaar werk doen, dat werk niet tot op hoge
leeftijd te blijven verrichten. Die mensen –en anderen voor wie een normale
baan te zwaar wordt– moeten de kans krijgen werk te doen dat past bij hun
mogelijkheden.
Waarom is dat allemaal nodig? Door de vergrijzing
zijn er straks te veel banen en te weinig mensen. Met name de zorg en het
onderwijs komen onder druk te staan, want dat zijn arbeidsintensieve
sectoren. Langer doorwerken draagt bij aan de oplossing van dit probleem. In
bijna alle landen om ons heen gebeurt het al.
Een hogere
aow-leeftijd gaat weliswaar ten koste van de vrije tijd van jongere ouderen
die niet meer willen werken, maar het beschermt afhankelijke ouderen die
niet meer kúnnen werken. We kunnen hierdoor goed blijven zorgen voor
kwetsbare ouderen en onderwijs garanderen voor kinderen.
Als we nu
niet aangeven hoe de groeiende tekorten op de overheidsbegroting als gevolg
van de kredietcrisis en de vergrijzing worden gedekt, blijft het onzeker wie
straks die groeiende rekening moet betalen. Deze onzekerheid vertraagt het
herstel van vertrouwen en daarmee het herstel van de economie. Als we nu
maatschappelijke overeenstemming bereiken over een eerlijke regel voor de
aow-leeftijd waar burgers van op aan kunnen, vergroot dat het vertrouwen in
een betrouwbare overheid – en in elkaar.
Abrupte
beleidswijzigingen en kostbare generatieconflicten over de kosten van de
vergrijzing kunnen hiermee in de toekomst worden voorkomen. Werkgevers en
werknemers kunnen zich tijdig instellen op een langer arbeidzaam leven. Zo
kunnen bijvoorbeeld mensen met zware fysieke beroepen worden bijgeschoold
voor minder belastende functies.
Het vertrouwen van de financiële
markten in de betrouwbaarheid van de Nederlandse staat is eveneens met het
verhogen van de aow-leeftijd gediend. Wouter Bos kan zo goedkoop geld uit de
markt blijven halen om de stijgende tekorten als gevolg van de kredietcrisis
te financieren. Bezuinigingen, lastenverhogingen en de toename van de
werkloosheid kunnen dan worden beperkt.
Ook de pensioenfondsen
zijn erbij gebaat: door de pensioenopbouw van werknemers te verlengen in
lijn met de stijgende levensverwachting, kunnen de pensioenfondsen hun
buffers weer op peil brengen, zonder dat ze daarvoor de premies hoeven te
verhogen. Het voorkomen van hogere pensioenlasten draagt bij aan het behoud
van werkgelegenheid en voorkomt dat huidige pensioenen fors moeten worden
verlaagd.
Een terecht bezwaar tegen een hogere aow-leeftijd is dat
het lagere inkomens met een kortere levensverwachting het hardst treft. Daar
moet een oplossing voor worden gevonden.
Verder dient de
achterblijvende gezonde levensverwachting van sociaal-economisch zwakke
groepen te worden aangepakt. Behalve preventie is een aanvullende
inkomensvoorziening op gemeentelijk niveau nodig voor ouderen van wie niet
kan worden verwacht dat ze tot de aow-leeftijd doorwerken. In ruil daarvoor
zouden ze dan wel iets voor de gemeenschap terug moeten doen.
De
vakbeweging vreest sociale onrust als de aow-leeftijd wordt verhoogd. Het
blijvende ongenormeerde gedrag in de financiële sector maakt het voor de
vakbeweging inderdaad erg moeilijk om een hogere pensioenleeftijd aan de
eigen achterban uit te leggen.
Maar gelukkig is ons land gezegend
met een vakbeweging die vuile handen wil maken door zelf
verantwoordelijkheid te nemen – bijvoorbeeld in ons pensioenstelsel.
De bonden moeten nu inzetten op het verhogen van de leeftijd waarop werknemers
hun ontslagbescherming verliezen (in de meeste cao's op 65-jarige leeftijd).
Verder kunnen zij met werkgevers afspraken maken over maatregelen om oudere
werknemers langer met plezier te laten doorwerken. Nederlanders zijn zuinig
op hun geld. We moeten net zo zuinig worden op oudere werknemers. Want we
hebben hun talenten hard nodig om onze samenleving gezond te houden.
Prof. dr. Lans Bovenberg is hoogleraar economie aan de Universiteit van
Tilburg.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!


Sorteer reacties












