Het advies van de basisschool, de Citotoets en de selectiecriteria van het voortgezet onderwijs spelen een belangrijke rol bij de toelating tot de gewenste school voor voortgezet onderwijs.
Zie ook:
Bij de overstap naar het voortgezet onderwijs moeten kinderen drie zenuwslopende hobbels nemen.
De eerste hobbel betreft het schooladvies naar aanleiding van diverse schooltoetsen en het oordeel van de leerkrachten op basis van acht jaar basisschool. We weten in het dagelijks leven hoeveel zaken verkeerd gaan door communicatieproblemen en inschattingsfouten en dit gebeurt ook bij leerkrachten.
De school geeft aan dat het gaat om informatie die ze over acht jaar heeft verzameld. Maar als één leerkracht een negatief beeld geeft over een jongen in groep 5, wie voorkomt dan dat dit beeld automatisch meeloopt tot en met groep acht? In hoeverre start een leerkracht met een open blik of neemt hij voetstoots het beeld over dat de vorige collega hem aanreikt? Bovendien worden kinderen die tegensputteren al snel als 'sociaal onaangepast' gelabeld. Deze kinderen krijgen meestal een vmbo-advies, hoe hoog hun Citoscores ook mogen zijn. Velen hebben als onderbouwing gehad dat hun ouders niet voldoende toegerust zijn om hen te ondersteunen in het voortgezet onderwijs. De blik van leerkrachten is gekleurd. Allochtone leerlingen die hoog scoren op de Citotoets krijgen vaker dan autochtone leerlingen een lager schooladvies.
De tweede hobbel is de prestatiedruk tijdens de Citotoets. Het moet allemaal tijdens die drie dagen gebeuren. Als je zenuwachtig bent of je toevallig net niet lekker voelt, dan ben je de klos. Verder is het zo dat de toetsen zijn ontwikkeld door en voor de gemiddelde Nederlander. Alles wat niet in dat plaatje past, loopt het risico buiten de boot te vallen. Dit geldt ook voor Nederlandse kinderen uit een zwak sociaal-economisch milieu.
Een derde hobbel is de ontvangende school die eisen stelt. Bijvoorbeeld een vwo-school die een minimum Citoscore van 544 eist van nieuwe leerlingen. Op die manier wil de school de uitvalpercentages zo laag mogelijk houden en zo goede sier maken op toekomstige voorlichtingsbijeenkomsten. Een kind met 541 heeft dus een probleem om toegelaten te worden of er worden voorwaarden aan verbonden. Als zijn ouders academisch opgeleid zijn wordt het kind wel aangenomen. Het kind krijgt voor de eigen bescherming van de school een brief met de mededeling, dat hij van school af moet als hij het eerste jaar niet haalt. Het kind komt in de stress en wat zijn de effecten van die brief op zijn zelfvertrouwen? De laatste trend is dat scholen voor voortgezet onderwijs bezig zijn om kinderen verdiepingslessen te laten volgen op hun school 'om het kaf van het koren te scheiden', zodat ze het neusje van de zalm uit groep acht kunnen paaien en aan zich kunnen binden.
Ik kom nog steeds veel te veel allochtone jongeren en volwassenen tegen die te laag zijn doorverwezen en die een onnodig lange weg hebben moeten afleggen (vmbo, mbo, hbo) om uiteindelijk een universitaire opleiding te halen. Blijkbaar konden ze het dus wel, alleen zag de schoolomgeving hun potenties in eerste instantie niet. Sommigen hadden voldoende doorzettingsvermogen om die lange weg te volgen. Enkelen kregen veel steun van hun ouders en hebben de langste weg alsnog gevolgd om uiteindelijk een hbo of universitaire opleiding af te ronden. Anderen waren minder bevoorrecht. Om wat voor reden dan ook, zijn ze de weg kwijtgeraakt, maakten de opleiding moeizaam af of verlieten de school vroegtijdig. Hierdoor blijft ontzettend veel potentieel onbenut. Doodzonde!
Het kind moet weer centraal staan! De instrumenten zijn daarbij niet meer dan een hulpmiddel. We moeten op zoek gaan naar de ware talenten van kinderen en hen uitdagen om de grenzen van hun kunnen te verleggen.
De rol van hun ouders en leerkrachten, vanwege hun partnerschap in de ontwikkeling van het kind, is daarbij essentieel. Wij ondersteunen ouders en scholen, zodat zij gelijkwaardige gesprekspartners worden binnen de school. Op die manier wordt de kans op een evenwichtiger advies vele malen groter. Hierdoor kan de lijn van onterecht lage doorverwijzingen eindelijk worden doorbroken.
Drs. Marom Ayoubi is onderwijsadviseur van Palet, adviseurs diversiteit in Noord-Brabant.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!













