Minister Klink maakt tempo met het invoeren van het landelijk elektronisch patiëntendossier. Eind 2009 moet het al ingevoerd zijn. Begin november ontvingen alle burgers hierover een aankondigingbrief. Via het patiëntendossier (LEPD) moeten alle zorgverleners veilig en snel actuele informatie kunnen opvragen uit computers van andere zorgverleners.
Zie ook:
De gegevens van de patiënt kunnen niet opnieuw bewaard worden in de computer
van de 'aanvrager'. Daarmee blijft de verantwoordelijkheid voor de gegevens
bij de zorgverlener die ze heeft ingevoerd. De informatie in
patiëntendossiers is vertrouwelijk, een zorgverlener moet dus een geldige
reden hebben om gegevens op te vragen.
In de aankondigingbrief
staat dat het patiëntendossier het maken van fouten moet voorkomen. De brief
gaat echter niet in op de complexiteit van dit voornemen, noch wordt een
meer concreet moment genoemd waarop het ingevoerd moet zijn, dan 'eind
2009'. Vreemd, want aan de betrokken zorgverleners heeft de minister via de
Tweede Kamer laten weten dat hij het al op 1 september 2009 werkend wenst te
hebben. Dat schept verwarring.
De invoering van het
patiëntendossier klinkt simpel, maar dat is het beslist niet. Er zijn in
Nederland ruim 8000 huisartsen, circa 100 ziekenhuizen, bijna 2000 apotheken
en bijna 1500 verloskundigenpraktijken. Momenteel gebruiken zij zeer
verschillende elektronische informatiesystemen, elektronische dossiers,
datacommunicatie netwerken en protocollen. De minister wil dat alle
zorgverleners binnen één jaar informatie kunnen uitwisselen via het LEPD.
Twee recente pilots in Winterswijk en Rotterdam toonden onoverkomelijke
technische problemen, naast onduidelijkheid over privacy en
aansprakelijkheid.
Dit neemt niet weg dat het patiëntendossier
alom als zinvol wordt gezien. Het dient de veiligheid en maakt de zorg
efficiënter en vriendelijker voor de patiënt. Ondanks dat het grote belang
van het patiëntendossier al meer dan vijftien jaar wordt onderkend, hebben
alle inspanningen van onder meer huisartsen, specialisten en ziekenhuizen
tot op heden weinig opgeleverd. Niet verwonderlijk, omdat deze schakels los
van elkaar zijn georganiseerd en gefinancierd. Daarom is vaak gevraagd om
coördinatie, inclusief het beschikbaar stellen van geld. Veel geld, omdat
het dwingend afstemmen, ombouwen en invoeren een zeer omvangrijke en dus
dure klus is.
Aan het waarborgen van de privacy wordt veel aandacht
besteed. Daarbij gaat het niet om eenvoudige afscherming, maar om het omgaan
met gegevens die soms wel, maar veel vaker niet toegankelijk mogen zijn. Ook
moet de vraag worden beantwoord van wie het LEPD is en wie
eindverantwoordelijk is. Er is veel voor te zeggen om de patiënt eigenaar te
maken. Maar dat lost niet alles op, want wie mag iets aan het dossier
toevoegen en of weghalen? Wat mag er met de gegevens, al dan niet
geanonimiseerd, gebeuren? Is populatieonderzoek toegestaan, daar waar het om
de volksgezondheid gaat? Er is nog veel te winnen: het aantal mensen dat op
het internet zoekt naar het begrip 'griep' blijkt een betere maat te zijn
voor het actuele aantal grieplijders dan de formele registratie van de
overheid.
De invoering van het patiëntendossier in Europese landen
geeft ons bruikbare informatie. Het blijkt dat het ontwikkelen en invoeren
van een LEPD veel tijd kost, ten minste vijf jaar. Het overwinnen van
technische problemen blijkt steeds lastiger dan gedacht. Ook de aanname dat
geld wordt bespaard, komt voorlopig niet uit. In Engeland zou het LEPD op
zijn vroegst in 2014, het jaar van oplevering, 1,4 miljard euro moeten
besparen.
In Nederland gaat de uitrol in de proefregio's erg
moeizaam, zowel functioneel als technisch. De landelijke discussie over
informatiebeveiliging helpt ook niet echt. Een onderzoek bij twintig
ziekenhuizen, uitgevoerd in juni 2007 maar pas recent gepubliceerd, toont
dat de beveiliging bij alle twintig onder de maat zou zijn.
Samenvattend is de sympathieke ambitie voor 2009 van het ministerie irreëel.
Vijf jaar is een veel realistischer termijn en haalbaar mits aan een aantal
voorwaarden wordt voldaan. Landelijke coördinatie is gewenst waarbij VWS
opdrachtgever is. Ook moet er voor een landelijke aannemer worden gekozen
die, voorzien van adequate bevoegdheden en budget, de technische,
functionele en beveiligingseisen oplost. Uiteraard in overleg met het veld.
Het versturen van de aankondigingbrief, als onderdeel van de
communicatiestrategie, gebeurde veel te vroeg. Het past bij grote maar niet
reële verwachtingen van de minister en parlement. En, nog erger, de
uitblijvende resultaten laten het gevoel van onveiligheid toenemen. Voor nu
is het zaak de verwachtingen aangaande het patiëntendossier rap tot een
realistisch niveau terug te brengen en eendrachtig te werken aan de
realisatie.
Prof. dr. Bart Berden is lid Raad van Bestuur van het
St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg en parttime hoogleraar
organisatieontwikkeling aan de TiasNimbas Business School van de
Universiteit van Tilburg. Ir. Hans Candel is manager Informatisering &
Automatisering in het St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.















