Zie ook:
Maar of de regionale krant onmisbaar is, lijkt nog maar de vraag. Voor veel
Nederlanders is het geen vraag meer: de regionale oplage is de afgelopen
tien jaar met zo'n 15 procent teruggelopen.
Tot tien jaar geleden
ging het goed met regionale kranten. Het ging zelfs prima. In vrijwel elke
plaats had één titel het nieuws- en reclamemonopolie. Regionale - en lokale
omroep werd nauwelijks serieus genomen, internet werd weinig gebruikt
terwijl huis-aan-huisbladen in handen waren van dezelfde dagbladuitgever.
In de tweede helft van de jaren negentig dalen de oplages en de
advertentie-inkomsten. Jongeren lezen minder de krant, het automatisme van
het abonnement op de regionale krant verdwijnt. Internet is een volwaardige
– gratis – nieuwsbron geworden terwijl regionale radio en tv zich tot
geduchte concurrenten hebben ontwikkeld.
Wat de kranten daar
tegenover plaatsen is magertjes, en als ze wat doen, doen ze dat
betrekkelijk laat. Internet wordt met argwaan bekeken omdat men geen
concurrent voor de eigen krant wil scheppen. Andere aanbieders hebben daar
geen last van, waardoor veel regionale kranten later gedwongen worden meer
nieuws op internet te zetten – vaak onder protest van een deel van de
redactie. De meest revolutionaire verandering: de tabloid, heeft de
oplagedaling ook niet gestopt.
Het lijkt er sterk op dat men bij
kranten nog niet helemaal gewend is aan het nieuwe speelveld, de nieuwe
spelers en de nieuwe regels. De zelfvoldane monopolist ziet zich
geconfronteerd met agressieve concurrenten, onwillige lezers, calculerende
adverteerders en veeleisende eigenaren.
Een deel van de problemen
waarmee regionale kranten geconfronteerd worden, zijn betrekkelijk
onoplosbaar. Internet zal alleen nog maar belangrijker worden, jongeren
zullen andere media gebruiken, de vergrijzing gaat gewoon door, allochtonen
lezen nu eenmaal weinig kranten terwijl de nieuwkomers in de Vinex-wijk ook
geen abonnement op de regionale krant nemen.
De krant zal zich
moeten schikken in die nieuwe rol. Het wordt nooit meer zoals vroeger. Er
zal met minder mensen meer gedaan moeten worden, terwijl de oplage voorlopig
zal blijven dalen. Er moet efficiënter en inventiever worden gewerkt – zowel
op de redactie als bij de advertentieverkoop. Het merk van de regionale
krant moet uitgebuit worden, de urgentie van het nieuws moet hoger. Het is
vooral die urgentie die lijkt te ontbreken: de krant bevat te weinig
verhalen waar men op verjaardagen, bij de bakker en langs de lijn over
napraat. Als je krant niet meer automatisch onmisbaar is, moet je jezelf
onmisbaar maken.
Bij journalisten is zo'n analyse niet erg
populair. Het zijn vooral de anderen die schuld hebben aan de malaise:
internet, gratis kranten, huis-aan-huisbladen, de overheid, de
adverteerders, de lezers en de eigenaren. Allemaal waar – althans een beetje
waar – maar dat neemt niet weg dat journalisten bijna de enigen zijn die er
wat aan kunnen doen. De enige 'andere' van wat meer positieve inbreng
verwacht zou mogen worden is de eigenaar. Maar op dat gebied hebben
Nederlandse kranten het niet getroffen.
Nederlands grootste
uitgever PCM is de afgelopen jaren ruim 300 miljoen euro lichter gemaakt
door de Britse investeerder Apax terwijl De Telegraaf met een gokje op de
optiemarkt zo'n 200 miljoen euro in rook zag opgaan. Voor Wegener – ook de
uitgever van het Brabants Dagblad – ziet het er nauwelijks rooskleuriger
uit. De Britse eigenaar Mecom heeft de aandeelhouders hogere rendementen
beloofd en die kunnen alleen maar gerealiseerd worden door fiks te
bezuinigen. En daarmee is misschien wel het grootste probleem aangekaart
waarmee regionale kranten te maken hebben.
Het gaat namelijk
helemaal niet zo slecht met regionale dagbladen. In het verspreidingsgebied
van het Brabants Dagblad leest nog steeds zo'n 40 procent de krant, waarbij
de rendementen behoorlijk zijn. Het merk is sterk, de nieuwsagenda wordt nog
steeds door de krant bepaald. Om die positie te handhaven en waar mogelijk
te versterken moet ook geïnvesteerd worden in nieuwe projecten. En daar
lijkt nu geen ruimte meer voor, het geld dat verdiend wordt verdwijnt naar
de Britse eigenaar die nog hogere afdrachten eist (dus bezuinigen). En al
druk je foto's op z'n kop en schrijf je alleen maar persberichten over, de
meeste lezers en adverteerders lopen niet meteen weg. Op korte termijn een
zegen voor de eigenaar die binnen vijf jaar de krant toch weer verkoopt.
Maar op lange termijn een ramp voor de regio.
Piet Bakker is
lector crossmedia content aan de Hogeschool Utrecht en universitair
hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!


Sorteer reacties












