Volgens een klerikale brief aan priesters zouden 'Priesters weer moeten leren knielen tijdens de mis'. foto Gerard Vrakking
De Nederlandse bisschoppen hebben naar aanleiding van Sacramentsdag een brief aan de priesters geschreven, waarin zij aandringen op een meer eerbiedige houding tijdens het vieren van de eucharistie en op het onderhouden van vastgestelde regels ten aanzien van de riten die bij de eucharistie gebruikt worden.
Hoewel deze brief een persoonlijk karakter heeft, namelijk uitdrukkelijk bedoeld voor de priesters alleen, sporen de bisschoppen tegelijk de priesters aan hun liturgische medewerkers van de inhoud ervan op de hoogte te stellen, reden waarom ik deze brief publiekelijk aan de orde durf te stellen.Mijn voornaamste bezwaar tegen deze brief is dat hij de priesters en hun medewerkers eerder ontmoedigt dan inspireert. Natuurlijk hebben de bisschoppen het recht hun mening te laten horen, maar wanneer daarmee de integriteit van zowel de priesters als hun medewerkers in twijfel wordt getrokken, voel ik me namens velen van hen verplicht daartegen te protesteren. Natuurlijk zijn er ook priesters die de brief toejuichen. Zij zijn echter van een andere generatie dan wij ouderen, die aan de ontwikkelingen van de tijd vorm hebben proberen te geven. Dat gebeurde weliswaar met gebreken, maar die zijn niet van dien aard dat ons nu een lesje geleerd moet worden. De jongere generatie is bovendien door wetten en regels gevormd, terwijl de ouderen zich hebben laten vormen door het leven zelf.
Laat ik enkele voorbeelden uit de brief geven. De priesters moeten voortaan weer leren knielen tijdens de mis, waar langzamerhand het buigen in zwang gekomen is. Is buigen minder eerbiedig dan knielen? Misschien eerder het omgekeerde. Men buigt diep voor een hogergeplaatst persoon, om zijn eerbied te betuigen.
Zo moeten de priesters zich ook houden aan de voorgeschreven gebeden, met name in het eucharistisch gebed. Over 'tafelgebed' mag niet meer gesproken worden. De doxologie (lofprijzing) op het einde van het eucharistisch gebed mag niet meer door de gelovigen meegebeden worden, waar deze gewoonte ontstaan is als instemming van de gemeente met het eucharistisch gebeuren. Het koor mag niet meer vóór het tabernakel gaan staan, omdat daardoor de ruimte voor het tabernakel, waar het allerheiligste bewaard wordt, afgesloten wordt. De communie mag niet thuis bewaard worden, maar moet steeds in een brand- en inbraakveilig tabernakel staan. Intercommunie is uit den boze en moet altijd vermeden worden. Communiceren onder twee gedaanten - brood en beker - is in uitzonderingsgevallen geoorloofd, maar ook dan mag de communicant zelf het brood niet indopen in de beker. Dit moet de priester zelf doen en het in de mond van de communicant stoppen. Vóór het communiceren moeten waarschuwende teksten gebruikt worden, die onwaardige deelnemers verhindert aan de communie deel te nemen enzovoorts, enzovoorts.
Hoewel bedoeld om de eerbied voor de eucharistie te bevorderen, spreekt uit deze brief de kleinzieligheid van de schrijvers. Ik kan me ook niet voorstellen dat alle leden van de Bisschoppenconferentie de inhoud ervan onderschrijven. Tussen de regels door lees je de verdeeldheid onder hen en de overheersing van enkelen onder hen. Het is in en in droevig dat de bisschoppen hun medewerkers in het priesterschap zo benaderen en via hen de kleine groep gelovigen die vandaag nog proberen serieus gestalte te geven aan hun kerk-zijn. Denken de bisschoppen op deze manier de kerk naar de toekomst gestalte te geven? Ze mikken met deze brief eerder op een sektarische kerk, die bestaat uit een kleine groep van gezagsgetrouwen, die zich aan wetten en regels houden.
Wanneer mogen we van de bisschoppen eens een bemoedigende getuigenis horen in deze onzekere tijden? Wanneer mag de oudere generatie priesters eens te horen krijgen dat zij het in de moeilijke situatie waarin zij de kerk gediend hebben en waarin steeds meer een beroep op hen gedaan wordt, goed gedaan hebben? Een lesje leren doe je kleine kinderen, die hun weg in het leven nog moeten zoeken. Om oudere priesters te ontmoedigen, volwassen mannen die de kerk een goed en trouw hart toedragen, moet je niet zo'n brief schrijven, die hen bijna vernedert.
Hoewel er op deze brief nauwelijks een publieke reactie gegeven werd, voelde ik me gedwongen dit wel te doen, vanuit een oprechte bekommernis met de vele priesters en goedwillende gelovigen die de kerk proberen te dragen.
Ton Baeten was abt van de abdij in Heeswijk-Dinther


Sorteer reacties










