Vijf Bijlen is de langverwachte bundeling zkv's (zeer korte verhalen) van
A.L. Snijders. In dit 666 pagina's dikke boek staan de stukken die hij in
2007 en 2008 aan een selecte groep bekenden mailde.
De 'verhalen' zijn vaak uitsnedes uit Snijders leven. Hij leest iets - hij
heeft een zeer brede smaak, van Machiavelli tot L.H. Wiener - en
reflecteert. Hij maakt iets mee - autopech, ontmoetingen in bos en
supermarkt, gesprekken over Bach, tao, religie – en geeft commentaar. Zonder
pointe, zonder een soort zegevierende uitsmijter. Droog. Als een raadsel dat
niet is opgelost.
Op zoek naar een kist waarin zijn zoon heeft
gelegen, ontmoet Snijders een uil (pagina 570). Hij besluit het stukje met:
'Wat de uil van mij denkt, weet ik niet.' Of hij de kist heeft gevonden,
vertelt het verhaal niet, en juist dat niet afgeronde is mooi.
Snijders houdt 'van zeer kleine verhalen met zeer grote gevolgen: piekeren,
tobben, verdriet en vreugde, gewoon de dingen waar het om gaat'. Dit citaat
staat op pagina 362, met twee voorbeelden.
Drie pagina's verder
staat het verhaal Jaartallen, dat heel mooi de stijl van Snijders
karakteriseert. Die stijl is onsentimenteel. Over de moeder van Snijders die
in 1912 in de Van Eeghenstraat van driehoog uit het raam valt. Met zeer
grote gevolgen, want ze overleeft. In 2008 is Snijders in de Van
Eeghenstraat. 'Ik kijk en denk welk raam.' Meer niet. Geen gehuil.
Afsluitende zin: 'Ik denk aan mijn dode moeder, wat zou er van haar geworden
zijn.'
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
















