De Mariakerk in Vught wordt op dit moment ingericht voor de eerste Biënnale van Vught van 29 mei t/m 14 juni. Foto Marc Bolsius
VUGHT - De organisatoren van beide evenementen hebben het niet graag, maar er valt niet aan te ontkomen. De opzet van Oisterwijk Sculptuur (5 - 21 juni) en de eerste Biënnale van Vught (29 mei - 14 juni) heeft grote overeenkomsten.
Beide willen ze de drempel voor het kijken naar kunst verlagen met een
grootschalig evenement.
Er komt nog bij dat Joris van Loon van
Gallery Van Loon en Simons, de organisator van Biënnale Vught, vroeger
werkte bij de galerie van Matisse Etienne, organisator van Oisterwijk
Sculptuur.
Reden genoeg om voor de eerste, eind mei startende
Biënnale in Vught een soortgelijke opzet te verwachten als in Oisterwijk,
maar dat pakt toch heel anders uit.
De locatie in Vught zal
dankzij het inzetten van de strenge Mariakerk in Vught en de fraaie, door
tuinarchitect Springer aangelegde, 150 jaar oude tuin van de galerie van Van
Loon en Simons sterk verschillen van het evenement in en rond De Lind waar
Oisterwijk Sculptuur zich afspeelt.
"Het gaat heel anders
worden", belooft Joris van Loon. "We zullen in de kerk een
sacrale, mystieke sfeer creëren. We zullen bijvoorbeeld Gregoriaanse muziek
laten horen."
In de strenge, net voor de Tweede
Wereldoorlog door architect A.J. Kropholler gebouwde Mariakerk is het een
drukte van belang. De kerk, die al jaren leeg staat, wordt momenteel
gerestaureerd en krijgt een nieuw dak. Binnen hebben Van Loon en Simons met
enkele handige ingrepen de kerk geschikt gemaakt als expositieruimte.
In het midden van de ongeveer duizend vierkante meter grote kerk is een grote
donkere ruimte gebouwd: een 'glastempel' waar Van Loon en Simons met een
uitgekiende belichting de kunstenaars presenteren die in glas werken. Op de
voormalige kansel is ruimte gemaakt voor een restaurant waar tijdens de
Biënnale gegeten kan worden.
Langs de zijkanten worden met
behulp van rode lopers en doeken routes gemaakt waar bezoekers langs de
beelden en schilderijen lopen. De ramen worden geblindeerd, met uitzondering
van de sfeervolle middenbeuk waar het licht gedempt binnenvalt door de hoge
glas-in-lood ramen. De strenge uitstraling van de kerk van Kropholler (de
architect bouwde in Brabant in zijn typische stijl met dikke muren en
monumentale deuren ook het gemeentehuis van Waalwijk) zal zeker zorgen voor
een aparte sfeer.
Vanuit de kerk kan door een speciaal
aangelegd trapje en poortje de entree naar de tuin van de galerie worden
gemaakt. De tuin, die in het midden van de negentiende eeuw werd ontworpen
door de beroemde tuinarchitect L.A. Springer (ook de ontwerper van het
Wilhelminapark in Tilburg) zal worden volgezet met beelden.
Aan de
Biënnale Vught zullen 49 aan de galerie verbonden Nederlandse en
buitenlandse kunstenaars meedoen die ongeveer 250 kunstwerken hangen en
plaatsen. Tot die kunstenaars behoren de Brit David Begbie, Paul Ceulemans,
Hans Grootswagers, Tjikkie Kreuger, Mattie Schilders, Prsemyslaw Lasak
(Polen), Wang Chengli (China) en Ger Stallenberg.
De gratis
toegankelijke Biënnale Vught wordt mogelijk gemaakt door 32, veelal lokale,
sponsors. Volgens Van Loon was er ondanks de moeilijke omstandigheden voor
veel bedrijven grote belangstelling voor sponsoring. Daardoor konden Van
Loon en Simons zorgen voor een gedegen financiële onderbouwing van het
evenement. Ook daar ligt weer een verschil met Oisterwijk Sculptuur dat
uiteindelijk slechts kan doorgaan met steun van de gemeente.
Biënnale Vught, 29 mei t/m 14 juni, Taalstraat 53 Vught.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties












