schapsleden waren aanwezig om deze gebeurtenis van nabij mee te maken. De Engelse componist Antony Pitts overhandigde zijn nieuwe Missa Unitatis aan de Broederschap en bezegelde zijn opdracht door de mis te ondertekenen.
Pitts dirigeerde tevens de eerste uitvoering. Met het Brabantse gezelschap Cappella Pratensis had hij een gouden koor onder handen. Zijn Mis van Eenheid straalde van begin tot eind, een mis die een brug slaat tussen het katholieke en protestante deel van de Broederschap. Die eenheid klonk ook terug in de muziek. Weelderige harmonieën en melodieën in overvloed maar zonder overbodige tierelantijnen en strak geregisseerd. Pitts schreef het stuk zowel voor de acht mannen van Cappella Pratensis, als voor het grote koor van de Schola Cantorum dat het zondag deels uitvoert.
In deze kleine bezetting kwam de kracht van Pitts' compositie kristalhelder naar voren. Een sobere aftrap met een Oosters aandoend 'Kyrie' waarin de mannenstemmen dalende en stijgende guirlandes van noten aaneenregen. Pitts betuigt zich een meester in het kneden van vreemdsoortige, schurende harmonieën, waaruit rondzingende boventonen ontsnappen. Mathematische schoonheid in klank. Want in alles was deze mis bijzonder modern, zoals in de trance-achtige woordenswing van het Credo. Deze lang uitgesponnen geloofsbelijdenis ontaardt vaak in een taai brok muziek, maar bij Pitts is het een en al puntigheid. Het afsluitende 'Sanctus' en 'Agnus Dei' baden in eenzelfde mysterieuze glans. De mis werd niet als eenheid opgediend maar de verschillende misdelen werden omlijst en afgewisseld met koorwerken uit de negen oude koorboeken van de Broederschap. Prachtige werken die het verdienen herontdekt te worden, zoals Johannes Mouton's motet 'Nesciens mater'. Een zalvend slotakkoord. Ook de oudste muziek kan dan ineens heel modern klinken.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.















