Black Feater Rising van de Stichting Octopus is te zien tijdens het festival November Music in Den Bosch. foto Anna van Kooij
Het verhaal is van alle tijden, van alle culturen. Vrouw zoekt man, man
zoekt vrouw. Maar voor zij elkaar vinden, moeten zij veel overwinnen in hun
omgeving, maar vooral in zichzelf. De Indiase componist Param Vir en
librettist David Rudkin namen een oude Indiaanse mythe tot uitgangspunt voor
hun kameropera 'Black Feather Rising', een liefdesverhaal ingebed in een
natuur, die soms een zegen is, maar vaker onbarmhartig en onherbergzaam.
Zie ook:
Dit bijzondere muziektheaterstuk staat zaterdagavond in de Verkadefabriek in
Den Bosch. Jos van Kan -onder meer bekend als vaste gastregisseur van De
Wetten van Kep- ler- regisseerde deze nieuwe opera, die is gemaakt in
opdracht van de Stichting Octopus en nu te zien is tijdens het festival
November Music in Den Bosch.
Van Kan prijst de klankrijkdom van
'Black Feather Rising'. "Het is een royale compositie."
Param Vir oogstte veel succes met zijn opera's 'Snatched by the god's' en
'Broken Strings' in een productie van de Nederlandse Opera in een regie van
Pierre Audi. Vir verhuisde in 1984 naar Engeland.
Een vrouw,
West-Wind-Rising verlaat haar man en kind om een man, Raven Caller, achterna
te reizen. Zij heeft hem maar even gezien, maar voelt zich onmiddellijk met
hem verbonden. Het is voor alle twee liefde op het eerste gezicht. Als zij
elkaar terugvinden, is de vrouw verzwakt doordat zij van een rots is
gevallen en is de man zijn geheugen kwijt.
Zij moeten alletwee hun
eigen innerlijke weg gaan om uiteindelijk elkaar terug te kunnen vinden.
"Het is geen seksuele liefde die hen naar elkaar trekt. Hun aanrakingen
zijn intens maar spaarzaam", vertelt Van Kan. "Het is een grote
zielsverwantschap, waarvoor zij al hun zekerheden op het spel zetten."
Voor westerlingen is het best moeilijk zich te verplaatsen in deze Indiaanse
mythe, waarin de natuur zo'n overweldigende rol speelt. En waarin een vrouw
haar man en kind in de steek laat en daar nog mee weg komt ook. Ook de
overweldigende natuur is voor ons moeilijk te vatten. "De mens is hier
helemaal onderworpen aan de wetten van de natuur. Wij zijn tenslotte maar
kleine speldenprikjes op de aardbol", zegt Van Kan.
Van Kan
heeft een vrij sobere regie gevoerd in dit werk, waarin hij vooral de muziek
recht wilde doen. "Als de muziek zo rijk is, kun je heel goed soberheid
toelaten in je regie", zegt hij. Toch denkt Van Kan een goede balans
gevonden te hebben tussen drama en muziek. "Ik ben gelukkig met wat ik
ervan heb kunnen maken."
In deze kleine opera zitten de zes
musici op het podium en omcirkelen de zangers. Er is op die manier een grote
gelijkwaardigheid tussen zangers en ensemble, vertelt Van Kan. Bovendien
vindt hij het interessant om de musici, die allen verschillende instrumenten
bespelen aan het werk te zien. "Zo kun je ook genieten van de fluitist
die in twee tellen van fluit wisselt."
Deze aanpak is net zo
avontuurlijk als het drama zelf. Zo heeft het ensemble gewerkt zonder
dirigent, waardoor enorm veel tijd en inspanning nodig was om tot hecht
samenspel te komen. Volgens Van Kan is dat goed gelukt.
Hij vindt
het fantastisch dat hij aan dit bijzondere stuk met zo'n topbezetting mag
meewerken. "Het goede aan zo'n nieuwe opera is dat je je met elkaar
inlaat met het onbekende en een onbetreden terrein verkent."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.















