Miriam Zenzi Makeba is als zangeres voorgoed verbonden met de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika.
Zie ook:
Op het podium van de Concertzaal in Tilburg stond Miriam Makeba vorige week
woensdag nog te stralen dat ze beschikte over de eeuwige jeugd en het
eeuwige leven.
Zondagnacht bleek de betrekkelijkheid daarvan. Na
een concert in het Zuid-Italiaanse Castel Volturno werd de 76-jarige
Zuid-Afrikaanse zangeres en anti-apartheidsstrijdster getroffen door een
hartaanval. In het plaatselijke ziekenhuis kon ze niet meer worden
gereanimeerd.
Makeba, strijdbaar tot de laatste dag, nam in Italië
deel aan een antimaffia concert uit solidariteit met de schrijver Roberto
Saviano, die bedreigd wordt door de georganiseerde misdaad.
Miriam
Zenzi Makeba werd geboren in Johannesburg als dochter van een Swazo-moeder
en een Xhosa-vader. Als ouders hun kroost streng tot de orde willen roepen,
gebruiken ze soms de volledige voor- en achternaam van hun kind, maar bij
Miriam Makeba was daar geen beginnen aan. Haar volledige naam luidde Zenzile
Makeba Qgwashu Nguvama Yiketheli Nxgowa Bantana Balomzi Xa Ufun Ubajabulisa
Ubaphekeli Mbiza Yotshwala Sithi Xa Saku Qgiba Ukutja Sithathe Izitsha Sizi
Khabe Singama Lawu Singama Qgwashu Singama Nqamla Nqgithi - namen van haar
voorouders, met daarachter een korte karakteristiek in een of twee woorden
van hun karakter. Of die volledige naam in al haar negen paspoorten stond -
ze was ook nog eens erestaatsburger van tien verschillende landen - valt te
bezien.
De eerste professionele band, waarin Miriam Makeba zong,
was de Cuban Brothers, in 1950.
Halverwege de jaren vijftig bracht
ze het tot nationale bekendheid als lid van de Manhattan Brothers, een
elfkoppige close-harmonygroep, gemodelleerd naar Amerikaanse ensembles als
The Mills Brothers. Met de Manhattan Brothers toerde ze uitvoerig door
Zuid-Afrika, het toenmalige Rhodesië (Zimbabwe) en Congo, waarna ze in 1957
de ster werd van de African Jazz And Variety Show. Haar ster groeide verder,
toen ze meezong in de 'township musical' King Kong, naast haar toekomstige
echtgenoot Hugh Masekela.
Geld verdiende ze overigens nauwelijks.
De naam van Miriam Makeba zal voorgoed verbonden blijven met de strijd tegen
de apartheid in Zuid-Afrika. Haar eerste statement was een belangrijke rol
in de film 'Come Back Africa' van de Amerikaanse cineast Lionel Rogosin.
Toen ze naar Venetië ging om de première van de film bij te wonen, trok de
Zuid-Afrikaanse regering haar paspoort in. In de Verenigde Staten bouwde ze
verder aan een succesvolle carrière. Ze scoorde er hits met nummers als
'Pata Pata', 'The Click Song' en 'Malaika'. In 1966 kreeg ze een Grammy voor
de beste folkplaat, die ze maakte met Harry Belafonte, een felle aanklacht
tegen de apartheid.
Via Belafonte kreeg ze gastoptredens in de
Steve Allen Show en engagementen met gerenommeerde jazzclubs als The Village
Vanguard. In Amerika streek ze de autoriteiten tegen de haren in door haar
huwelijk met Stokely Carmichael, burgerrechtenactivist en lid van de Black
Panthers. Het kostte haar een platencontract en vele concerten. Ze verhuisde
naar Guinee, waar ze jarenlang fungeerde als afgevaardigde voor de Verenigde
Naties.
Nelson Mandela wist haar in 1990 te overreden om terug te
keren naar Zuid-Afrika. In 1986 kreeg ze de Dag Hammerskjøld Prijs voor de
Vrede.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
















