- deels onder water deze keer - maar dat aan hun speelsheid een volwassen component is toegevoegd. Die is met name zichtbaar in het concept. De doorgaans harde dansvloer is in 'Lala#4' ingeruild voor een gigantisch verend matras dat zich langzaam vult met lucht. Zo'n matras biedt ineens allerlei mogelijkheden voor een theatrale bewegingsvoorstelling: duiken en duikelen zonder je te bezeren, vallen en terugveren en je kunt er ook nog eens keihard met de platte hand op slaan. Dever en Vanborm doen het allemaal.
En de twee Vlaamse meiden niet alleen, want aan hun nieuwe voorstelling levert een derde danser, Seppe Baeyens, een groot aandeel. De theatermakers tekenen voor enkele prachtige sferen en choreografische vondsten waarbij ze gebruik maken van film waarop beelden van de drie zijn te zien: zwemmend en spartelend onder water. Die sfeer creëren ze ook op het luchtmatras vóór het filmdoek. Door traag te bewegen, losjes aan elkaar te hangen en om elkaar te draaien maken zij van droogzwemmen een oorspronkelijk en zinsbegoochelend beeld. Aan het eind van de dansvoorstelling wordt de toeschouwer opnieuw op het verkeerde been gezet. Op het filmdoek bewegen de dansers op een manier die alleen onder water mogelijk lijkt te zijn, maar ze wekken de suggestie dat ze juist boven het wateroppervlak zweven.
De voorstelling begint met een scène waarbij een danseres half verscholen in een omhulsel met ballonnen over de dansvloer rolt. Die ballonnen knerpen en piepen en roepen eenzelfde akelig gevoel op als iemand met zijn nagels over een schoolbord krast. Het duurt tot halverwege de voorstellingen voor de ballonnen kapot knallen. Dat is dan meteen hilarisch: de danseres ploft net zo vaak met heel haar gewicht op het luchtmatras totdat de ballonnen lek zijn.
Aan het eind van de voorstelling ontdoet ze zich van haar knellend omhulsel. Dat is een weinig originele symboliek die vaker is toegepast, maar als het betekent dat ze zich bevrijdt van haar blessure dan is het meteen een hoopvolle scène, want Lala#4 doet verlangen naar Lala#5.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.















