Auteur: door Nico de Boer |
woensdag 20 augustus 2008 | 02:57 | Laatst bijgewerkt op:
woensdag 20 augustus 2008 | 03:23
In haar eigen land kent de Australische schrijfster Helen Garner (1942) bewonderaars en tegenstanders.
Hier is ze niet of nauwelijks bekend. Mogelijk brengt haar jongste boek De logeerkamer daar verandering in. Een kleinood over vriendschap, ziekte en dood dat tegelijkertijd een aanklacht is tegen kwakzalverij. De terminale patiënte Nicole heeft bot- en leverkanker in een vergevorderd stadium en vliegt, na te zijn geopereerd en een chemokuur te hebben ondergaan, van Sydney naar Melbourne voor een alternatieve behandeling. Ze logeert bij haar vriendin Helen, die niets moet hebben van alternatieve geneeswijzen. Tegenover haar scepsis staat Nicole met haar onvoorwaardelijke geloof in een alternatieve kuur, in haar geval het intraveneus toedienen van hoge doses vitamine C, waarna ze zich heel beroerd voelt. Helen probeert haar vriendin tevergeefs te overtuigen van de heilloze weg die ze volgt: "Dat leeghoofd van een assistente Colette, die domme dikzak van een dokter… En dan de beroemde specialist. Enge griezels zijn het. Waarom geven ze je niks tegen de pijn? Het is of ze jouw ellende niet eens zíen!" Nicole klampt zich er toch aan vast: "Als ik er niet in blijf geloven, is het enige alternatief dat ik ga liggen en zeg: oké, ik geef het op. Ik ga dood. Kanker, kom me maar halen." De ongeneeslijk zieke wordt in De logeerkamer niet als een zielig, meelijwekkend geval beschreven, maar als een volwaardig mens die aan het leven hecht en er alles voor over heeft om de ziekte te bezweren.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.