Bergmans vulde een ruim zes meter lange elastische slurf met plastic skippyballen in verschillende formaten. Het object is bedoeld als sofa waar je in verschillende houdingen op kunt liggen en zitten. Toch roept het gevaarte tegelijkertijd allerlei andere associaties op zoals een mysterieus buitenaards wezen of een kronkelende slang die zojuist zijn prooi heeft verorberd.
Dat je met stof de meest fantastische illusionaire effecten kunt bereiken bewijst Barbara Broekman (1955) met de 'Textile Room'. De stoffen kamer is gemaakt van brede banen jacquard geweven stof. Net als bij een caleidoscoop draaien de kleurrijke psychedelische patronen voor je ogen ineen. Hierdoor verlies je in de ruimte elke mogelijkheid tot oriëntatie. De wanden beginnen hallucinerend voor je ogen te draaien.
Een stuk rustiger qua beeld zijn de driedimensionale geweven interieurstoffen uit de collectie 'Architextile' van de in Polen geboren Aleksandra Gaca (1969). De volumineuze luchtkussentjes in gelijkmatige patronen zijn uitgevoerd in wit zwart en grijs.
Ze leveren een overzichtelijk beeld op waarin iedereen zijn weg kan vinden. Het materiaal wordt vooral toegepast als stoffering van akoestische panelen en wandschermen.
Ook de wandkleden van Reinoud van Vught (1960) maken indruk. Hoewel de hand van de beeldend kunstenaar duidelijk herkenbaar is, zijn de grillige op de natuur geïnspireerde patronen in de kleden niet rechtstreeks ontleend aan bestaande schilderijen. Ze zijn al doende ontstaan. Door te weven in meerdere lagen, het gebruik van glanzende en matte garens in donkere en lichte kleurnuances is een opmerkelijke textuur ontstaan. Ze doet denken aan een berglandschap van bovenaf bezien. Van dichtbij lijkt het meer op de structuur van een boomschors. De allereerste keer dat van Vught met stof heeft gewerkt heeft in ieder geval iets heel bijzonders opgeleverd.
- Van Labyrinth tot Big Mama Projecten uit het textiellab Textielmuseum t/m 9 november 2008
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.















