De Bossche muzikant Robert-Jan Gruijthuijzen is een denker. Een zoeker. Een praktiserende filosoof die spreekt in de taal der muziek. Zijn band The Liszt is zijn medium; geen vehikel om anderen waarheden op te leggen, maar naar eigen zeggen een soort dagboek.
Met het nieuwe album 'Slaves' dat gisteravond in cafë Plein 79 ten doop
werd gehouden, duikt hij na twee jaar weer in de duistere krochten van zijn
ziel.
Gruijthuijzen: "Je moet je eigen geschiedenis leren
kennen om te weten wie je bent. Je moet kennis maken met je eigen donkere
kanten om de fleurige kanten te beseffen. In mijn muziek begin ik vaak met
zo donker mogelijke gevoelens om die vervolgens een positieve kant op te
drijven."
Vrijheid is het sleutelwoord, maar tegelijkertijd
een opvatting die Gruijthuijzen een bron van ergernis bezorgt. "Alle
keuzes die je rationeel maakt zijn gebaseerd op de dingen die je hebt
geleerd vanuit je opvoeding. Wat dat betreft ben je een slaaf van je eigen
geschiedenis en van je eigen omgeving. Mensen willen altijd maar vrij zijn,
maar beseffen niet dat ze eigenlijk heel gesloten zijn. Pas bij waarden als
authenticiteit en liefde worden bovenrationele keuzes gemaakt. Dan ben je
nooit een slaaf want daar kun je geen controle op uitoefenen. Dat is voor
mij de waarheid van het leven; dat betekent deze plaat 'Slaves' voor mij.
Dat kan wat pretentieus overkomen, maar ik zal niemand mijn eigen waarheid
opleggen. Wat ik zeg is: ga op zoek naar je eigen individu."
Na twee jaar levert die motivatie een intense plaat op die al direct in het
diepe duikt. Weinig vrolijke tripjes die je meesleuren naar benauwende
situaties, maar vervolgens ook de deuren opengooien naar hoop.
Gruijthuijzen: "Zoals iedereen ben ik op zoek naar balans in mijn
leven, maar als ik muziek ga maken, kan ik niks met balans, dan is het alles
of niks. Muziek moet pure emotie zijn. Of het is lief knuffels geven of het
is oorlog, ook in het proces zelf in de studio vlamt het regelmatig. Je moet
strijd leveren om iets te bereiken."














