Door de kredietcrisis staat de wereldeconomie nog meer dan anders in het brandpunt van de belangstelling. Dat betekent ook dat deskundigen en politici regelmatig niet-alledaagse termen bezigen die voor menigeen enige uitleg behoeven. Daarom dit ABC van de kredietcrisis. Heeft u nog vragen of toevoegingen voor dit abc, mail naar: economieredactie@brabantsdagblad.nl
Een kredietcrisis ontstaat als banken elkaar geen geld willen lenen omdat ze elkaar niet meer vertrouwen. Dat is een ernstig probleem, omdat banken onderling sterk met elkaar verweven zijn. Vergelijk de geldstromen met een bloedsomloop. Slibben de aderen dicht, dan stokt het functioneren van het hele lichaam - lees: de financiële wereldeconomie.
De huidige crisis is ontstaan bij de verkoop van hypotheken aan Amerikanen die dat feitelijk niet konden betalen. De rente was erg laag en banken gingen op zoek naar financiële producten die meer rendement op zouden brengen. Zo gingen ze deze hypotheken verpakken als pakketjes beleggingen en verkochten die - met het stempel ‘betrouwbaar’ - door aan andere banken. Die banken op hun beurt wilden er ook wel aan verdienen en deden hetzelfde. Nieuwe pakketjes, met andere namen en opnieuw nog hoge rendementen. De verkoop van de hypotheken leverden de hypotheekverkopers heel veel geld en bonussen op en ook het doorverkopen van de pakketjes beleningen ging gepaard met hoge rendementen. De hebzucht in de bancaire wereld vierde hoogtij. Althans: zo lang het goed ging. Op het moment dat de Amerikaanse hypotheken een nieuwe hogere renteperiode ingingen, bleken heel veel mensen ineens niet meer aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. Door de vele openbare verkopen gingen bovendien de prijzen van de huizen hard onderuit.
Nog harder dan er aan de beleggingen was verdiend, gingen nu ineens de verliezen de wereld over. De hefboom omhoog werd er een naar beneden. De pakketjes waren immers niets meer waard. Pas toen bleek hoeveel banken van deze ‘besmette’ leningen in huis hadden. Inmiddels hebben ze voor duizenden miljarden aan dit soort leningen ‘als waardeloos’ moeten afboeken op hun verlies- en winstrekening. Omdat banken van elkaar niet wisten wie besmet was en voor hoeveel miljoenen (miljarden), ontstond er een vertrouwensbreuk tussen de banken onderling. Dit leidde uiteindelijk tot de krdietcrisis zoals we die nu in volle omvang meemaken.
Aandelen
Aandelen zijn eigendomsbewijzen van deelneming in een bedrijf. Dit betekent dat iemand die aandelen bezit, mede-eigenaar is. Als een bedrijf geld van buiten wil aantrekken via de uitgifte van aandelen, gaat het bedrijf naar de beurs, waar de aandelen verhandelbaar zijn.
Er zijn ook niet-beursgenoteerde bedrijven die het eigendom hebben verdeeld over een aantal vaste aandeelhouders.
AEX (Amsterdamse Exchange Index)
De AEX is de beursgraadmeter van de Amsterdamse effectenbeurs. De index wordt gevormd door de 25 beursgenoteerde ondernemingen in wier aandelen het meest gehandeld wordt op de beurs. Dat zijn overigens ook vaak de grootste bedrijven. In de AEX zitten banken en verzekeraars, maar ook bedrijven als Ahold en Unilever. De AEX geeft een gewogen gemiddelde van deze 25 ondernemingen en kan daarmee als graadmeter van de beurs worden bestempeld.
Assets
De Engelse term voor bezittingen en/of eigendommen, bv. in effecten.
Baisse
Algemene en aanhoudende daling van de aandelenkoers op de effectenbeurs. Het
tegenovergestelde is een hausse; een aanhoudende stijging van de koersen.
Collateralized debt obligation (afgekort CDO)
Is de algemene aanduiding van een type lening waarbij zekerheid is verschaft
door de aanwezigheid van onderpand (collateral’’), meestal zijn dat
vorderingen zoals een verzameling gebundelde hypotheken, maar het kunnen ook
creditcardleningen zijn. CDO's zijn als financieel instrument gericht op
professionele marktpartijen, en niet bedoeld voor particuliere beleggers.
De Nederlandsche Bank (DNB)
Centrale bank van Nederland, die toezicht houdt op het bank- en verzekeringswezen. Een aantal taken van DNB is overgenomen door de Europese Centrale Bank (ECB) na de invoering van de Euro.
Depositogarantiestelsel
Dit is het spaargarantiestelsel dat de Nederlandsche Bank hanteert bij het omvallen van een bank in Nederland. De garantie betreft momenteel 100.000 euro per persoon per bank. Banken, die gevestigd zijn in de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein en die in Nederland vanuit een bijkantoor werken, vallen onder het depositogarantiestelsel van het land van herkomst. Denk aan de IJslandse bank Icesave: de eerste 20.000 euro spaartegoed moet door IJsland worden betaald. Als er meer op de rekening stond, betaalt de Nederlandsche Bank tot het maximum van 100.000 euro per persoon (200.000 bij een en/of rekening). De volledige tekst van de regeling vindt u elders op deze site onder het kopje Vragen en Antwoorden.
Depressie
De langdurige terugloop van de economie, ofwel een langdurige recessie.
Deflatie
Dat is een daling van het algemene prijspeil. Hetzelfde product is dan in een later stadium voor minder geld te koop. Deflatie doet de koopkracht stijgen, maar kan niettemin schadelijk zijn voor de economie. Consumenten hebben dan immers de neiging bestedingen uit te stellen. Over een jaar kunnen zij immers meer kopen voor dezelfde hoeveelheid geld.
Een ander effect van deflatie is dat de reële rente stijgt. Leningen moeten immers toch gewoon afgelost worden.
Effecten
Verzamelnaam voor waardepapieren: aandelen, obligaties en pandbrieven.
Europese Centrale Bank (ECB)
De ECB staat in Frankfurt en geeft leiding aan het netwerk van Europese centrale banken, zoals de Nederlandsche Bank (DNB) en alle andere banken in die meedoen aan de euro. De ECB bepaalt ook het rentebeleid en besluit over verhoging of verlaging van de rente met als belangrijk doel het laag houden van de inflatie.
In deze kredietcrisis heeft de ECB de banken vaak en met grote bedragen voorzien van geld om hun lopende bancaire activiteiten uit te kunnen oefenen.
Eurozone
Dit zijn de landen die mee doen aan de euro, oftewel de landen waar de euro als wettig betaalmiddel wordt gevoerd.
Financieringstekort
Negatief saldo van inkomsten en uitgaven van het Rijk exclusief de aflossingen op de staatsschuld.
Hedgefonds
Een hedgefonds is een gesloten beleggingsfonds met een beperkt aantal investeerders. Hedgefondsen zijn doelgericht bezig met het behalen van een positief rendement, ongeacht wat de markt doet, door gebruik te maken van onevenwichtigheden in de markt. Hierbij maken ze gebruik van verschillende financiële instrumenten zoals opties, obligaties, aandelen en andere financiële beursproducten. Ze speculeren bij voorbeeld ook op dalende koersen (short selling).
Hedgefondsen die beleggen met geleend geld lopen een hoog risico. Zij zetten veel hoger in dan het geïnvesteerde vermogen in het fonds. Als het dan misgaat, gaat het ook goed mis.
Hedgefondsen moeten niet verward worden met Private equity (grote investeringsfondsen met geld van grote beleggers en/of banken), die juist tot doel hebben een controlerend aandelenbelang in een bedrijf te verwerven. Veelal om het te kunnen reorganiseren en met veel winst weer te verkopen.
Wel zijn er zogenaamde áctivistische’ hedgefondsen, die op zoek gaan naar ondergewaardeerde beursgenoteerde bedrijven. Ze kopen een aandelenbelang en proberen vervolgens het management tot acties te dwingen die meer opleveren voor de aandeelhouders. Dat gebeurde bij VNU, Stork en ABN Amro.
Inflatie
Dit betekent dat je voor hetzelfde geld minder kunt kopen (de koopkracht daalt); het geld wordt dus minder waard. De Europese Centrale Bank probeert er op toe te zien dat de inflatie in Europa niet boven de 2 procent komt. Momenteel is die hoger, maar nu de olieprijzen dalen, zal ook de inflatie weer wat omlaag gaan.
Een gevolg van een hoge inflatie is dat sparen niet meer aantrekkelijk is, omdat je spaargeld minder waard wordt. Tenzij de rente op het spaartegoed hoger is dan de jaarlijkse inflatie. Het is wel aantrekkelijk om schulden te maken, omdat je schulden ook minder waard worden en je reëel gezien minder hoeft af te lossen
Institutionele beleggers
Fondsen en maatschappijen die uit de aard van hun bedrijf altijd grote geld sommen beleggen (bijvoorbeeld pensioenfondsen en verzekeringsmaat schappijen).
Internationaal Monetair Fonds
Is een financiële organisatie van de Verenigde Naties, die tegelijk met de Wereldbank in 1944 is opgericht voor de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Momenteel zijn 185 staten lid van het IMF. Voor het lidmaatschap betalen zij een contributie naar gelang hun nationaal inkomen.
Het IMF stuurt aan op monetaire samenwerking en financiële stabiliteit in de wereld. Het bewaakt de economische groei, de wisselkoersen en de werkgelegenheid via regelmatig terugkerende rapportages en analyses. Verder verleent het IMF financiële hulp aan landen om tekorten op hun betalingsbalans op te lossen. Daardoor krijgen landen meer tijd via binnenlandse maatregelen hun huishoudboekje weer op orde te brengen. Momenteel heeft het IMF 107 miljard dollar in leningen uitstaan bij 87 landen.
Recent hebben in verband met de kredietcrisis IJsland, Hongarije en Oekraïne de hulp van het IMF ingeroepen.
Kasreserve
Tegoeden van banken bij de centrale bank waarover de banken niet vrij kunnen beschikken.
Leverage
Is de hefboom die de verhouding tussen vreemd vermogen en het eigen vermogen aangeeft. Hoe lager het eigen vermogen, hoe hoger de leverage. Een leverage van 10 houdt in dat tegenover elke euro eigen vermogen er tien geleende staan. In deze kredietcrisis komt duidelijk boven water dat banken met te hoge leverages werken. Als er 100.000 euro binnenkwam werd er bijvoorbeeld voor 10, 20 of 30 keer zoveel aan kredietverplichtingen aangegaan. Als er vervolgens problemen opdoemen met het terugbetalen van die kredieten komt de bank in grote problemen.
Krediet
Geldlening. Dit kunnen zowel leningen bij een bank, instellingen of onderhandse leningen zijn.
Liquiditeit
Verhouding tussen kasmiddelen (van een bank) en kortlopende verplichtingen.
Markteconomie
Economische orde waarbij het marktmechanisme – het vrije spel van vraag en aanbod – dominant is. Deze kredietcrisis in ontstaan omdat de vrije markt onjuist, ondoordacht en met grote hebzucht heeft gehandeld. Het zijn nu weer de overheden die met hun leningen, garanties en zelfs het opkopen van banken, het vertrouwen in de vrije markt terug moeten brengen.
Moral Hazard
Nederlandse term zou zijn: moreel risico. Het is een economisch begrip dat verwijst naar veranderingen in het gedrag van partijen als zij niet direct risico lopen voor hun daden. In deze kredietcrisis wordt de term vaak gebezigd als verwezen wordt naar de extreem hoge bonussen die bij banken werden gegeven aan mensen die financiële producten met hoge rendementen wisten te verkopen, terwijl diezelfde mensen geen risico hebben gelopen op d e slechte afloop van die (risicovolle) producten. Zij weten dat uiteindelijk de staat een vangnet spant. De staat laat belangrijke banken en verzekeraars niet omvallen, omdat anders het hele financiële systeem instort. Vandaar ingrijpen overal ter wereld door de staat.
In het verzekeringswezen wordt de term ook vaak gehanteerd. Iemand neemt bijvoorbeeld meer risico als hij verzekerd is tegen bijvoorbeeld verlies of schade, dan wanneer hij zelf voor de schade op moet draaien.
New York Stock Exchange (NYSE)
De NYSE is de meest toonaangevende effectenbeurs van de wereld, beter bekend onder de naam Wall Street of 'the big board'.
Obligaties
Bewijs van deelname aan een lening met een bepaalde tijd. De deelnemer krijgt jaarlijks rente en krijgt aan het eind van de looptijd het ingelegde geld terug.
Optie
Recht om gedurende een bepaalde periode bijvoorbeeld een aandeel tegen een van tevoren afgesproken koers te kopen of te verkopen.
Primaire liquiditeiten
Ook wel: geld. Dit is al het geld dat direct kan worden uitgegeven, zoals het geld in je portemonnee (chartaal geld) en als het geld op je lopende rekening (giraal geld.
Rating agency
Grote Amerikaanse bureaus die kredietwaardigheid van bedrijven bepalen. De hoogste score is drie keer AAA. Voor banken betekent dit dat het zeer solvabele banken zijn. In Nederland heeft alleen de Rabobank een zogenaamde triple A rating. De ratingbureau’s worden momenteel sterk bekritiseerd omdat ze ook aan de Amerikaanse ‘rommel’ hypotheken een hoge status van AA meegaven. Banken wisten vaak door de ingewikkeldheid van de producten niet eens wát ze kochten, maar omdat er een hoge status aan meegegeven was, dachten ze dat het wel vertrouwd was. Ten onrechte dus.
Recessie
Meestal spreken we van een recessie als er een zwakke conjunctuur bestaat. Dit houdt in dat de groei van het bruto binnenlands product (alles wat we aan producten en diensten samen verdienen) onder het gemiddelde van een reeks van jaren ligt (de trend). Volgens de wat strengere definitie is sprake van een recessie als twee achtereenvolgende kwartalen een daling van de groei laten zien.
Reële economie
De reële economie is de term voor alle tastbare economische bedrijvigheid en geldhandel buiten de beurs. De beurs is namelijk de virtuele economie, een handel in aandelen en vele andere financiële producten die zich afspeelt via de beursschermen. De koersen van aandelen kunnen volstrekt afwijken van de werkelijke waarde van bedrijven, zowel in positieve als negatieve zin. Maar als de beurshandel, zoals nu, geen enkel vertrouwen heeft van beleggers, kan dat overslaan op de reële economie. Alleen al door de enorme verliezen die beleggers op de beurs hebben geleden is er veel ‘ welvaart’ in rook opgegaan. Het negatieve sentiment op de beurs, bijvoorbeeld de angst voor een recessie, kan ook op zichzelf al leiden tot een recessie.
De honderden miljarden die de Europese en Amerikaanse overheden gestoken hebben in reddings- en garantieplannen voor de banken moeten voorkomen dat de crisis in de financiële wereld overslaat naar de reële economie. Zeker is overigens al wel dat de crisis zal leiden tot minder of stagnerende economische groei in Europa en dat de VS niet aan een recessie zal ontkomen.
Reële rente
Rente na correctie voor inflatie.
Rente
Prijs van krediet. Ook wel interest genoemd. Op spaargeld krijg je rente omdat de bank aan jou een schuld heeft. Op hypotheek bv. betaal je rente omdat je zelf een schuld hebt aan de bank. De langdurige lage rente in Amerika heeft in feite de basis gelegd voor de kredietcrisis. Banken en andere financiële instellingen bedachten innovatieve, maar wel bijna onbegrijpelijke, producten om meer geld te verdienen.
Short-selling
Dit is een beleggingstacktiek waarbij gespeculeerd wordt op waardedaling van de koersen.
Deze manier van beurshandel is tijdelijk in Amerika en Europa verboden, omdat de vrees bestond dat short-selling een te negatieve invloed had op de koersen. Volgens toezichthouders hebben speculatieve beleggers met het ‘short selling’ bijgedragen aan de extreme koersdalingen van eind september. Om het effect te vergroten zouden zij daarbij ook actief negatieve geruchten hebben verspreid, onder meer over de financiële positie van bank-verzekeraar Fortis.
Short gaan is een omstreden beleggingsvorm waarbij een belegger geleende aandelen verkoopt met de bedoeling ze later tegen een lagere prijs op de markt terug te kopen. Bij naked short gaan is er geen sprake van lenen, maar worden aandelen verkocht die niet in bezit zijn. Alleen deze ongedekte vorm van speculeren is nu tijdelijk verboden.
Subprime hypotheek
Subprime-hypotheken, de laagwaardige Amerikaanse hypotheken voor de ninja’s (no income, no jobs, no assets), ofwel mensen zonder inkomen, zonder werk en zonder bezittingen.
Secundaire liquiditeiten
Ook wel: bijna geld. Dit zijn o.a. spaartegoeden, valuta en effecten.
Solvabele bank
Bank die voldoende eigen vermogen heeft om de risico's die verbonden zijn aan de kredietverlening, te kunnen opvangen.
Solvabiliteit
Verhouding tussen de totale bezittingen en schulden.
Solvabiliteitspercentage van een bank
De verhouding tussen het eigen vermogen van de bank en het uitstaande bedrag aan kredieten (de post Debiteuren).
Staatsobligaties
Leningen die de overheid uitzet tegen een bepaalde rente.
Staatsschuld
De totale schuld van de overheid. Anders gezegd: het totaal aan uitstaande leningen van de overheid.
Valutamarkt
Geheel van vraag naar en aanbod van buitenlandse valuta, Ook: wisselmarkt.
Langlopende schuldbekentenissen van de rijksoverheid.
Volatiliteit
Hiermee wordt weergegeven de mate waarin de koers van een aandeel beweegt. Een hoge volatiliteit is dus veel beweeglijkheid omhoog en omlaag. Als de beurskoersen maar op en neergaan, zoals nu veelal het geval is, zegt men: er zit veel volatiliteit in de markt.
Wereldbank
De Wereldbank is een internationale financieringsinstelling die zich met name richt op het verstrekken van langlopende leningen aan ontwikkelingslanden tegen de geldende marktrente. De Wereldbank is in 1944 opgericht tijdens de conferentie in Bretton Woods (Verenigde Staten). Het hoofdkantoor van de Wereldbank is gevestigd in Washington.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties















