Kamer steeds meer boksbal voor agressieve burgers

Auteur: van onze parlementaire redactie |   zaterdag 21 januari 2006 | 12:13

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Beveiligingsmensen zijn tegenwoordig een normaal verschijnsel in de Tweede Kamer. Zeker sinds Wilders en Hirsi Ali bedreigd worden.

Beveiligingsmensen zijn tegenwoordig een normaal verschijnsel in de Tweede Kamer. Zeker sinds Wilders en Hirsi Ali bedreigd worden.


Vrijdag 25 februari 2005 - Bijna alle Kamerleden hebben ermee te maken: woedende burgers. Vaker dan tot nu toe bekend was, leidt dat tot regelrechte bedreigingen. Is het nog wel leuk om volksvertegenwoordiger te zijn? „Ik voel de doodsangst gelukkig nog niet naderen.“
Het is niet eenvoudig om een volledig beeld te krijgen van de mate waarin Kamerleden met dreigementen te maken hebben. Iedereen weet hoe het zit met Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders. Voor hen is het leven onder een zwarte wolk - gezien het permanente kordon persoonsbeveiligers - een zichtbare dagelijkse realiteit. Maar hoe zit het eigenlijk met de overige Kamerleden? Lang niet iedereen wil daarover praten. „Ik heb ooit geleerd dat het niet wijs is om daar iets over te zeggen,“ zegt oud-minister Klaas de Vries (PvdA). Harry van Bommel (SP): „Hierover doe ik alleen mededelingen aan de instanties die erover gaan.“ VVD-Kamerlid Clemens Cornielje: „Ik zou iedereen willen adviseren: zeg er niets over, want het lokt alleen maar méér agressie uit.“
Vanwege deze vrees houden Kamerleden het liefst hun mond. Zelfs als een tijdlang zichtbaar beveiligingsmaatregelen zijn genomen, zoals bij VVD-leider Jozias van Aartsen, CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen en LPF-Kamerlid Mat Herben wordt meestal een discreet stilzwijgen bewaard.

Spuigaten

Maar dit taboe begint te eroderen. De reden: met de bedreiging en intimidatie van Kamerleden loopt het de spuigaten uit. Steeds vaker dienen parlementariërs ongevraagd als boksbal voor maatschappelijk ongenoegen.
Een rondgang langs ruim honderd Kamerleden die er wél over willen praten levert een ontluisterend beeld op. Kamerlid John Leerdam (PvdA) toch niet een politicus die dagelijks in het NOS-journaal optreedt, vertelt: „Ik ben op straat door twee jongens bespuugd. Ik heb drie tegen mijn persoon gerichte dreigende hate-mails ontvangen.“ VVD’er Pieter Hofstra: „Na een debat over huurverhogingen kreeg ik te horen: die klootzak moet worden doodgeschoten.“ Myra Koomen (CDA) kreeg na een debat over het afschaffen van het grijs kenteken een mail met de tekst: „Als ik u voor mijn wielen krijg, weet ik niet of ik zal remmen.“
Kamerleden worstelen bijna allemaal met dezelfde vraag: hoe serieus moet je dit soort teksten nemen? Door de verbreiding van het internet is een drempel weggevallen: een mailtje is zomaar verstuurd, soms anoniem en met een paar muisklikken aan alle volksvertegenwoordigers. Een Kamerlid dat ’s avonds in het journaal een heikel punt aanraakt, weet: binnen vijftien minuten loopt mijn mailbox vol met dreigend commentaar.
VVD’er Frans Weekers: „Ik neem het dus niet ernstig. Maar het is wel schrikbarend hoe agressief mensen kunnen reageren.“
Jeroen Dijsselbloem (PvdA) is via internet-discussiefora al een paar keer doodverklaard. Maar hij haalt zijn schouders op: „Ik lach erom. Het is ruig taalgebruik, niet meer dan dat.“
In de Tweede Kamer bestaan geen vaste afspraken voor de omgang met dit fenomeen, zo blijkt. Een aantal Kamerleden kiest er uit zelfbescherming voor om agressieve brieven door de papierversnipperaar te halen en dergelijke mails ongelezen te wissen. PvdA’er Peter van Heemst zegt brieven en mails weg te kieperen „zodra ik de geur van verrotting ruik.“ Bart van Winsen (CDA) laat weten: „Ik krijg dagelijks wel vijf mailtjes van het kaliber: die lees ik liever niet. Maar ik voel de doodsangst nog niet naderen.“ SP-fractieleider Jan Marijnissen wordt vooral via anonieme brieven bedreigd. Die bewaart hij een tijdje. „Met in het achterhoofd: als er wat gebeurt, dan is er tenminste een spoor...“
Anderen gaan de confrontatie aan. Dan blijkt het met de agressie meestal toch mee te vallen. Boris van der Ham (D66): „Ik krijg hatemails: u bent een lul. Dat is wel onaardig en dat pik ik dus niet. Ik wijs mensen dan op hun taalgebruik en meestal komen ze er op terug.“ Dat is ook de ervaring van Ineke Dezentjé (VVD): „Als je reageert, krijg je vaak een excuusmailtje terug.“

Aangifte

De veiligheidsdiensten hebben geen compleet beeld van de risico’s die Kamerleden lopen omdat lang niet altijd voor aangifte bij de politie of melding bij de beveiligingsdienst van de Tweede Kamer wordt gekozen. Toch hebben sinds het kabinet Balkenende-2 aantrad ten minste vijftien Kamerleden melding gemaakt van bedreigingen. Soms meermalen.
Het vak van volksvertegenwoordiger vraagt een prijs, dat calculeren Kamerleden in. Ondanks de last van bedreigingen, scheldpartijen en intimidaties voelt vrijwel geen van de Kamerleden zich in zijn werk belemmerd. „Ik voel me juist sterker“, zegt PvdA’er John Leerdam. „Ik ben extra gemotiveerd“, meent CDA’er Gerda Verburg. Hirsi Ali en Wilders hebben zich eerder in vergelijkbare bewoordingen uitgelaten. Jan Marijnissen zegt: „Als je je belemmerd voelt, moet je direct stoppen als Kamerlid.“ Het is een hoopvolle constatering: de parlementaire democratie laat zich niet intimideren. Kamerleden die zich wel gevoelig tonen, moeten met een kaarsje worden gezocht. Alleen LPF-Kamerlid Hilbrand Nawijn voelt zich beperkt in zijn werk. Ironisch genoeg wordt juist hij niet bedreigd. „In Amsterdam durf ik niet meer te komen. Ik matig me in mijn uitspraken. Als minister heb ik een tijdje onder bewaking moeten leven. Dat wil ik nooit meer.“



Wie beveiligt de Kamerleden?

  • De beveiliging van de Tweede Kamer is sinds de moord op Pim Fortuyn (6 mei 2002) fors opgeschroefd. Eerst ging het alleen om extra beveiligingspersoneel, maar de laatste tijd is het Kamergebouw in een vesting veranderd. Overal doken tourniquets op: draaideuren die alleen met een elektronisch pasje in beweging te krijgen zijn. Bij de hoofdingangen staan detectiepoortjes en worden tassen gescand. Op drukke vergaderdagen zijn de ’wandelgangen’ rond de grote zaal voor journalisten verboden terrein.

  • De eigen beveiligingsdienst van de Tweede Kamer coördineert de beveiliging. Na de moord op Theo van Gogh (2 november 2004) besloot zij snel meer beveiligers in te zetten. Hiervoor werden toezichthouders van een extern bedrijf ingehuurd. In zalen waar openbare vergaderingen plaatsvinden zijn daarnaast gewapende agenten van het politiekorps Haaglanden aanwezig. Zij zijn ook verantwoordelijk voor de veiligheid rondom het Kamergebouw.

  • Leden van het kabinet en ernstig bedreigde Kamerleden (Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders) krijgen persoonsbeveiliging van de DKDB (Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging). Deze beveiliging staan los van die van de Tweede Kamer, al vindt onderling intensief overleg plaats, aldus een woordvoerder van de Tweede Kamer.

    © Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.