Auteur: door Chantal Rooijendijk |
woensdag 10 februari 2010 | 16:06 | Laatst bijgewerkt op:
woensdag 10 februari 2010 | 16:58
HERPEN - De dorpsraad Herpen heeft in een brief aan het College van B&W van de gemeente Oss aangegeven ontevreden te zijn over de communicatie naar de burgers ten tijde van de uitbraak van de Q-koorts in 2007. Ook de onduidelijkheid rond de te volgen koers wat betreft de mestverwerking wordt de gemeente niet in dank afgenomen.
Volgens de dorpsraad is de communicatie vanaf de eerste uitbraak in 2007 tot de erkenning van Q-koorts als veterinaire crisis eind 2009, minimaal geweest. Mensen die gevaar liepen, hebben volgens hen geen brief gehad, dorpsraden zijn niet geïnformeerd en de website is veel te laat in de lucht gegaan. In een reactie op de brief zegt verantwoordelijke wethouder Hendrik Hoeksema zich de situatie erg aan te trekken: "In een eerdere dorpsraadsvergadering heb ik uitgebreid verantwoording afgelegd. Vanaf het eerste moment hebben we al het mogelijke gedaan. In samenwerking met huisarts Olde Loohuis en de GGD hebben we nauw overleg gehad over het te volgen communicatietraject." De GGD verzorgt voor de gemeente de communicatie en voorlichting rond de Q-koorts en daar zit volgens Hoeksema het probleem: "Veel mensen associëren de GGD niet met de gemeente, maar de GGD heeft wel degelijk informatiebijeenkomsten gehouden in Herpen. Ik begrijp dat mensen dat van ons hadden verwacht, maar de GGD is daar namens ons nou eenmaal verantwoordelijk voor. Je moet niet vergeten dat we als eerste gemeente in Nederland geconfronteerd werden met de Q-koorts." De laatste maanden is de communicatie volgens de dorpsraad beter op gang gekomen en de raad onderkent ook dat Hoeksema een belangrijke rol heeft gespeeld om de Q-koorts regionaal en landelijk op de agenda te krijgen. Toch wordt er volgens de dorpsraad niet gesproken over de belangrijkste bron van de verspreiding van Q-koorts, namelijk de vrijgekomen mest. Er is grote onduidelijkheid over wat daarmee moet gebeuren. Volgens de officiële regels van het ministerie van Landbouw moet de mest negentig dagen afgedekt blijven liggen. Dit roept de nodige vragen op en zorgt voor onrust, omdat het virus zich op die manier weer zou kunnen verspreiden. Een geitenbedrijf in Herpen diende daarom een aanvraag in bij de gemeente voor een vergunning om de mest af te voeren naar een verbrandingsoven. Deze aanvraag werd echter geweigerd: "Dat is het landelijke protocol en dat moet ik dus volgen, maar dat betekent niet dat ik het probleem niet serieus neem. Ik vind het belangrijk dat er aandacht wordt gevraagd voor de mestproblematiek en heb de essentie van de brief van de dorpsraad dan ook doorgestuurd naar het RIVM voor advies. Dat heb ik in 2009 ook al eens gedaan en nu vraag ik het opnieuw. Ik snap de vrees van de mensen en ik wil een antwoord."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.