Makelaars hebben last van het stagnerend aantal woningverkopen. Daarnaast staan de marges onder druk door de komst van goedkope internetmakelaars. ANP Photo
De makelaars die moeten afhaken, leveren veelal te weinig kwaliteit voor een te hoge prijs. Makelaars die erin slagen tegemoet te komen aan de wensen van de klant, weten wel het hoofd boven water te houden. Dat zeggen de brancheverenigingen van de makelaars.
Uit een marktanalyse van economisch onderzoeksinstituut SEO blijkt dat de makelaarsbranche er slecht voorstaat. Volgens de Landelijke Makelaarsvereniging ligt het inkomen van meer dan de helft van de makelaars onder modaal (30.500 euro bruto per jaar).
Makelaars hebben last van het stagnerend aantal woningverkopen. Daarnaast staan de marges onder druk door de komst van goedkope internetmakelaars. Vooral slechte makelaars zijn daarvan de dupe.
Vereniging Eigen Huis, de belangenvereniging van woningbezitters, ziet alleen maar voordelen als het kaf van het koren wordt gescheiden. „Een slechte makelaar is meestal iemand die beweert een huis voor een hogere prijs te verkopen dan andere makelaars. Vervolgens krijgt hij het huis niet verkocht. Daar schiet zowel de verkoper als de makelaar niets mee op” , zegt Hans André de la Porte van de vereniging. Ook de makelaars zien positieve kanten aan de opschoning van de markt. „Gelukszoekers vallen door de mand” , zegt directeur Ed van de Bijl van de Landelijke Makelaars Vereniging.
In 2001 heeft het kabinet de verplichte beëdiging, en daarmee de beschermde status van het beroep, afgeschaft. Daardoor is de concurrentie toegenomen. Door de prijsexplosie op de huizenmarkt stapten echter veel vrije jongens in de makelaarsbranche, die als enig doel hadden zo snel mogelijk geld te verdienen en daarmee het imago van het beroep schade berokkenden. Het aantal makelaars is gestegen van zo’n vierduizend in 2000 tot tussen de tien- en twaalfduizend nu.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties













